Van onze advocaat verdeling erfenis. Het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden heeft enige tijd geleden uitspraak gedaan over de verdeling van een nalatenschap en over de veroordeling van de proceskosten. Was onnodig geprocedeerd?

Het gaat in het kort om het volgende. Partijen zijn familie van elkaar. Appellante, geïntimeerden, en wijlen G (de moeder van geïntimeerden) zijn ieder voor 1/5 deel gerechtigd tot de onverdeelde nalatenschappen van hun ouders de heer H (overleden in 1982) en mevrouw I (overleden in 1986).

Partijen procederen sinds circa 1990 over onder meer de verdeling van de nalatenschap.

Bij arrest van 26 januari 2016 (GHARL:2016:497) heeft het hof partijen gelast “over te gaan tot verdeling van de onverdeeldheid met inachtneming van hetgeen in eerste aanleg is overwogen en beslist, voor zover in hoger beroep niet anders is overwogen en beslist, alsmede met inachtneming van hetgeen in hoger beroep is overwogen en beslist”. Dit onderdeel van het arrest is uitvoerbaar bij voorraad verklaard.

De advocaat van appellante heeft cassatie ingesteld tegen dit arrest. Ook heeft zij geïntimeerde1 gesommeerd om tot effectuering van de verdeling over te gaan. Geïntimeerde1 is hiertoe niet overgegaan.

In eerste aanleg heeft appellante in conventie (samengevat) gevorderd:

-te bepalen dat geïntimeerde binnen drie dagen na betekening van het vonnis, persoonlijk medewerking moet verlenen aan de bij arrest van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden d.d. 26 januari 2016 gelaste verdeling, door ondertekening van de door de boedelnotaris ter zake op te stellen akte van verdeling, op straffe van verbeurte van een dwangsom ad € 500,00 per dag;

-geïntimeerde te veroordelen om binnen drie dagen na betekening van het vonnis over te gaan tot voldoening van een bedrag van € 441.289,02 op de kwaliteitsrekening van de boedelnotaris, op straffe van verbeurte van een dwangsom van € 500,00 per dag;

-geïntimeerde te veroordelen in de proceskosten, nakosten daarbij inbegrepen en te vermeerderen met de wettelijke rente.

De advocaat van geïntimeerde heeft in eerste aanleg in reconventie (samengevat) gevorderd opheffing van de door appellante gelegde conservatoire beslagen op de percelen in gemeente D, op straffe van verbeurte van een dwangsom van € 1.000,00 per dag en met veroordeling van appellante in de proceskosten.

In het vonnis van 15 mei 2017, waarvan beroep, heeft de voorzieningenrechter, zowel in conventie als in reconventie, de vorderingen afgewezen en bepaald dat ieder de eigen proceskosten draagt.

Bij arrest van 23 juni 2017 (HR:2017:1137) heeft de Hoge Raad het arrest van het hof van 26 januari 2016 vernietigd en verwezen naar het gerechtshof ’s-Hertogenbosch ter verdere behandeling en beslissing.

Appellante heeft vervolgens geïntimeerde benaderd met het verzoek om in te stemmen met doorhaling van de onderhavige procedure. Geïntimeerde heeft daar niet mee ingestemd.

In zijn akte heeft geïntimeerde laten weten dat hij niet wil meewerken aan de door appellante voorgestane doorhaling zonder dat zijn proceskosten worden vergoed conform het liquidatietarief.

Volgens geïntimeerde heeft appellante hem onnodig op kosten gejaagd door hoger beroep in te stellen van het vonnis van de voorzieningenrechter van 15 mei 2017. Appellante heeft het hoger beroep ten onrechte aangeduid als spoedappel, terwijl niet aan de formaliteiten daarvoor is voldaan. Geïntimeerde stelt dat hij niet anders kon dan op de eerst dienende dag advocaat stellen, waardoor hij griffierecht van € 1.628,- verschuldigd werd.

De advocaat van appellante stelt in haar antwoordakte dat de procedure in eerste aanleg nodig was omdat geïntimeerde weigerde mee te werken aan de tenuitvoerlegging van het arrest van het hof van 26 januari 2016.

Na afwijzing van haar vordering in conventie diende appellante binnen vier weken hoger beroep in te stellen van het vonnis van de voorzieningenrechter van 15 mei 2017. Volgens appellante is dan ook geen sprake van een onterecht ingesteld appel.

Volgens appellante heeft geïntimeerde reeds op 21 juni 2017 advocaat doen stellen. Dat was zonder noodzaak één week voor de eerst dienende dag en ook vóórdat de Hoge Raad (bij vervroeging) arrest heeft gewezen.

Vanaf de datum van stellen was geïntimeerde echter wel het griffierecht verschuldigd, aldus appellante, die ermee besluit dat de proceskosten op grond van de familierelatie tussen partijen dienen te worden gecompenseerd.

Verdeling van een nalatenschap. Veroordeling proceskosten? Onnodig procederen?

Uit het verzoek van appellante om de zaak door te halen, gelezen in samenhang met haar antwoordakte van 8 augustus 2017, leidt het hof af dat appellante haar grieven tegen het vonnis van de voorzieningenrechter van 15 mei 2017 niet langer handhaaft.

Nu appellante niet langer grieft tegen het vonnis waarvan beroep, en in aanmerking nemend dat dit vonnis niet in strijd is met rechtsregels die van openbare orde zijn, zal het hoger beroep van appellante worden verworpen.

Anders dan geïntimeerde heeft bepleit, ziet het hof geen aanleiding om ten aanzien van de proceskosten af te wijken van hetgeen gebruikelijk is in zaken waarbij partijen in een nauwe familierelatie tot elkaar staan.

Van het hoger beroep kan niet worden gezegd dat deze procedure tegen beter weten in is ingesteld of dat anderszins door appellante nodeloos kosten zijn veroorzaakt bij geïntimeerde.

Dat het hoger beroep is aangebracht als spoedappel (al dan niet terecht) maakt hierbij geen verschil.

De proceskosten zullen worden gecompenseerd, zodanig dat appellante en geïntimeerden c.s. de eigen kosten dragen.

Wilt u de gehele uitspraak bekijken? Klik dan hier.

Heeft u een vraag over de verdeling van een erfenis, over de legitieme of over het kindsdeel of over de vergoeding van proceskosten of over onnodig procederen in erfrechtzaken, belt u dan gerust onze advocaat verdeling erfenis op 020-3980150.