De Rechtbank Noord-Nederland heeft op 22 mei 2020 uitspraak gedaan over de vraag of een partiële verdeling mogelijk was tijdens de executele.

Bevoegde rechter en toepasselijk recht. Groot-Brittannië.

Nu eiseres in Groot-Brittannië woonachtig is en de vordering uit dien hoofde een internationaal karakter draagt, dient allereerst de vraag te worden beantwoord of de Nederlandse rechter bevoegd is van de vorderingen kennis te nemen en zo ja, welk recht moet worden toegepast.

Erflater is na 17 augustus 2015 overleden, zodat de Erfrechtverordening van toepassing is.

Op grond van artikel 4 van de Erfrechtverordening zijn de gerechten van de lidstaat waar de erflater op het tijdstip van overlijden zijn gewone verblijfplaats had, internationaal bevoegd om uitspraak te doen over de erfopvolging in haar geheel.

Niet in geschil is dat erflater ten tijde van zijn overlijden zijn gewone verblijfplaats in Nederland had, zodat de Nederlandse rechter bevoegd is om over onderhavige vorderingen te beslissen.

Ook het Nederlandse recht is van toepassing, omdat erflater in zijn testament een geldige keuze voor het Nederlandse recht heeft uitgebracht (artikel 22 Erfrechtverordening).

Executele. Partiële verdeling tijdens executele? Moet de executeur tevens zijnde afwikkelingsbeheervoerder rekening en verantwoording afleggen?

De rechter oordeelt als volgt.

Tussen partijen staat vast dat de taak van gedaagde als executeur nog niet is geëindigd.

In artikel 4:145 BW is bepaald dat in geval van benoeming van een executeur, die tot taak heeft goederen der nalatenschap te beheren, de erfgenamen niet zonder zijn medewerking of machtiging van de kantonrechter over die goederen of hun aandeel daarin kunnen beschikken, voordat zijn bevoegdheid tot beheer is geëindigd.

Uitgangspunt van artikel 4:145 BW is dat de executele moet zijn voltooid alvorens de nalatenschap kan worden verdeeld.

Dat geldt, anders dan eiseres aanvoert, ook voor partiële verdeling op grond van artikel 3:179 BW.

Eén en ander lijdt uitzondering, zoals in artikel 4:145 lid 1 BW is bepaald, indien de executeur medewerking verleent aan de (partiële) verdeling of er een machtiging van de kantonrechter is verstrekt.

De ratio van artikel 4:145 lid 1 BW is dat het beschikken door de erfgenamen over de goederen van de nalatenschap tot gevolg heeft dat deze goederen niet meer onder het beheer van de executeur vallen, waardoor de executeur deze niet meer te gelde kan maken ter voldoening van de schulden van de nalatenschap.

De rechtbank begrijpt dat eiseres (primair) bedoelt dat gedaagde door het maken van partiële verdelingsafspraken in 2012 en 2016 medewerking in de hiervoor bedoelde zin heeft verleend en dat hij slechts nog uitvoering dient te geven aan de gemaakte afspraken.

Verder begrijpt de rechtbank dat eiseres ten aanzien van de afspraken die volgens haar in 2012 zijn gemaakt, voor een deel nakoming vordert, namelijk voor zover die betrekking hebben op het gereserveerde bedrag op de ervenrekening van € 45.000,00.

Nu de executele nog niet tot een einde is gekomen, kan de rechtbank daartoe, gelet op het in artikel 4:145 lid 1 BW bepaalde, in beginsel niet overgaan.

Dat is mogelijk anders indien eiseres voldoende feiten en omstandigheden stelt waaruit kan volgen dat de schulden van de nalatenschap zijn voldaan en zij een voldoende belang heeft bij haar vordering (in lijn met Hoge Raad, 19 mei 2017, HR:2017:939), maar dat heeft eiseres niet gesteld.

Tussen partijen staat vast dat de taak van gedaagde als afwikkelingsbewindvoerder inmiddels is geëindigd en de taak van gedaagde als executeur nog niet.

Partijen verschillen van mening over de vraag of gedaagde over de periode waarin hij zijn taak als afwikkelingsbewindvoerder uitvoerde, thans rekening en verantwoording moet afleggen.

Volgens eiseres is dat het geval, omdat in artikel 4:161 lid 1 BW is bepaald dat de bewindvoerder aan het einde van zijn taak rekening en verantwoording moet afleggen aan de rechthebbende, in het onderhavige geval de erfgenamen.

Volgens gedaagde is dat niet het geval, omdat in het testament een specifieke regeling is opgenomen over het afleggen van rekening en verantwoording en die regeling zo moet worden uitgelegd dat het afleggen van rekening en verantwoording pas dient te gebeuren als zowel de taak van gedaagde als afwikkelingsbewindvoerder als de taak van gedaagde als executeur is geëindigd.

Eiseres betwist die uitleg.

De rechtbank overweegt dat het testament moet worden uitgelegd met toepassing van artikel 4:46 BW.

Dit betekent dat bij de uitleg moet worden gelet op de verhoudingen die het testament kennelijk wenst te regelen en op de omstandigheden waaronder het testament is gemaakt.

Erflater heeft gedaagde benoemd tot executeur en heeft de taken en bevoegdheden van gedaagde uitgebreid door hem ook te benoemen tot afwikkelingsbewindvoerder.

Gedaagde is daarmee benoemd tot een zogenaamd ‘drie-sterren-executeur’.

Omtrent die taak heeft erflater in zijn testament bepaalde regelingen opgenomen onder het kopje ‘executeur en afwikkelingsbewindvoerder’.

Onder dat kopje is bepaald dat ‘de executeur’ gehouden is om bij het einde van zijn beheer rekening en verantwoording af te leggen aan zijn erfgenamen.

De rechtbank is van oordeel dat gelet op de gecombineerde taak van gedaagde als executeur en afwikkelingsbewindvoerder en het feit dat de regeling omtrent het afleggen van rekening en verantwoording is opgenomen onder het kopje executeur én afwikkelingsbewindvoerder, het testament zo moet worden uitgelegd dat gedaagde rekening en verantwoording moet afleggen als zijn taak als ‘drie-sterren-executeur’ is geëindigd.

Die uitleg is naar het oordeel van de rechtbank ook niet in strijd met artikel 4:161 BW.

Aangezien de taak van gedaagde als executeur nog niet is geëindigd, hoeft gedaagde thans nog geen rekening en verantwoording af te leggen.

Verder verschillen partijen van mening over de vraag of gedaagde de door eiseres gewenste stukken op grond van artikel 4:148 BW aan haar over moet leggen.

In artikel 4:148 BW is bepaald dat de executeur aan een erfgenaam alle door deze gewenste inlichtingen omtrent de uitoefening van zijn taak geven moet geven.

De ratio van dit artikel brengt met zich dat de executeur zodanige inlichtingen aan de erfgenamen moet verschaffen dat zij inzicht kunnen krijgen in de wijze waarop hij het beheer voert.

De inlichtingen zijn daarmee dus beperkt tot die gegevens die voor dat doel nodig zijn.

Eiseres heeft niet onderbouwd waarom gedaagde specifiek de door haar gevorderde stukken moet overleggen om aan zijn informatieplicht jegens haar te voldoen.

Dit gedeelte van de vordering zal dan ook worden afgewezen.

Wilt u de gehele uitspraak bekijken? Klik dan hier.

Heeft u een vraag aan onze advocaat executeur over de vereffening of verdeling van een erfenis, over de uitleg van een testament of over de nietigheid van een testament, over de taken en bevoegdheden van de executeur, over het kindsdeel of over de legitieme, of over het afleggen van rekening en verantwoording in het erfrecht, belt u dan gerust onze advocaat executeur op 020-3980150.

Wilt u meer weten over de taken en bevoegdheden van de executeur, bezoek dan onze website over de executeur. Klik dan hier.

Wilt u meer weten over de verdeling van een erfenis, bezoek dan onze website over de verdeling van een erfenis. Klik dan hier.

Wilt u meer weten over het erfrecht, bezoek dan onze website van ons advocatenkantoor. Klik dan hier.