De Rechtbank Limburg heeft op 21 oktober 2020 uitspraak gedaan in een incident tot vrijwaring met betrekking tot de vaststelling van de legitieme.

Eiseres maakt aanspraak op haar legitieme portie.

Tevens vordert zij veroordeling van gedaagde in zijn hoedanigheid van erfgenaam en als gevolmachtigde van alle erfgenamen tot betaling aan eiseres van € 74.929,00, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf datum overlijden erflaatster.

Gedaagden vorderen dat hen wordt toegestaan overige gedaagde in vrijwaring op te roepen.

Gedaagden stellen er belang bij te hebben dat de overige gedaagden hen vrijwaren van alle vorderingen die eventueel aan hun moeder (eiseres) worden toegewezen.

Eiseres voert verweer.

Zij ziet geen reden waarom de betreffende personen in vrijwaring zouden moeten worden opgeroepen omdat de uitspraak in de hoofdzaak ook de andere gedaagden bindt.

Het is dus niet nodig om deze gedaagden ook in vrijwaring in de procedure te betrekken.

Zij stelt verder dat door toewijzing van de vrijwaring, de hoofdzaak nodeloos wordt vertraagd.

Legitieme. Procesrecht. Incident. Vrijwaring. Gedaagden al gedagvaard in de hoofdzaak. Nodeloze gemaakte proceskosten.

De rechter oordeelt als volgt.

De rechtbank stelt voorop dat voor het toewijzen van een verzoek tot oproeping in vrijwaring vereist is dat de vordering tegen de waarborg afhankelijk is van de vordering in de hoofdzaak, in die zin dat de eerstgenoemde vordering alleen toewijsbaar zal zijn, omdat in de hoofdzaak een voor de gewaarborgde ongunstig vonnis wordt gewezen.

De rechtsverhouding tussen de gewaarborgde en de waarborg dient zodanig te zijn dat de waarborg gehouden is de gewaarborgde vrij te houden van (een deel van) de nadelige gevolgen van het verliezen van de hoofdzaak.

Het verlies van de hoofdzaak moet kort gezegd ontstaansvoorwaarde zijn voor de vordering in de vrijwaring.

In het testament van erflaatster is opgenomen:

hierbij bepaal ik, dat indien mijn voornoemde dochter, Mevrouw (eiseres) desondanks aanspraak maakt op de legitieme, dan wordt overeenkomstig artikel 87 lid 1 van boek IV van het Burgerlijk Wetboek voor de vordering van die dochter-legitimaris als eerste het aan de afstammelingen van die dochter-legitimaris toekomende gedeelte van mijn nalatenschap ingekort.”

Gelet op deze testamentaire bepaling bezien in samenhang met art. 4:87 BW en het feit dat de personen die eisers in het incident in vrijwaring wenst te dagvaarden, al gedaagden zijn in de hoofdzaak, bestaan geen juridisch steekhoudende redenen om de vrijwaringsvordering toe te wijzen.

Kort gezegd: alle belanghebbenden bij de afwikkeling van onderhavige nalatenschap zijn al in de procedure betrokken, zodat er geen belang is bij oproeping in vrijwaring.

De rechtbank is van oordeel dat de incidentele vordering moet worden afgewezen, omdat de aangevoerde gronden die vordering niet kunnen dragen.

Gedaagden zullen in de proceskosten van het incident aan de zijde van eiseres worden veroordeeld, nu uit het voorgaande volgt dat zij dit incident nodeloos hebben veroorzaakt.

Wilt u de gehele uitspraak bekijken? Klik dan hier.

Heeft u een vraag aan onze advocaat legitieme over de vereffening of verdeling van een erfenis, over de uitleg van een testament of over de nietigheid van een testament, over de taken en bevoegdheden van de executeur, over het kindsdeel of over de legitieme, of over een oproeping tot vrijwaring, belt u dan gerust onze advocaat legitieme op 020-3980150.

Wilt u meer weten over de berekening van de legitieme, bezoek dan onze website over de legitieme. Klik dan hier.

Wilt u meer weten over de verdeling van een erfenis, bezoek dan onze website over de verdeling van een erfenis. Klik dan hier.

Wilt u meer weten over het erfrecht, bezoek dan onze website van ons advocatenkantoor. Klik dan hier.