Van onze advocaat legitieme. De Rechtbank Rotterdam heeft op enige tijd geleden uitspraak gedaan over de zekerheidstelling van een ingeroepen legitieme en de vergoeding van rente.

De door de langstlevende echtgenoot verzochte betalingsregeling wordt alsnog afgewezen omdat hij onvoldoende zekerheid heeft gesteld.

In het tussenvonnis is door de rechter als volgt overwogen.

De legitimaire massa wordt vastgesteld op € 1.845.181,20. De legitieme portie van de legitimaris bedraagt een/vierde hiervan, ofwel € 461.295,30.

In de omvang van de uit te keren legitieme portie en de door langstlevende echtgenoot gestelde en aannemelijk gemaakte omstandigheden omtrent zijn financiële situatie ziet de rechtbank aanleiding om het verzoek tot een betalingsregeling te honoreren onder de na te noemen voorwaarde, in die zin dat de langstlevende echtgenoot het aan legitimaris toekomende bedrag zal dienen te uit te keren in vijf jaarlijkse termijnen te beginnen op 1 juli 2017 met de betaling van een bedrag van € 100.000 en vervolgens steeds een bedrag van € 100.000 op achtereenvolgens 1 juli 2018, 1 juli 2019, 1 juli 2020 en het restant van € 61.295,30 op 1 juli 2021. De langstlevende echtgenoot is tevens verschuldigd een enkelvoudige wettelijke rente over de (restant)hoofdsom met ingang 1 juli 2017 en te voldoen in jaarlijkse termijnen op de eerste juli van ieder jaar, te beginnen op 1 juli 2018.

De hiervoor bedoelde voorwaarde die aan de inwilliging van het verzoek van langstlevende echtgenoot is verbonden, betreft de voorwaarde dat door langstlevende echtgenoot uiterlijk op 31 mei 2017 een door de rechtbank goed te keuren zekerheid voor de voldoening van hoofdsom en rente is gesteld.

De zaak zal naar de rol worden verwezen van om de langstlevende echtgenoot in de gelegenheid te stellen bedoelde zekerheid te overleggen. Vervolgens zal de legitimaris in de gelegenheid worden gesteld om op de zekerheid te reageren.

De langstlevende echtgenoot heeft bij zijn akte van 31 mei 2017 te kennen gegeven dat hij zekerheid kan stellen in twee delen, te weten door dat een bekende van hem bereid is een bedrag van € 244.300 bij de bank op te nemen via een hypothecaire inschrijving op zijn huis alsmede door het vestigen van een zekerheidshypotheek van € 250.000 door langstlevende echtgenoot zelf op zijn eigen huis.

De advocaat van legitimaris heeft primair verzocht dat de rechter haar eindbeslissing inhoudende dat het verzoek van de langstlevende echtgenoot om een betalingsregeling wordt gehonoreerd, zal heroverwegen.

Ten aanzien van de door langstlevende echtgenoot aangeboden zekerheden heeft de advocaat van de legitimaris aangevoerd dat het voorstel van de langstlevende echtgenoot haar geen enkele zekerheid biedt en het voorstel als onvoldoende dient te worden aangemerkt.

De door langstlevende echtgenoot genoemde persoon kan ieder moment zijn handen van de kwestie aftrekken, dan wel doen zich omstandigheden voor die de (vermeende) leencapaciteit van de bekende negatief beïnvloeden, zoals het kopen van een huis, verplichtingen met betrekking tot credit cards, kredieten, privé lease van een auto.

Ook kan niet worden uitgesloten dat deze bekende zijn baan zou verliezen. Bovendien is slechts een print screen van de algemene leencalculator van de bank overgelegd. Volgens de legitimaris heeft de door langstlevende echtgenoot genoemde persoon, rekening houdende met zijn salaris, overige schulden en lasten ad circa € 300 per maand en woonlasten die door haar zijn begroot op € 750, een leencapaciteit van maximaal € 28.000.

Met betrekking tot het recht van tweede hypotheek op zijn huis dat de langstlevende echtgenoot heeft aangeboden, voert legitimaris aan dat zij de restschuld van de hypothecaire geldlening weliswaar € 1.250.000 bedraagt, maar dat zij een inschrijving voor zich dient te dulden tot een bedrag van € 2.590.000.

 Voldoende zekerheidstelling voor ingeroepen legitieme? Rentevergoeding. Wettelijke rente.

De rechter oordeelt als volgt.

De hiervoor omschreven door de langstlevende echtgenoot aangeboden zekerheid of zekerheden worden door de rechter niet goedgekeurd.

Deze zekerheid of zekerheden bieden onvoldoende garantie dat de legitimaris het aan haar toekomende bedrag ad € 461.295,30 bij niet of niet tijdige aflossing door langstlevende echtgenoot van de door hem verschuldigde termijnen, zal kunnen incasseren door genoemde zekerheden in te roepen.

De legitimaris stelt zich voorts op het standpunt dat in het tussenvonnis de wettelijke rente niet correct is toegewezen.

De aanspraak op wettelijke rente, welke dient te worden onderscheiden van de verhoging ingevolge artikel 4:84 BW, dient te worden bepaald aan de hand van art. 6:119 BW in verbinding met art. 6:81 e.v. BW. Vereist is dat de vordering opeisbaar is en de schuldenaar in verzuim verkeert.

Op grond van art. 4:81 lid 1 BW is de vordering opeisbaar vanaf 3 november 2009. Ten aanzien van het verzuim van de langstlevende heeft de legitimaris gesteld dat zij op 29 september 2010 jegens de langstlevende echtgenoot aanspraak heeft gemaakt op haar legitieme portie.

Deze mededeling kan worden aangemerkt als een ingebrekestelling in de zin van artikel 6:82 lid 1 BW, waarmee de langstlevende echtgenoot in verzuim is komen te verkeren.

Echter, de vordering van de legitimaris luidt om de langstlevende echtgenoot te veroordelen: 1. tot betaling van de legitieme vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 10 oktober 2010, althans vanaf de dag der dagvaarding, althans vanaf een door de rechter te bepalen datum, tot aan de dag van algehele voldoening, zodat de gevorderde wettelijke rente vanaf de eerste datum in het petitum, te weten 10 oktober 2010, zal worden toegewezen.

De rechter veroordeelt de langstlevende echtgenoot om aan de legitimaris te betalen een bedrag van € 461.295,30 binnen veertien dagen na betekening van dit vonnis, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 10 oktober 2010 tot aan de dag van algehele voldoening.

Wilt u de gehele uitspraak bekijken? Klik dan hier.

Heeft u een vraag over de vereffening en verdeling van een erfenis, over het kindsdeel of over de legitieme, over zekerheidstelling van het kindsdeel of van de legitieme, over de wilsrechten of over de vergoeding van rente in het erfrecht, belt u dan gerust onze advocaat legitieme op 020-3980150.