Van onze advocaat erfrecht. Het Gerechtshof Amsterdam heeft onlangs uitspraak gedaan over het vruchtgebruik over een nalatenschap en het niet nakomen van de wettelijke regels omtrent het vruchtgebruik. Het vruchtgebruik wordt onder bewind gesteld.

De grief stelt, samengevat, aan de orde dat de rechtbank ten onrechte heeft beslist dat geïntimeerde niet ernstig is tekort geschoten in haar verplichtingen als vruchtgebruikster. Ter onderbouwing van deze grief heeft de advocaat van appellante aangevoerd dat de in de huwelijkse voorwaarden voorziene verrekening niet is geëffectueerd.

In het bijzonder heeft er geen verdeling plaatsgevonden van de eenvoudige gemeenschappen van woning en banksaldi die tussen erflater en geïntimeerde bestonden. Het vruchtgebruik rust om die reden op de onverdeelde helft van de woning en de banksaldi. Dit brengt mee dat in ieder geval de helft van het saldo op de bankrekeningen bij de Rabobank nog aanwezig zou moeten zijn. Uit de in eerste aanleg overgelegde bankafschriften blijkt dat dit niet het geval is. Nu appellante nooit is gevraagd haar medewerking te verlenen aan overboeking van saldi die belast zijn met vruchtgebruik, dient de conclusie te zijn dat geïntimeerde heeft ingeteerd op het vermogen op de Rabobankrekeningen.

De omstandigheid dat de omvang van de nalatenschap circa € 246.000,00 bedraagt en de WOZ-waarde van de woning € 250.000,00 bedraagt, betekent niet zonder meer dat niet is ingeteerd. Een dergelijke benadering ziet er ten onrechte aan voorbij dat waardestijging van de woning aan de hoofdgerechtigden toekomt, aldus de advocaat van appellante.

Daarnaast heeft geïntimeerde nooit een deugdelijke boedelbeschrijving gemaakt, niet jaarlijks aan de hoofdgerechtigden een ondertekende en nauwkeurige opgave als bedoeld in artikel 3:205 lid 4 Burgerlijk Wetboek (BW) verzonden, zonder overleg met appellante elders een woning gekocht en daarvoor mogelijk banktegoeden gebruikt, die onder het vruchtgebruik vielen.

De advocaat van geïntimeerden betwist dat is ingeteerd op het vermogen. De saldi op de bankrekeningen en de opbrengst van de effecten zijn gebruikt voor de betaling van het nieuwe appartement. Waar het vermogen eerst deels uit liquide middelen bestond, bestaat het nu uit vastgoed.

Bovendien heeft de vrijheid om haar helft van de waarde van het gezamenlijke vermogen van haarzelf en de erfgenamen te besteden naar eigen goeddunken. Juist omdat er sprake is van een onverdeelde boedel kan niet op verschillende vermogensbestanddelen van de boedel gewezen worden en gesteld worden dat die voor de helft deel uitmaken van de nalatenschap en voor de andere helft niet. Geïntimeerde heeft niet de bedoeling om de kinderen bij het einde van het vruchtgebruik achter te laten met minder dan aan hen op grond van het testament toekomt. Dat dit niet in haar bedoeling ligt, kan worden afgeleid uit de schenkingen die zij aan hen heeft gedaan.

Het hof overweegt als volgt.

Vruchtgebruik over een nalatenschap

De vraag die voorligt is of geïntimeerde, in het licht van het bepaalde in artikel 3:221 BW, in zodanig ernstige mate tekort is geschoten in de nakoming van haar verplichtingen als vruchtgebruikster, dat aan appellante het beheer moet worden toegekend of dat het vruchtgebruik onder bewind gesteld moet worden.

Gebleken is dat na het overlijden van erflater partijen niet zijn overgegaan tot afwikkeling van de huwelijkse voorwaarden en het testament. Zo is geen uitvoering aan het verrekenbeding gegeven en is het vruchtgebruik niet geleverd aan geïntimeerde.

Partijen zijn het erover eens dat het vruchtgebruik door verjaring alsnog is ontstaan. In de jaren na het overlijden van erflater zijn de testamentaire en wettelijke bepalingen omtrent het vruchtgebruik niet gevolgd. Tot 2013 hebben de erfgenamen als hoofdgerechtigden dit geaccepteerd. Inmiddels zijn de familieverhoudingen ernstig verstoord geraakt. Appellante heeft toen alsnog gewezen op de verplichtingen waaraan een vruchtgebruiker heeft te voldoen. Het enkele feit dat appellante zich hierop niet eerder heeft beroepen, brengt niet mee dat zij thans geen beroep meer zou mogen doen op het bepaalde in artikel 3:221 BW.

Gebleken is dat geïntimeerde niet heeft gezorgd voor een beschrijving als bedoeld in artikel 3:205 lid 1 BW en dat zij geen jaarlijkse ondertekende opgave heeft gezonden als bedoeld in artikel 3:205 lid 4 BW, hoewel zij daartoe wel gehouden is.

Verder hebben geïntimeerden erkend dat zij gelden van de bankrekening hebben opgenomen en effecten hebben verkocht om het nieuwe appartement te kunnen financieren. Het appartementsrecht kent geen aantekening aangaande enig vruchtgebruik. Ter zitting bij het hof heeft geïntimeerde verklaard dat ook in de jaren voor de aankoop van het appartement reeds effecten zijn verkocht. Gesteld noch gebleken is dat appellante bij de bankopnames of de verkoop van effecten betrokken is, hoewel op grond van het testament het beheer over de aan het vruchtgebruik onderworpen zaken aan geïntimeerde en appellante, als eigenaren gezamenlijk toekomt en geïntimeerde tezamen met de eigenaren de wijze van belegging en herbelegging diende te bepalen.

Het betreft hier het niet nakomen van bepalingen die in overwegende mate bestemd zijn om de goederen die met het vruchtgebruik belast zijn in stand te houden en dienen ter bescherming van de hoofdgerechtigden, zodat bij schending daarvan naar het oordeel van het hof sprake is van een zodanig ernstig tekortschieten in de nakoming van de verplichtingen als vruchtgebruikster dat aanleiding bestaat om nadere maatregelen te nemen.

Aan het voorgaande doet niet af dat per saldo thans wellicht niet is ingeteerd op het vermogen van de nalatenschap. Het enkele feit dat daarover onzekerheid bestaat, wijst al op tekortschieten in de verplichtingen als vruchtgebruikster. Het vruchtgebruik wordt onder bewind gesteld.

Wilt u de gehele uitspraak bekijken? Klik dan hier.

Heeft u vragen over het vruchtgebruik over een nalatenschap, over de zekerheidstelling bij vruchtgebruik van een erfenis, of over het onder bewind stellen van het vruchtgebruik, belt u dan gerust onze advocaat erfrecht op 020-3980150.

Wilt u meer weten over de verdeling en afwikkeling van een erfenis? Bezoek dan onze pagina verdeling van een nalatenschap. Klik dan hier.