Onze advocaat erfrecht wordt vaak gevraagd om advies in zaken waarin na het overlijden van de eerst ouder de erfdelen, ook wel kindsdelen, niet zijn vastgesteld. Met name in samengestelde gezinnen waarin de achterblijvende langstlevende de stiefouder is van de erfgenamen van erflater levert dit nogal eens conflicten op bij het overlijden van de langstlevende.

Zo komt het voor dat de erfgenamen van de langstlevende aanvoeren dat degenen die recht hebben op een kindsdeel eerder in actie hadden moeten komen (NB soms zit er wel 10-20 jaar verschil tussen het overlijden van de eerste en de tweede (stief)ouder. Echter op 5 december 2007 overwoog de Rechtbank Dordrecht dat zowel de erfgenamen van de eerstoverleden (stief)ouder als de langstlevende op dit punt in actie kunnen komen en dat zij over en weer elkaar derhalve niet het verwijt kunnen maken dat de ander niet in actie is gekomen:  “Tussen [eiseres] en moeder is gecorrespondeerd over de waarde van de bestanddelen in de nalatenschap van vader. Niet valt in te zien waarom alleen [eiseres] in actie diende te komen toen de discussie in de correspondentie stil viel. Moeder had evenzeer in actie kunnen komen […..]. [Eiseres] heeft derhalve haar recht op vaststelling van haar erfdeel op een hoger bedrag dan […..] niet verwerkt”. Ook overwoog de rechtbank dat het uitblijven van een reactie “onvoldoende [is] om redelijkerwijs er op te kunnen vertrouwen dat [eiseres] alsnog instemde met vaststelling van haar vordering op basis van de bij de successieaangifte gehanteerde waarden”.

Ook zijn de erfgenamen van de eerstoverleden (stief)ouder niet gebonden aan de successieaangifte, die meestal door de langstlevende wordt opgesteld. De Hoge Raad op 30 september 2016: […..] zijn de erfgenamen bij de vaststelling van hun onderbedelingsvorderingen in hun onderlinge verhouding niet gebonden aan de waardering voor het successierecht. De hogere werkelijke waarde moet bij het tweede overlijden (van vader) in aanmerking worden genomen, tenzij de vaststelling van de civielrechtelijke vorderingen al heeft plaats gevonden. De aangegeven waarden voor de heffing van het successierecht binden de erfgenamen niet”.

Hierbij is natuurlijk van belang dat voor de aangifte erfbelasting gekozen wordt voor een fiscaal optimale waarde, dat wil zeggen een zo laag mogelijke erfbelasting. De erfgenamen daarentegen hebben voor hun kindsdelen echter recht op de economische waarde, die meestal hoger is.

Het recht om aan de kantonrechter te vragen de vordering vast te stellen is niet aan verjaring onderhevig. De indiening van een verzoekschrift hoeft niet binnen een bepaalde termijn plaats te vinden, zo staat het letterlijk in de Handleiding voor kantonrechters. Zie ook Rb Dordrecht op 5 december 2007: De in de vordering […..] besloten vaststelling daarvan door de rechtbank betreft derhalve de uitwerking van de in de uiterste wil van vader neergelegde verdeling en niet de vernietiging daarvan. Op die uitwerking is art. 3:200 BW noch een andere wettelijke verjarings- of vervaltermijn van toepassing”.

Als u wilt weten wat de mogelijkheden zijn om de kindsdelen juist zo hoog of laag mogelijk vast te stellen neemt u dan contact op met onze erfrechtadvocaten Toon Kool of Maddie Wisman: 020 – 398 01 50.