De Rechtbank Midden-Nederland heeft onlangs uitspraak gedaan over de redelijkheid en billijkheid in het erfrecht.
In deze civiele bodemprocedure vorderen eisers gezegd dat de rechtbank voor recht verklaart dat de algemene rechtsbeginselen, de beginselen van openbare orde en de redelijkheid en billijkheid zich ertegen verzetten dat aan gedaagde enige aanspraak toekomt op de nalatenschap van erflaatster en dat hij op grond van de redelijkheid en billijkheid onwaardig dient te worden geacht.
Erfrecht. Redelijkheid en billijkheid in het erfrecht. Onwaardigheid. Beroep op de beperkende werking van de redelijkheid en billijkheid. Toetsingskader.
De rechter oordeelt als volgt.
Eiseressen hebben een beroep gedaan op artikel 6:2 lid 2 BW.
Daarin is bepaald dat een tussen een schuldeiser en een schuldenaar krachtens wet, gewoonte of rechtshandeling geldende regel niet van toepassing is, voor zover dit in de gegeven omstandigheden naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar zou zijn.
In artikel 3:12 BW is bepaald dat bij de vaststelling van wat redelijkheid en billijkheid eisen, rekening moet worden gehouden met algemeen erkende rechtsbeginselen, de in Nederland levende rechtsovertuigingen en de maatschappelijke en persoonlijke belangen die bij het geval betrokken zijn.
De rechtbank gaat voorbij aan het verweer van gedaagde dat artikel 6:2 BW in deze zaak niet van toepassing is.
Uit de literatuur en jurisprudentie volgt dat de eisen van redelijkheid en billijkheid alle vermogensrechtelijke rechtsbetrekkingen beheersen.
Het leerstuk van de beperkende werking van de redelijkheid en billijkheid kan daarom ook in het erfrecht worden toegepast en in het bijzonder in zaken waarin iemand erflater van het leven heeft beroofd, maar hem dat niet kan worden toegerekend en hij dus niet van rechtswege onwaardig is om te erven.
Dat heeft de Hoge Raad in de bovengenoemde zaak ook gedaan.
De Hoge Raad heeft overwogen dat ook indien iemand niet op grond van artikel 4:3 lid 1 aanhef en onder a BW van rechtswege onwaardig is om te erven zich omstandigheden kunnen voordoen op grond waarvan het naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar zou zijn dat hij aanspraak heeft op een nalatenschap.
Volgens de Hoge Raad waren deze omstandigheden in die zaak aanwezig, zodat de man geen aanspraak kon maken op de nalatenschap van zijn echtgenote.
Aan deze toepassing van artikel 6:2 lid 2 BW worden dus dezelfde rechtsgevolgen toegekend als aan onwaardigheid van rechtswege.
De rechtbank stelt voorop dat het bepaalde in artikel 6:2 lid 2 BW terughoudend moet worden toegepast.
Dit brengt mee dat in kwesties als deze sprake moet zijn van bijzondere omstandigheden die maken dat het naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar is dat iemand de rechten uitoefent die hem als erfgenaam op grond van de wet toekomen.
Naar het oordeel van de rechtbank hebben eiseressen hun stelling dat er sprake is van deze bijzondere omstandigheden onvoldoende onderbouwd.
Wilt u de gehele uitspraak bekijken? Klik dan hier.
Heeft u een vraag aan onze advocaat verdeling erfenis over de vereffening of verdeling van een erfenis, over de uitleg van een testament of over de nietigheid van een testament, over de taken en bevoegdheden van de executeur, over het kindsdeel of over de legitieme, belt u dan gerust onze advocaat verdeling erfenis op 020-3980150.
Wilt u meer weten over de verdeling van een erfenis, bezoek dan onze website over de verdeling van een erfenis. Klik dan hier.
Wilt u meer weten over het erfrecht, bezoek dan onze website van ons advocatenkantoor. Klik dan hier.