De Rechtbank Limburg heeft op 27 mei 2019 uitspraak gedaan over een verzoek tot het ontslag van een executeur.

De erfgenaam verzoekt om de huidige executeurs te ontslaan.

De advocaat van de erfgenaam stelt daartoe dat de boedelbeschrijving eerst na acht maanden , en daarmee te laat, hebben opgesteld.

Ook de taxatie van de onroerende zaak (het appartement van de erflaatster) ontbreekt in de boedelbeschrijving net als de omvang van het kindsdeel dat is ontstaan uit het overlijden van haar vader op die met de erflaatster als langstlevende in gemeenschap van goederen was gehuwd.

Uit de opgestelde boedelbeschrijving blijkt niet wat de exacte omvang van de huwelijksgoederengemeenschap was dan wel hoeveel door de erflaatster als langstlevende is opgesoupeerd.

Die omstandigheden zijn van invloed op de omvang van de vaststelling van de legitieme portie en gelet op al het voorgaande stemt de erfgenaam niet in met de inhoud van de boedelbeschrijving.

De erfgenaam heeft de executeurs tevergeefs verzocht aan te geven wat er met voormelde zaken is gebeurd teneinde de verkoopwaarde te kunnen laten taxeren en te kunnen vaststellen hoe hoog haar kindsdeel uit de nalatenschap van haar vader was.

Ontslag van de executeur. Boedelbeschrijving. Beneficiaire aanvaarding. Einde van de taak van de executeur?

De rechter oordeelt als volgt.

De kantonrechter stelt voorop dat hij aan een inhoudelijke bespreking van de onderhavige kwestie niet kan toekomen.

De verweren van de executeur, dat niet-ontvankelijk dient te worden verklaard in haar verzoek tot ontslag van executeur, en dat niet de kantonrechter maar de rechtbank bevoegd is ter zake het verzoek tot ontslag van de executeur, treffen doel.

Onweersproken staat vast dat de erfgenamen de nalatenschap van de erflaatster beneficiair hebben aanvaard, dat zij daardoor als vereffenaars van de nalatenschap hebben te gelden en dat de executeur voor de beneficiaire aanvaarding, in haar hoedanigheid van executeur, geen zogenoemde ruimschoots-verklaring ex art. 4:202 lid sub a BW heeft afgelegd.

Deze omstandigheden leiden er vervolgens toe dat de nalatenschap van de erflaatster overeenkomstig het bepaalde in art. 4:202 BW dient te worden vereffend en dat, in het verlengde daarvan, op grond van art. 4:149 lid 1 sub d BW de taak van de executeur is geëindigd.

Dat brengt met zich dat de erfgenaam in haar verzoeken tot het ontslag van de huidige executeur niet-ontvankelijk zal worden verklaard.

Met andere woorden: er is dus, anders dan de erfgenaammeent, geen executeur meer en daarom kan een verzoek tot ontslag niet tot iets zinvols leiden.

Ten aanzien van het verzoek van de erfgenaam om de vereffenaars te ontslaan onder gelijktijdige benoeming van een nieuwe vereffenaar geldt niet het bepaalde in art. 4:204 doch het bepaalde in art. 4:203 lid 1 sub b BW.

Vaststaat immers dat de erfgenamen de nalatenschap van de erflaatster beneficiair hebben aanvaard.

De kantonrechter is dan niet bevoegd. Met andere woorden: de erfgenaam heeft bij de verkeerde rechter aangeklopt.

Wilt u de gehele uitspraak bekijken? Klik dan hier.

Heeft u een vraag aan onze advocaat executeur over de vereffening of verdeling van een erfenis, over de uitleg van een testament of over de nietigheid van een testament, over de taken en bevoegdheden van de executeur, over het kindsdeel of over de legitieme, of over het ontslag van een executeur, belt u dan gerust onze advocaat executeur op 020-3980150.

Wilt u meer weten over het erfrecht, bezoek dan onze website van ons advocatenkantoor. Klik dan hier.

Wilt u meer weten over de executeur, bezoek dan onze website over de executeur. Klik dan hier.