Van onze advocaat erfrecht. De Rechtbank Midden-Nederland heeft op 21 september 2017 uitspraak gedaan over, en toepassing gegeven aan, artikel 4:191 lid 2 BW: de rechter schrijft op verzoek van een erfgenaam een maatregel voor die bestaat uit het tijdelijk opdragen van het beheer over een nalatenschap.

De kantonrechter heeft kennisgenomen van de brief van mr. B van 7 juni 2017, met als bijlage een verzoekschrift ex artikel 4:191 lid 2 Burgerlijk Wetboek (BW). Verzocht is om een maatregel voor te schrijven, die bestaat uit het tijdelijk opdragen van het beheer over de nalatenschap van erflaatster aan mr. B totdat het erfgenamenonderzoek is afgerond en alle rechthebbenden zich hebben uitgesproken over het al dan niet aanvaarden van de nalatenschap van erflaatster, zodat in het beheer van de nalatenschap van erflaatster kan worden voorzien en mr. B alle stukken die betrekking hebben op de nalatenschap onder zich kan nemen en op kan vragen bij de betreffende personen of instanties en verder onderzoek kan doen naar de erfgenamen van erflaatster.

Volgens het verzoekschrift was erflaatster ten tijde van haar overlijden ongehuwd en niet als partner geregistreerd. Zij heeft geen afstammelingen achtergelaten en zij was enig kind. Er is geen vader van erflaatster bekend.

Erflaatster heeft geen testament gemaakt. Erfgenamen van erflaatster zijn dus de afstammelingen van haar grootouders aan moederszijde bij plaatsvervulling.

Verzoekster is één van de afstammelingen van een oom van erflaatster. Zij heeft de nalatenschap beneficiair aanvaard.

De nalatenschap bestaat, voor zover bekend, uit een bedrag aan banktegoeden bij de Rabobank van ongeveer € 30.000,-. Van schulden lijkt geen sprake te zijn. De nalatenschap kan nu niet beheerd worden.

Momenteel doet mr. B onderzoek naar de erfgenamen van erflaatster. Ter zitting heeft mr. B toegelicht dat diverse erfgenamen reeds bekend zijn, maar dat in sommige gevallen hun erfgenaamschap nog geverifieerd en bevestigd moet worden aan de hand van informatie uit de gemeentelijke basisadministratie. Daarbij bestaat de mogelijkheid dat nog afstammelingen bestaan van een oom en tante van erflaatster, die tot hun overlijden in Indonesië woonden en daar zijn overleden.

Artikel 4:191 lid 2 BW : maatregelen tot het behoud van de goederen van de nalatenschap

Artikel 4:191 lid 2 BW luidt:

“Zolang de nalatenschap niet door alle erfgenamen is aanvaard, kan de kantonrechter de maatregelen voorschrijven die hij tot behoud van de goederen nodig acht.”

De kantonrechter overweegt als volgt.

Er moet nog verder onderzoek worden gedaan naar potentiële erfgenamen van erflaatster in Nederland en Indonesië. Een door de kantonrechter aangewezen beheerder van de nalatenschap kan het erfgenamenonderzoek voortzetten en voltooien. Daarbij wordt de nalatenschap momenteel niet beheerd. Mr. B heeft met de thans bekende erfgenamen afspraken gemaakt over zijn beloning voor het geval hij tot tijdelijk beheerder wordt aangesteld. Het alternatief voor de verzochte maatregel is dat aan de rechtbank wordt verzocht om een vereffenaar te benoemen. Dat alternatief zal vermoedelijk meer kosten met zich meebrengen dan de verzochte maatregel, terwijl geen sprake lijkt te zijn van openstaande schulden van de nalatenschap.

De kantonrechter is van oordeel dat de gevraagde maatregel proportioneel is in verhouding tot de (vermoedelijke) omvang van de nalatenschap en dat deze een praktische en gepaste oplossing biedt om het erfgenamenonderzoek verder uit te kunnen voeren en in het beheer van de nalatenschap te kunnen voorzien totdat alle erfgenamen bekend zijn en zich hebben uitgesproken over het al dan niet aanvaarden van de nalatenschap. Daarom zal de kantonrechter het verzoek toewijzen.

De kantonrechter zal mr. B de verplichting opleggen om over zes maanden aan de kantonrechter schriftelijk verslag uit te brengen over de stand van zaken in het erfgenamenonderzoek en de afwikkeling van de nalatenschap.

De namen van de belanghebbenden bij dit verzoek, te weten de nu bekende erfgenamen van erflaatster, staan niet vermeld in het verzoekschrift. Zij zijn daarom niet opgeroepen voor de mondelinge behandeling van het verzoek. Mr. B heeft ter zitting aangegeven dat alle bekende erfgenamen instemmen met het verzoek. Mochten de erfgenamen van erflaatster toch bezwaren hebben tegen de verzochte maatregel, dan kunnen zij zich schriftelijk wenden tot de kantonrechter.

Wilt u de gehele uitspraak bekijken? Klik dan hier.

Heeft u vragen over de verdeling en afwikkeling van een erfenis, over het beheer van een nalatenschap of over een onderzoek naar de erfgenamen in een erfenis, belt u dan gerust onze advocaat erfrecht op 020-3980150.