De Rechtbank Midden-Nederland heeft onlangs uitspraak gedaan over de vraag of giften gewoon en gebruikelijk waren bij de vaststelling van de legitieme portie.
Eiseres vordert vaststelling van haar legitieme portie en veroordeling van gedaagde om die aan haar te betalen.
In dat verband heeft zij gesteld dat vader en moeder giften hebben gedaan die voor de berekening van de legitieme portie in aanmerking moeten worden genomen.
Erfrecht. Legitieme. Vaststelling van de legitieme portie. Giften. Schenkingstraditie? Zijn de giften gewoon en gebruikelijk? Zijn de giften bovenmatig? Toetsing.
De rechter oordeelt als volgt.
Vader en moeder hebben een bedrag van € 249.498,- aan de kleinkinderen geschonken, € 63.084,- aan de kinderen en € 33.490,- aan de kerk voor een orgel.
Volgens gedaagde gaat het hier echter om gebruikelijke giften.
Hij heeft aangevoerd dat vader en moeder een schenkingstraditie hadden; in de jaren 2017-2022 schonken zij jaarlijks aan hun kinderen en kleinkinderen de belastingvrije bedragen, waarbij eiseres en haar kinderen overigens minder kregen dan de anderen.
In 2020 hebben zij daarnaast € 20.000,- per persoon aan de drie kinderen van gedaagde 1 geschonken en € 15.000,- per persoon aan de vier kinderen van gedaagde 2 plus de daarover verschuldigde schenkbelasting.
Dit kwam neer op een bedrag van € 146.336,- ineens.
Gelet op hun totale vermogen in die jaren waren dit geen bovenmatige giften.
De giften pasten ook binnen de vermogensplanning van vader en moeder.
Zij wilden hun vermogen reeds bij leven op een fiscaal gunstige manier aan hun (klein)kinderen overdragen en hadden hierover advies gekregen van de hiervoor genoemde persoon.
Ook de gift aan de kerk (een gift in vijf termijnen van telkens € 7.233,-) was volgens gedaagde c.s. gebruikelijk en niet bovenmatig.
Vader en moeder zijn met het doen van giften in 2017, dus twee jaar voordat vader overleed, begonnen.
Niet gesteld of gebleken is dat vader en moeder eerder bedragen aan de kleinkinderen, de kinderen en de kerk hebben geschonken.
In vier jaar tijd (namelijk in de periode 2019-2022) is bijna € 250.000,- aan de kleinkinderen (en achterkleinkinderen) geschonken.
Dat is een groot bedrag.
Dat dit in het kader van vermogensplanning is gebeurd, maakt de schenkingen niet “gebruikelijk”.
Dit duidt eerder op het tegendeel.
Ouders waren het doen van schenkingen niet gewoon en pas nadat zij fiscaal advies hadden gekregen over hoe hun vermogen nog tijdens leven kon worden overgedragen, zijn zij de schenkingen gaan doen.
Dat dit grote bedrag van € 250.000,- niet in één keer is geschonken, maar in termijnen (waarbij er in 2020 een extra schenking is geweest), maakt dat niet anders.
Door het doen van schenkingen in termijnen kan er naar het oordeel van de rechtbank geen “gebruik” ontstaan.
Dat is anders als deze schenkingen eerder óók hebben plaatsgevonden en deze (dus) niet gericht waren op het verkleinen van de omvang van de nalatenschap.
Het voorgaande geldt ook voor de giften aan de kinderen en de kerk.
Dit betekent dat de rechtbank ook deze niet als gebruikelijk beschouwt.
Omdat alle genoemde schenkingen naar het oordeel van de rechtbank niet gebruikelijk waren, is de vraag of zij (gelet op het vermogen van vader en moeder) bovenmatig waren niet meer relevant.
Eiseres heeft gesteld dat het saldo van de nalatenschap van moeder volgens de aangifte erfbelasting € 75.288,- bedraagt.
Als hierbij de giften van in totaal € 346.072,- worden opgeteld, bedraagt de legitimaire massa volgens haar € 421.360,-.
De legitieme portie bedraagt dan € 70.226,-.
Dit heeft gedaagde 1 niet betwist.
De rechtbank zal dit voor recht verklaren, zoals eiseres heeft gevorderd.
Ten overvloede merkt de rechtbank op dat de schenkingen die eiseres van moeder heeft ontvangen op haar legitieme portie in mindering komen, net als dat wat zij krachtens erfrecht verkrijgt.
Wat dan overblijft, is haar legitimaire vordering.
Eiseres heeft niet gevorderd dat de rechtbank de hoogte hiervan vaststelt.
De rechtbank gaat ervan uit dat partijen deze samen zullen berekenen.
De rechtbank kan gedaagde 1 als executeur niet veroordelen om de legitieme portie aan eiseres te voldoen, zoals zij heeft gevorderd.
Zoals hiervoor vermeld, kan alleen een legitimaire vordering worden voldaan.
Voor zover de nalatenschap daarvoor ontoereikend is, is het aan eiseres om bij de begiftigden in te korten.
Wilt u de gehele uitspraak bekijken? Klik dan hier.
Heeft u een vraag aan onze advocaat verdeling erfenis over de vereffening of verdeling van een erfenis, over de uitleg van een testament of over de nietigheid van een testament, over de taken en bevoegdheden van de executeur, over het kindsdeel of over de legitieme, belt u dan gerust onze advocaat verdeling erfenis op 020-3980150.
Wilt u meer weten over de verdeling van een erfenis, bezoek dan onze website over de verdeling van een erfenis. Klik dan hier.
Wilt u meer weten over het erfrecht, bezoek dan onze website van ons advocatenkantoor. Klik dan hier.