Van onze advocaat erfrecht. De Rechtbank Noord-Holland heeft op 16 augustus 2017 uitspraak gedaan over de vraag of een testament nietig was op grond van wilsonbekwaamheid van de erflater en of het testament in strijd was met de openbare orde.

Bij de beoordeling van deze zaak wordt het volgende vooropgesteld.

Artikel 21 lid 1 Wet op het Notarisambt (Wna) verplicht de notaris de haar bij of krachtens de wet opgedragen of de door een partij verlangde werkzaamheden te verrichten. Zij dient haar dienst evenwel te weigeren wanneer naar haar redelijke overtuiging of vermoeden de werkzaamheid die van haar wordt verlangd leidt tot strijd met het recht of de openbare orde, wanneer haar medewerking wordt verlangd bij handelingen die kennelijk een ongeoorloofd doel of gevolg hebben of wanneer zij andere gegronde redenen voor weigering heeft (artikel 21 lid 2 Wna). Bij gerede twijfel aan de goede bedoelingen van haar cliënt dient de notaris haar dienst te weigeren of zich door nader onderzoek te overtuigen van het geoorloofde karakter ervan.

De functie van de notaris in het rechtsverkeer verplicht haar onder bijzondere omstandigheden ook tot een zekere zorg voor de belangen van derden welke mogelijkerwijs zijn betrokken bij de door haar cliënten van haar verlangde ambtsverrichtingen. Deze zorgplicht kan ertoe leiden dat de notaris gegronde redenen heeft als bedoeld in artikel 21 lid 2 Wna om de van haar gevraagde dienstverlening te weigeren of op te schorten. Verleent zij de gevraagde dienst toch, dan kan dit haar civielrechtelijke aansprakelijkheid jegens de betrokken derde(n) meebrengen.

Hierbij is echter van belang, dat het de notaris, gelet op de in artikel 22 Wna neergelegde geheimhoudingsplicht, niet is toegestaan zich tot de betrokken derde te richten, behoudens voor zover partijen haar daarvoor toestemming verlenen.

Nietigheid testament : in strijd met de openbare orde?

De testeervrijheid is een belangrijk uitgangspunt van het erfrecht. Deze vrijheid dient zo veel mogelijk te worden gerespecteerd. De beperkingen die artikel 4:44 en artikel 4:45 lid 1 BW in het belang van de goede zeden en de openbare orde aan de testeervrijheid stellen, dienen restrictief te worden geïnterpreteerd. Het oordeel over de vraag of een bepaalde uiterste wilsbeschikking nietig is en/of in strijd is met de goede zeden of de openbare orde is primair voorbehouden aan de rechter. De notaris dient zich terughoudend op te stellen bij zijn beoordeling of hij in dit verband gehouden is zijn diensten te weigeren.

De kantonrechter stelt voorop dat de bepalingen in het testament die mogelijk in strijd met de goede zeden zouden kunnen zijn, denk aan de bepaling waarin het eiseres niet is toegestaan om haar familie toe te laten in de woning en de bepaling waarin eiseres verplicht is de werkkamer van erflater in stand te laten, geen onderwerp van geschil zijn geweest in de procedures die eiseres heeft gevoerd. Ten aanzien van die bepalingen heeft eiseres dan ook geen kosten gemaakt die op de Notaris verhaald zouden kunnen worden.

Ofschoon de bepalingen waarover zij wel heeft geprocedeerd en waarover de kantonrechter in de beschikkingen van 10 oktober 2014 en 29 november 2016 een oordeel heeft gegeven apart of bijzonder zijn, kan daaraan niet zonder meer de gevolgtrekking worden verbonden dat die bepalingen in strijd zijn met het recht of de openbare orde en daarom niet hadden mogen worden opgenomen in het testament en een reden diende te zijn voor de notaris om haar ministerieplicht te weigeren. Een erflater mag zijn echtgenote onterven en de bepalingen over het vruchtgebruik waren voor de notaris als zodanig geen gegronde reden om haar ministerieplicht te weigeren.

Het is overigens niet zo, dat iedere testamentaire bepaling, die achteraf door de rechter nietig wordt verklaard, zou moeten leiden tot een aansprakelijkheid op grond van een onrechtmatige daad van de notaris, omdat het testament in strijd met de wet of het recht zou zijn gepasseerd.

Onweersproken is door de notaris in dit verband gesteld, dat zij zich bij het opstellen van het testament heeft gerealiseerd dat sommige bepalingen ongebruikelijk waren, maar dat zij de erflater daar meerdere malen op heeft geattendeerd, dat zij een collega heeft geraadpleegd en dat zij in het testament heeft opgenomen, dat deze bepalingen mogelijk in strijd zouden zijn met de goede zeden, de openbare orde of een dwingende wetsbepaling. Aldus heeft de notaris na een deugdelijke voorlichting de uitdrukkelijke wens van erflater neergelegd in de akte waartoe zij was gehouden. Van onvoldoende voorlichting door de notaris is niet gebleken.

Het voorgaande brengt mee dat naar het oordeel van de kantonrechter niet is komen vast te staan dat de notaris niet de zorgvuldigheid heeft betracht die van een redelijk bekwaam en redelijk handelend vakgenoot mag worden verwacht. Er kan daarom niet worden geconcludeerd dat zij heeft gehandeld in strijd met het bepaalde in artikel 21 Wna. Op de primaire grondslag dient de vordering dan ook te worden afgewezen.

Nietigheid testament : wilsonbekwaamheid erflater?

Met betrekking tot de subsidiair aangevoerde grondslag, dat erflater niet volledig wilsbekwaam zou zijn geweest ten tijde van het opstellen van het opstellen van het testament wordt het volgende overwogen.

De notaris heeft naar het oordeel van de kantonrechter voldoende onderbouwd dat zij op grond van haar eigen waarneming heeft kunnen oordelen dat de erflater wilsbekwaam was. Zij heeft onweersproken aangevoerd dat zij meerdere, langdurige gesprekken met erflater heeft gevoerd en dat hij heel helder en consequent was in wat hij wilde. Zij had geen reden te twijfelen aan de wilsbekwaamheid van erflater.

Daarentegen heeft eiseres onvoldoende met stukken onderbouwd waaruit de conclusie kan worden getrokken dat erflater ten tijde van het opmaken van het testament wilsonbekwaam was. Deugdelijke medische stukken die deze stelling onderbouwen ontbreken. Het feit dat hij ernstig ziek en depressief was, is daarvoor niet toereikend voor de stelling dat hij wilsonbekwaam was. Dat volgt ook niet uit de wel overgelegde medische stukken. De notaris heeft in deze een eigen beoordelingsvrijheid en pas bij twijfel dient hij het stappenplan te volgen. Nu zij geen twijfel had hoefde zij het stappenplan ook niet te volgen. Bovendien heeft de notaris een collega geraadpleegd om te overleggen.

De ongebruikelijke bepalingen in het testament zijn op zich zelf beschouwd, gelet op de testeervrijheid, geen reden om aan de wilsbekwaamheid van erflater te twijfelen, integendeel. De aard van de bepalingen laat zien dat de erflater bewust zijn vrouw wilde laten controleren door zijn familie. Ook het feit dat eiseres, na het eerste bezoek van erflater aan de notaris, heeft gebeld naar de notaris om haar te attenderen op de verwardheid van erflater is hiertoe onvoldoende, gelet op de eigen beoordelingsvrijheid van de notaris.

Op de subsidiaire grondslag dient de vordering daarom eveneens te worden afgewezen.

Wilt u de gehele uitspraak bekijken? Klik dan hier.

Heeft u vragen over de vernietigbaarheid of nietigheid van een testament, de wilsbekwaamheid van de erflater of over de rol van een notaris bij het opstellen van een testament, belt u dan gerust onze advocaat erfrecht op 020-3980150.