De Rechtbank Limburg heeft op 16 september 2020 uitspraak gedaan over een vordering tot de betaling van een voorschot op de legitieme portie en over het recht van de legitimaris op informatie.

De erflaatster heeft bij testament beschikt over haar nalatenschap.

Voor zover hier van belang heeft zij in dit testament het volgende bepaald dat eiseres is uitgesloten als erfgenamen van de nalatenschap, dat de drie kinderen uit haar tweede huwelijk zijn tot enige erfgenamen zijn benoemd, en dat gedaagde benoemd is tot executeur.

Legitieme. Vordering tot betaling van een voorschot op de legitieme portie. Recht op informatie van de legitimaris. Welke rechter is bevoegd?

De rechter oordeelt als volgt.

Gedaagde voert als eerste aan dat de kantonrechter niet bevoegd is in deze zaak een beslissing te nemen.

Dit verweer slaagt.

De kantonrechter overweegt daartoe als volgt.

Eiseres vordering voor wat betreft het overleggen van informatie is gebaseerd op art. 4:78 lid 1 BW.

In die bepaling wordt de kantonrechter niet als bevoegde rechter aangewezen.

Het betoog van eiseres dat “algemeen wordt aangenomen” dat de kantonrechter toch bevoegd is omdat hij wel bevoegd is bij een verzoek op grond van art. 4:78 lid 2 BW, moet als onjuist worden verworpen.

Ander dan eiseres betoogt, wordt dat niet algemeen aangenomen.

De op grond van artikel 4:78 lid 1 BW ingestelde vordering is een vordering van onbepaalde waarde.

In beginsel is bij een dergelijke vordering de rechter van de kamer van andere zaken dan kantonzaken bevoegd.

Dat is slechts anders als duidelijke aanwijzingen bestaan dat de vordering geen hogere waarde vertegenwoordigt dan € 25.000,00.

Die duidelijke aanwijzingen zijn door eiseres niet gesteld.

Haar verwachting dat de vordering niet boven € 25.000,00 zal uitkomen, is niet als een duidelijke aanwijzing te kwalificeren.

Het gevorderde bedrag is volgens eiseres een voorschot op de na ontvangst van de gevorderde stukken te vast te stellen legitieme portie.

Eiseres heeft verder expliciet gesteld dat zij weliswaar verwacht dat de legitieme portie niet hoger zal zijn dan €25.000,00, maar dat zij zich in dit verband wel nadrukkelijk alle rechten voorbehoudt.

Hieruit volgt dat eiseres, voor het geval de legitieme portie meer dan € 25.000,00 bedraagt, geen afstand wenst te doen van het meerdere.

Op grond van deze constatering en omdat de vordering onlosmakelijk verband houdt met de eerste vordering, is de kantonrechter van oordeel dat ook het tweede onderdeel van de vordering van eiseres ter verdere behandeling dient te worden verwezen naar de kamer voor andere zaken dan kantonzaken dient te worden behandeld.

Wilt u de gehele uitspraak bekijken? Klik dan hier.

Heeft u een vraag aan onze advocaat legitieme over de vereffening of verdeling van een erfenis, over de uitleg van een testament of over de nietigheid van een testament, over de taken en bevoegdheden van de executeur, over het kindsdeel of over de legitieme, of over een voorschot op een erfenis of de legitieme, belt u dan gerust onze advocaat legitieme op 020-3980150.

Wilt u meer weten over de berekening van de legitieme, bezoek dan onze website over de legitieme. Klik dan hier.

Wilt u meer weten over de verdeling van een erfenis, bezoek dan onze website over de verdeling van een erfenis. Klik dan hier.

Wilt u meer weten over het erfrecht, bezoek dan onze website van ons advocatenkantoor. Klik dan hier.