De Rechtbank Rotterdam heeft op 17 juli 2019 uitspraak gedaan over de zorgplicht van een notaris betreffende het informeren over een gedaan afstand van recht op het inroepen van de legitieme en over de verjaring van de vordering tot schadevergoeding uit onrechtmatige daad.

Het geschil komt er in de kern op neer dat eiser de notaris verwijten hen niet voorgelicht te hebben over de mogelijke financieel nadelige consequenties van het afleggen van de door de notaris aan hen toegestuurde verklaring dat zij afzien van hun legitieme portie in de erfenis van hun vader.

De meest verstrekkende verweren van de notaris zijn: er is niet tijdig geklaagd en de vordering is verjaard. De rechtbank zal als eerste het verjaringsverweer behandelen.

 Voorlichtingsplicht van notaris geschonden over betekenis van de afgelegde verklaring dat afgezien wordt van legitieme portie? Verjaring van de vordering tot schadevergoeding uit onrechtmatige daad?

De rechter oordeelt als volgt.

Het gaat hier om een vordering tot schadevergoeding uit onrechtmatige daad.

Een dergelijke vordering verjaart door verloop van vijf jaren na aanvang van de dag, volgend op de dag waarop de benadeelde zowel met de schade als met de daarvoor aansprakelijke persoon bekend is geworden, en in ieder geval door verloop van 20 jaren na de gebeurtenis waardoor de schade is veroorzaakt (artikel 3:310 lid 1 BW).

De vraag of de benadeelde voldoende zekerheid heeft dat de schade is veroorzaakt door foutief handelen van betrokkene, dient te worden beantwoord met inachtneming van alle omstandigheden van het geval.

Uit de rechtspraak van de Hoge Raad volgt dat voor het gaan lopen van de onderhavige verjaringstermijn (slechts) vereist is dat de benadeelde daadwerkelijk bekend is met de feiten en omstandigheden die betrekking hebben op de schade en de daarvoor aansprakelijke persoon.

Maar het is volgens de Hoge Raad niet tevens vereist dat de benadeelde ook met de juridisch correct beoordeling van die feiten en omstandigheden bekend wordt.

Een ander oordeel zou volgens de Hoge Raad een behoorlijk verloop van het rechtsverkeer in de weg kunnen staan en zou tot rechtsongelijkheid aanleiding kunnen geven, nu juridische kennis niet in gelijke mate bij een ieder aanwezig is (o.a. Hoge Raad, 5 januari 2007, HR:2007:AY8771).

Met andere woorden: het (alsnog) bekend worden van de benadeelde met de juridische situatie (de “rechtsdwaling” is opgehelderd) is geen voorwaarde om de verjaringstermijn te laten aanvangen.

De verjaringstermijn is daarom al gaan lopen in 2002, toen eiser de verklaring aflegden dat zij afzagen van hun legitieme portie.

De vordering is, gelet op het sindsdien verstrijken van voornoemde termijn van vijf jaar, verjaard.

Ter comparitie hebben eisers bepleit dat de verjaringstermijn pas is aangevangen op of omstreeks 20 januari 2013, toen erflater overleed.

De rechter onderschrijft deze stelling niet. De schade vloeit voort uit het afleggen van de verklaring dat zij afzagen van hun legitieme portie, in 2002.

Wilt u de gehele uitspraak bekijken? Klik dan hier.

Heeft u een vraag aan onze advocaat legitieme over de vereffening of verdeling van een erfenis, over de uitleg van een testament of over de nietigheid van een testament, over de taken en bevoegdheden van de executeur, over het kindsdeel of over de legitieme, of over de zorgplicht van de notaris, belt u dan gerust onze advocaat legitieme op 020-3980150.

Wilt u meer weten over de legitieme, bezoek dan onze website over de legitieme. Klik dan hier.

Wilt u meer weten over ons advocatenkantoor erfrecht? Klik dan hier.