Van onze advocaat executeur. De Rechtbank Limburg heeft op 17 januari 2019 uitspraak gedaan over de procesrechtelijke gevolgen van het in een bepaalde hoedanigheid procederen ten behoeve van een nalatenschap.

Eiseres was de partner van de erflater. Eiseres is in het testament van de erflater benoemd tot executeur van diens nalatenschap. Volgens het testament bestaat de taak van de executeur in het beheren van de goederen van de nalatenschap en het voldoen van de schulden daarvan.

Eiseres stelt dat tussen erflater en de gedaagde een overeenkomst tot stand is gekomen met betrekking tot de onderneming van de erflater

Die overeenkomst hield in dat de erflater zijn onderneming zou overdragen aan de gedaagde voor de koopprijs van € 67.500,-, waarvan de helft door de gedaagde aan erflater, dan wel diens rechtsopvolger, diende te worden betaald op 1 januari 2019, en de andere helft in twaalf gelijke, renteloze delen per de eerste van de maand, te beginnen op 1 april 2019.

Eiseres stelt dat gedaagde toerekenbaar tekort schiet door de verbintenissen uit de koopovereenkomst niet na te komen, nu de gedaagde in een schrijven van 16 november 2018 de koopovereenkomst wegens een beweerde tekortkoming van de erflater heeft ontbonden, dan wel de koopovereenkomst heeft vernietigd wegens een beweerde dwaling aan haar zijde.

Hoedanigheid van procespartij : procederen als erfgenaam of als executeur? Niet-ontvankelijkheid?

De rechter overweegt het volgende.

Eiseres stelt in de dagvaarding dat zij de nalatenschap van erflater nog niet definitief (beneficiair) heeft aanvaard of verworpen, maar dat zij inmiddels wel de benoeming tot executeur heeft aanvaard, zodat zij op grond van artikel 4:145 lid 2 BW bevoegd is om namens de nalatenschap op te treden.

In de dagvaarding heeft eiseres niet vermeld dat zij de onderhavige vordering instelt in hoedanigheid van executeur-testamentair.

Weliswaar vindt de stelling dat van de hoedanigheid waarin een procespartij optreedt steeds uitdrukkelijk melding moet worden gemaakt, in zijn algemeenheid geen steun in het recht, doch uit rechtspraak (Hoge Raad, 22 oktober 2004, NJ 2006, 202) volgt dat wel strenge eisen worden gesteld aan de duidelijkheid van de formulering van het exploot en meer in het bijzonder aan de omschrijving van de identiteit en de hoedanigheid van degene op wiens verzoek het exploot wordt gedaan.

Aan die duidelijkheid ontbreekt het hier echter.

Daar waar in het dagvaardingsexploot nog wordt gesteld dat eiseres de vordering namens de nalatenschap van erflater instelt op grond van het bepaalde in artikel 4:145 lid 2 BW, stelt zij in de pleitnotitie dat zij op grond van artikel 4:182 lid 1 BW juncto artikel 3:80 lid 2 BW de rechtsopvolger is van erflater, zodat gedaagde haar betalingsverplichtingen uit hoofde van de koopovereenkomst jegens eiseres dient na te komen.

Dat wekt op zijn minst de suggestie dat eiseres de onderhavige vordering niet instelt als executeur namens de nalatenschap, maar namens zichzelf, als erfgename van de erflater.

Eiseres stelt anderzijds in haar pleitnotitie dat zij tot “executeur-testamentair” is benoemd en daarmee bevoegd is beheershandelingen namens de nalatenschap van de erflater te verrichten en zij derhalve op grond van artikel 4:145 lid 2 BW bevoegd is om namens de nalatenschap in rechte op te treden en om dit kort geding te starten.

Eiseres stelt in haar pleitnotitie dat zij als enig erfgename genoodzaakt is om in dit kort geding nakoming van de koopovereenkomst te vorderen, maar zij heeft geen verklaring van erfrecht overgelegd waaruit blijkt dat zij enig erfgename is.

Uit het vorenstaande moet worden geconcludeerd dat niet duidelijk is in welke hoedanigheid eiseres de onderhavige vordering heeft ingesteld: als enig of mede-erfgename van de erflater, of als executeur van diens nalatenschap.

Dat betekent dat in dit geval vanwege die onduidelijkheid eiseres niet-ontvankelijk moet worden verklaard in haar vordering.

Wilt u de gehele uitspraak bekijken? Klik dan hier.

Heeft u een vraag over de vereffening en verdeling van een erfenis, over het kindsdeel of over de legitieme, over de taken en bevoegdheden van een executeur of over het procederen in erfrechtzaken, belt u dan gerust onze advocaat executeur op 020-3980150.