Van onze advocaat kindsdeel. De Rechtbank Limburg heeft op 2 april 2019 uitspraak gedaan in kort geding over de schorsing van de executie wegens misbruik van recht bij de executie jegens het privévermogen van de erfgenamen die beneficiair hadden aanvaard.

Eisers zijn de kinderen van de erflater en diens enige en algehele erfgenamen, ieder voor een gelijk deel van de nalatenschap van hun vader.

De erven hebben de nalatenschap beneficiair aanvaard en hebben zij de erfenis onder het voorrecht van boedelbeschrijving aanvaard.

Spoedeisend belang

De spoedeisendheid vloeit voort uit de aard van de zaak, omdat de erven de executie van de beschikking van de rechter op hun privévermogens wensen te voorkomen.

Kort geding. Schorsing van de executie? Misbruik van recht bij executie jegens het privévermogen van de erfgenamen die beneficiair hebben aanvaard?

Schorsing van de executie: artikel 438 Rv

De rechter stelt voorop dat een partij die een uitvoerbaar bij voorraad verklaarde beschikking heeft verkregen in beginsel bevoegd is die beschikking ten uitvoer te leggen.

Bij de beoordeling van de vraag of de tenuitvoerlegging van een uitvoerbaar bij voorraad verklaarde beschikking dient te worden geschorst, dienen volgens vaste rechtspraak de volgende maatstaven te worden aangelegd.

Als uitgangspunt geldt dat voor schorsing van de executie slechts plaats is in zeer uitzonderlijke omstandigheden, namelijk alleen als de rechter tot de conclusie komt dat de executant, mede gelet op de belangen aan de zijde van de geëxecuteerde die door de executie zullen worden geschaad, geen in redelijkheid te respecteren belang heeft bij gebruikmaking van zijn bevoegdheid tot tenuitvoerlegging over te gaan.

Dat laatste zal het geval kunnen zijn, indien de te executeren beschikking klaarblijkelijk op een juridische of feitelijke misslag berust, of indien de tenuitvoerlegging op grond van na de beschikking voorgevallen of aan het licht gekomen feiten klaarblijkelijk aan de zijde van de geëxecuteerde een noodtoestand zal doen ontstaan, waardoor een onverwijlde tenuitvoerlegging van het vonnis niet kan worden aanvaard (Zie Hoge Raad, 22 april 1983, HR:1983:AG4575).

Hiernaast kan de executie worden geschorst, indien sprake is van misbruik van bevoegdheid in de zin van artikel 3:13 lid 2 BW.

Uit de aanhef van de beschikking in samenhang gelezen met het verdere verloop van de procedure, blijkt dat de erven de verklaring van erfrecht, waaruit blijkt dat zij de nalatenschap van de erflater beneficiair hebben aanvaard, dat wil zeggen onder het voorrecht van boedelbeschrijving, als bedoeld in artikelen 4:190 lid 1 en 4:195 BW, aan de rechtbank hebben doen toekomen.

De rechter is van oordeel dat, omdat de rechter de verdeling van de huwelijksgoederengemeenschap bij beschikking heeft vastgesteld, bovendien niet kan worden volgehouden dat de erven hebben beschikt over een deel van de erfenis en daarmee hun door de wet beschermde positie hebben prijsgegeven.

Het dictum van de beschikking moet in het licht van de aanhef, de overgelegde verklaring van erfrecht en tegen de achtergrond dat er sprake is van een rechterlijke verdeling van de huwelijksgoederen-gemeenschap, naar het oordeel van de rechter dan ook zo worden gelezen dat de erven, als vereffenaars van de nalatenschap van erflater, zijn veroordeeld.

Voor zover uit het dictum van de beschikking door enkel de formulering van dat dictum in ogenschouw te nemen zou kunnen worden begrepen dat de erven in hun privévermogens aansprakelijk zijn inzake de uit de verdeling van de huwelijksgoederengemeenschap voorvloeiende vordering van de gedaagde, berust dit dus op een onjuiste uitleg van die beschikking en het daarvan deel uitmakende dictum.

Vaststaat dat de boedelbeschrijving nog niet door de vereffenaars is afgerond en dat de uitdelingslijst is vastgesteld.

Door de beschikking thans te executeren jegens ieder van de erven in elk van hun privévermogens maakt gedaagde misbruik van recht, omdat haar bevoegdheid die beschikking ten uitvoer te leggen niet kan worden uitgeoefend ten aanzien van de privévermogens van de erven.

Dat de nalatenschap mogelijk een ontoereikend batig saldo heeft om de vordering van gedaagde volledig te kunnen voldoen, doet daar niet aan af.

De rechter acht geen termen aanwezig om af te zien van het opleggen van een dwangsom. Wel zal de dwangsom worden gemaximeerd als na te melden, in overeenstemming met de eisen van de redelijkheid.

Wilt u de gehele uitspraak bekijken? Klik dan hier.

Heeft u een vraag over de vereffening en verdeling van een erfenis, over de taken en bevoegdheden van de executeur, over de uitleg van een testament, over beneficiaire aanvaarding, over het kindsdeel of over de legitieme of over informatieverstrekking in het erfrecht, belt u dan gerust onze advocaat kindsdeel op 020-3980150.