Het Gerechtshof Den Haag heeft enige tijd geleden uitspraak gedaan over de vraag of de legitieme directe opeisbaarheid was.

Beoordeeld moet worden of de rechtbank terecht heeft geoordeeld dat de legitieme porties direct opeisbaar zijn jegens de vrouw.

Hierover gaan de grieven van appellanten.

Appellanten betogen dat uit het ontbreken van een expliciete bepaling, zoals een langstlevende beding, geen bedoeling van erflater blijkt.

De opeisbaarheid van de legaten geeft eerder weer dat de bedoeling van de erflater juist was dat geïntimeerden hun legitieme portie niet zouden opeisen.

De legaten hadden als een compensatie voor de onterving te gelden.

De erflater heeft bij de making expliciet bedoeld dat de vrouw als niet familielid toch als erfgenaam is benoemd.

Deze status als erfgenaam en als partner is nog eens bekrachtigd door het op 22 juli 1998 gesloten samenlevingscontract.

Hieruit volgt de wens tot verzorging van de vrouw.

In het samenlevingscontract is in artikel 7 een verblijvensbeding opgenomen.

Bepalingen die de erflater met zijn partner in een samenlevingscontract heeft opgemaakt zijn wel degelijk van belang.

De rechtbank heeft dan ook ten onrechte geoordeeld dat de samenlevingsovereenkomst niet van belang is, maar dat uitsluitend het testament doorslaggevend zou zijn voor de beoordeling van deze vraag.

Appellanten verwijzen naar artikel 4:131 Overgangswet NBW(OWNBW).

Geïntimeerden stellen dat uit de bepaling over de legaten valt af te leiden dat de erflater niet tot doel had te bewerkstelligen dat de vrouw ongestoord zou kunnen voortleven.

De legaten zijn direct opeisbaar.

Onder oud recht had ook kunnen worden opgenomen dat de legitieme niet direct opeisbaar was.

De bedoeling van artikel 129 Overgangswet NBW is om een partner die onder oud recht beschermd was tegen legitimarissen, ook onder het nieuwe recht deze bescherming te doen genieten.

In het testament is geen aanwijzing te vinden dat het de bedoeling was de partner ongestoord te laten voortleven.

Het beroep op de samenlevingsovereenkomst kan appellanten niet baten omdat de toepasselijkheid van artikel 129 lid 1 Overgangswet NBW dient te worden beoordeeld aan de hand van het testament.

Artikel 131 OWNBW mist toepassing omdat er sprake is van een redelijke tegenprestatie.

Op de vrouw rust immers de verplichting de volledige hypothecaire schuld ad € 54.498,08 voor haar rekening te nemen.

Legitieme. Directe opeisbaarheid van de legitieme? Uitleg van een testament. Overgangsrecht.

De vraag ligt ter beoordeling of de legitieme direct opeisbaar is.

De rechter oordeelt als volgt.

Het hof overweegt als volgt over de strekking van artikel 129 OWNBW.

Uit de Parlementaire Geschiedenis volgt dat artikel 129 OWNBW niet meer of anders beoogt dan de bescherming, die de langstlevende in het nieuwe recht geniet, door te laten werken naar reeds voor de inwerkingtreding van het nieuwe erfrecht gemaakte testamenten die onder het nieuwe recht moeten worden uitgevoerd, omdat de nalatenschap is open gevallen op of na 1 januari 2003.

Onder het oude recht werd aan een uiterste wilsbeschikking ten behoeve van een echtgenoot (of geregistreerde partner of andere levensgezel) veelal de bepaling toegevoegd dat de uiterste wilsbeschikking (mede) werd gemaakt ter nakoming van een jegens deze bestaande natuurlijke verbintenis tot verzorging.

Wanneer de nalatenschap onder het huidige recht openvalt, worden de rechten van de legitimaris echter bepaald door het huidige recht (art. 68a OBW).

Onder dit huidige recht is een making ter nakoming van een natuurlijke verbintenis niet meer veilig voor de aanspraken van legitimarissen.

Artikel 4:87 lid 2 BW bepaalt immers dat ook op een dergelijke making kan worden ingekort, zij het als laatste.

Artikel 129 lid 1 OWNBW biedt ten aanzien van een oude uiterste wilsbeschikking een op art. 4:82 BW geënte bescherming tegen aanspraken van legitimarissen: hun vorderingen zijn, voor zover zij ten laste zouden komen van de echtgenoot (of geregistreerde partner of andere levensgezel), niet opeisbaar tot het moment van diens overlijden.

De door art. 129 lid 1 OBW geboden bescherming staat los van het bestaan en de omvang van de verzorgingsbehoefte van de langstlevende en van de bepalingen in de uiterste wilsbeschikking hieromtrent.

Het hof is, gelet op wat hiervoor is overwogen, van oordeel dat – gelet op de ratio van artikel 129 lid 1 OWNBW – een op art. 4:82 BW geënte bescherming tegen aanspraken van legitimarissen – niet te licht kan worden aangenomen dat uit een onder het oude recht gemaakt testament valt af te leiden dat de erflater deze bescherming van zijn echtgenoot of andere levensgezel niet heeft gewild (artikel 129 lid 2 OWNBW).

Dit geldt temeer indien uit de bewoordingen van het testament over die opeisbaarheid niets is vermeld.

Het hof acht het feit dat in het testament van erflater geen termijn is verbonden aan de opeisbaarheid van de legaten niet (zonder meer) redengevend voor de opeisbaarheid van de legitieme porties.

Legaten van een geldsom zijn in beginsel pas opeisbaar zes maanden na het overlijden van de erflater (art.4:125 BW) en voor andere legaten dan geldlegaten wordt algemeen aangenomen dat daarvoor ook deze, niet fatale, termijn geldt.

Dat de legaten kort na het overlijden van de erflater opeisbaar zijn, is op zichzelf onvoldoende om de vrouw de bescherming van artikel 129 lid 1 OWNBW te onthouden.

Uit de bewoordingen van het testament is niet op te maken dat de erflater heeft willen bepalen dat ook de legitieme porties direct opeisbaar zijn.

Het testament vermeldt daar niets over.

Uit de Parlementaire Geschiedenis valt op te maken dat zo’n bedoeling slechts kan worden aangenomen indien het testament een bepaling bevat over een eerdere opeisbaarheid, bijvoorbeeld in geval van hertrouwen of faillissement van de langstlevende.

Eerst dan valt de bescherming van artikel 129 lid 1 OWNBW weg (Kamerstukken 26822, nr. 6).

Uit de verhoudingen die de uiterste wil van erflater kennelijk wenst te regelen en op de omstandigheden waaronder die uiterste wil is gemaakt, is evenmin de conclusie te trekken dat erflater dit anders bedoeld zou hebben.

Vast staat die omstandigheden waren dat erflater op het moment van het maken van zijn uiterste wil een gemeenschappelijke huishouding voerde met de vrouw en dat uit hun relatie (de jongste zoon) in 1991 was geboren.

Nu de uiterste wil in die zin ook duidelijk is komt het hof niet toe aan de vraag of in die beoordeling de nadien in 1998 gesloten samenlevingsovereenkomst moet worden betrokken.

Appellanten hebben zich nog beroepen op artikel 131 OWNBW, maar gezien het bovenstaande behoeft dat dus geen nadere bespreking meer.

Het hof is op grond van al hetgeen hiervoor is overwogen van oordeel dat uit het testament van erflater niet is af te leiden dat erflater de bedoeling heeft gehad te bepalen dat (ook) de legitieme direct opeisbaar zijn.

Artikel 129 lid 1 OWNBW is van toepassing en dat betekent dat de vorderingen van de legitimarissen niet opeisbaar zijn jegens de vrouw.

Appellanten hebben gevorderd te bepalen dat de vorderingen niet opeisbaar zijn van zowel de vrouw als van de jongste zoon, dan wel niet opeisbaar van de vrouw.

Nu appellanten verder niet, althans niet onderbouwd, hebben aangegeven op welke grond de legitimaire vorderingen evenmin opeisbaar zouden zijn van de jongste zoon, zal het hof de vordering in zoverre afwijzen en het bestreden vonnis op dit onderdeel bekrachtigen.

Wilt u de gehele uitspraak bekijken? Klik dan hier.

Heeft u een vraag aan onze advocaat legitieme over de vereffening of verdeling van een erfenis, over de uitleg van een testament of over de nietigheid van een testament, over de taken en bevoegdheden van de executeur, over het kindsdeel of over de legitieme, over een over onterving of over het overgangsrecht in het erfrecht, belt u dan gerust onze advocaat legitieme op 020-3980150.

Wilt u meer weten over de legitieme, bezoek dan onze website over de legitieme. Klik dan hier.

Wilt u meer weten over de verdeling van een erfenis, bezoek dan onze website over de verdeling van een erfenis. Klik dan hier.

Wilt u meer weten over het erfrecht, bezoek dan onze website van ons advocatenkantoor. Klik dan hier.