Van onze advocaat erfrecht. De Rechtbank Noord-Nederland heeft op 9 september 2017 uitspraak gedaan over de vraag of rente verschuldigd is over schulden die onder algemene titel op de erfgenaam zijn overgegaan.

De bezwaren van de erfgenaam richten zich in de eerste plaats tegen de erkenning dan wel de betwisting door de vereffenaar van enkele vorderingen van A , B en de erfgenaam zelf, zoals daarvan blijkt uit de door de vereffenaar bij brief overlegde lijsten.

Verzet tegen de uitdelingslijst

Op grond van artikel 4:218 lid 3 BW kan de erfgenaam bij de rechtbank in verzet komen tegen de rekening en verantwoording of tegen de uitdelingslijst binnen een maand na de openlijke bekendmaking van de neerlegging daarvan. Nog daargelaten dat van een dergelijke neerlegging of openlijke bekendmaking nog geen sprake geweest, biedt de onderhavige procedure bij de rechter-commissaris geen ruimte voor een beoordeling van de bezwaren.

Voor zover de bezwaren betrekking hebben op de betwiste vorderingen van de erfgenaam zelf, wijst de rechter-commissaris erop dat op grond van artikel 4:223 lid 2 BW de mogelijkheid bestaat voor een schuldeiser om tijdens de vereffening zijn vorderingsrecht bij vonnis te doen vaststellen. Ook daarvoor biedt de onderhavige procedure bij de rechter-commissaris geen ruimte.

Rente verschuldigd over schulden die onder algemene titel zijn overgegaan?

Wel ziet de rechter-commissaris in de brief van de vereffenaar van 11 februari 2017, mede gelet op de bezwaren van de erfgenaam aanleiding om een aanwijzing te geven met betrekking tot de rente vanaf de overlijdensdatum.

De vereffenaar stelt zich namelijk ten onrechte op het standpunt dat er vanaf de overlijdensdatum, naar analogie van artikel 128 van de Faillissementswet, geen rente meegenomen dient te worden. Genoemd wetsartikel is een uitwerking van het beginsel dat de rechten van schuldeisers worden gefixeerd op het moment van de faillietverklaring. Een dergelijk fixatiebeginsel geldt niet ten aanzien van nalatenschappen.

Erfgenamen worden van rechtswege schuldenaar van de schulden van de erflater die niet met de dood tenietgaan (artikel 4:182 lid 2 BW), zodat ook de daaraan verbonden renteverplichtingen mee overgaan. Dat een beneficiaire aanvaarding door een erfgenaam terugwerkt tot aan de overlijdensdatum, staat hier los van. De vereffenaar is kortom bij de erkenning of betwisting van vorderingen van schuldeisers op de nalatenschap uitgegaan van een verkeerd uitgangspunt.

Wilt u de gehele uitspraak bekijken? Klik dan hier.

Heeft u vragen over de vereffening van een erfenis, over verzet tegen een uitdelingslijst of over rentevergoeding van vorderingen uit de erfenis, belt u dan gerust onze advocaat erfrecht op 020-3980150.

Wilt u meer weten over de verdeling van een erfenis? Bezoek dan ook onze pagina verdeling erfenis. Klik dan hier.