Het Gerechtshof Den Haag heeft enige tijd geleden uitspraak gedaan in een geschil tussen de legitimaris en de erfgenamen in een nalatenschap. Waren de door de legitimaris opgenomen geldbedragen aan te merken als een gift?

De advocaat van de erfgenamen stelt dat van de contante opnames ten bedrage van € 50.000,- in de periode van 10 maart 2006 tot en met december 2007 een bedrag van € 20.000,- moet worden aangemerkt als een gift van erflaatster aan zijn dochter, zijnde de legitimaris.

De dochter als legitimaris weerspreekt dat er sprake is geweest van een gift: zij stelt dat zij op verzoek van erflaatster geld heeft gepind en dat zij dit geld aan haar moeder gaf. Voor zover bedragen aan haar ten goede zijn gekomen betroffen dit gelden die zijn besteed aan gezamenlijke activiteiten met erflaatster. Het is besteed voor een goede verzorging van erflaatster en het haar bezorgen van een aangename oude dag.

Legitieme. Geschil tussen legitimaris en de erfgenamen. Zijn de door de legitimaris opgenomen geldbedragen aan te merken als een gift? Kosten van verzorging?

De rechter overweegt als volgt.

Anders dan de erfgenamen aanvoeren heeft de dochter, als legitimaris, niet verklaard dat zij gelden voor zichzelf heeft gehouden maar heeft zij verklaard dat er gelden door erflaatster aan haar zijn besteed.

De dochter heeft toegelicht dat zij geld pinde voor haar moeder en dit aan haar gaf. Deze bestedingen hadden maar een doel, te weten een goede verzorging van erflaatster en het haar bezorgen van een aangename oude dag.

De rechter is van oordeel dat niet vaststaat dat ten aanzien van de dochter sprake is geweest van giften van geld door erflaatster.

Als niet weersproken staat vast dat de dochter zich de zorg voor erflaatster heeft aangetrokken en dat gelden zijn besteed aan gezamenlijke activiteiten.

De gelden die aan de dochter ten goede zijn gekomen, zouden slechts als gift kunnen worden aangemerkt als bij erflaatster steeds sprake is geweest van een bevoordelingsbedoeling; dit is echter door de erfgenamen niet onderbouwd.

De rechter is van oordeel dat het doel was dat erflaatster het genot van haar geld kon hebben op de wijze die haar voor ogen stond, waarbij de dochter dat mogelijk kon maken door deel te nemen aan gezamenlijk activiteiten. In wezen bevoordeelde erflaatster zichzelf. Het vermogen van de dochter is ook niet verrijkt door deze bestedingen. Het bewijsaanbod van de erfgenamen dat sprake is van giften beantwoordt niet aan de daaraan in hoger beroep te stellen eisen, zodat dit wordt gepasseerd.

Wilt u de gehele uitspraak bekijken? Klik dan hier.

Heeft u een vraag aan onze advocaat legitieme over de vereffening of verdeling van een erfenis, over de uitleg van een testament of over de nietigheid van een testament, over de taken en bevoegdheden van de executeur, over het kindsdeel of over de legitieme of over het berekenen van de legitieme, belt u dan gerust onze advocaat legitieme op 020-3980150.

Wilt u meer weten over het erfrecht, bezoek dan onze website. Klik dan hier.