De Procureur-Generaal bij de Hoge Raad heeft op 22 maart 2019 nog eens de regels uiteengezet betreffende een processueel ondeelbare rechtsverhouding, zoals dat geldt tussen de erfgenamen van een nalatenschap.

Verdeling nalatenschap. Processueel ondeelbare rechtsverhouding tussen erfgenamen. Ambtshalve oproeping van de mede-erfgenamen op de voet van artikel 118 Rv.

De vordering betreft de verdeling van een nalatenschap. De erfgenamen in een erfenis vormen een processueel ondeelbare rechtsverhouding.

Het gaat daarbij om een beslissing van de rechter in de verdeling van de erfenis die in dezelfde zin moet luiden ten aanzien van alle bij de rechtsverhouding betrokkenen, dus alle erfgenamen tezamen.

De Hoge Raad heeft beslist dat in een procedure over een processueel ondeelbare rechtsverhouding alle bij die rechtsverhouding betrokken partijen in de procedure moeten worden betrokken (HR:2017:411)

Indien daarvan sprake is, kan de rechter slechts een beslissing geven in een geding waarin alle bij de rechtsverhouding betrokken partij zijn zodat de rechterlijke beslissing hen allen bindt.

Laat degene die een beslissing wil uitlokken over een processueel ondeelbare rechtsverhouding na om alle bij de rechtsverhouding betrokken partijen in het geding te roepen, dan dient de rechter ook ambtshalve de gelegenheid te geven om de niet opgeroepen personen of persoon alsnog als partij in het geding te betrekken door oproeping op de voet van artikel 118 Rv.

In dit geval is herstel op deze wijze dus mogelijk.

In het arrest van de Hoge Raad is ook een vordering tot een boedelbeschrijving en de verdeling van een nalatenschap een vordering die een processueel ondeelbare rechtsverhouding ten gevolge heeft.

Dit uitgangspunt wordt volgt verwoord: iedere partij in een procedure over een processueel ondeelbare rechtsverhouding heeft in eerste aanleg het recht jegens alle andere bij die rechtsverhouding betrokken partijen een beslissing daaromtrent te vorderen, ongeacht wie de procedure heeft aangespannen en ongeacht tegen wie de bij dagvaarding ingestelde vordering zich richt.

Voorts heeft ieder van hen het recht verweer te voeren tegen een vordering met betrekking tot een processueel ondeelbare rechtsverhouding, ongeacht door en tegen wie deze is ingesteld.

Dat heeft onder meer tot gevolg dat ook een reconventionele vordering ook kan worden ingesteld tegen een ander dan degene die als wederpartij de vordering in conventie heeft ingesteld.

Ook bij hoger beroep heeft ieder van partijen het recht verweer te voeren tegen een vordering met betrekking tot een processueel ondeelbare rechtsverhouding.

De Hoge Raad heeft verder ook de rechter een taak gegeven: laat degene die een beslissing wil uitlokken over een processueel ondeelbare rechtsverhouding na om alle bij de rechtsverhouding betrokken partijen in het geding te roepen, dan dient de rechter, naar aanleiding van een daarop gericht verweer dan wel ambtshalve, gelegenheid te geven om de niet opgeroepen personen alsnog als partij in het geding te betrekken door oproeping op de voet van art. 118 Rv binnen een daartoe door de rechter te stellen termijn. Ook dit geldt zowel in eerste aanleg als na aanwending van een rechtsmiddel.

Wilt u de gehele uitspraak bekijken? Klik dan hier.

Heeft u een vraag aan onze advocaat verdeling erfenis over de vereffening of verdeling van een erfenis, over de uitleg van een testament of over de nietigheid van een testament, over de taken en bevoegdheden van de executeur, over het kindsdeel of over de legitieme, of over een processueel ondeelbare rechtsverhouding, belt u dan gerust onze advocaat verdeling erfenis op 020-3980150.

Wilt u meer weten over het erfrecht, bezoek dan onze website van ons advocatenkantoor. Klik dan hier.