Het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden heeft 6 oktober 2020 uitspraak gedaan over een verzoek tot het wijzigen of het opheffen van een legaat.

Partijen zijn broer en zuster van elkaar.

De zuster doet een beroep op artikel 4:123 BW.

Na het overlijden van erflaatster zijn aanslagen erfbelasting van € 54.909 aan haar opgelegd.

De aanslagen recht van schenking respectievelijk schenkbelasting onbekende verkrijger die naast de erfbelasting aan haar zijn opgelegd bedragen ongeveer 1/3 van het saldo van de nalatenschap. Deze vermindering van de omvang van de nalatenschap is zo aanzienlijk, in combinatie met het feit dat erflaatster elk van de onderdelen van haar vermogen een specifieke bestemming heeft willen geven, dat dit moet leiden tot gedeeltelijke opheffing van de verplichting tot uitbetaling van het legaat voor zover het meer bedraagt dan € 21.674,- resp. € 23.424,-.

Dit zijn omstandigheden die van dien aard zijn dat geïntimeerde ongewijzigde instandhouding van de verbintenissen uit het legaat niet mag verwachten.

Zij beroept zich hierbij op de parlementaire geschiedenis, waaruit blijkt dat art. 4:123 BW is bedoeld om ook te voorzien in wijziging als na overlijden de financiële positie van legataris en erfgenamen wijzigt (kamerstukken vaststelling Boek 4, 3771, Verslag mondeling overleg nr 8, blz. 55/56).

Erfrecht. Wijzigen of opheffen van een legaat. Toetsing. Redelijkheid en billijkheid. Schenking.

De rechter oordeelt als volgt.

Artikel 4:123 BW bepaalt dat de rechter op verzoek van de legataris of van hem die met het legaat belast is, de verbintenissen uit een legaat kan wijzigen of geheel of gedeeltelijk opheffen op grond van na het overlijden van de erflater ingetreden omstandigheden welke van dien aard zijn, dat de andere partij naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid ongewijzigde instandhouding van die verbintenissen niet mag verwachten.

Bij een wijziging of opheffing neemt de rechter zoveel mogelijk de bedoeling van de erflater in acht.

De artikelen 6:258 lid en 1, tweede zin, 2 en 3 en 6:260 leden 1 en 2 zijn van overeenkomstige toepassing.

Het hof stelt voorop dat de schenkingen alsmede de heffing van recht van schenking respectievelijk schenkbelasting wegens schenkingen door erflaatster voor haar overlijden gedaan in beginsel niet beschouwd kan worden als na het overlijden van de erflater ingetreden omstandigheden.

Doordat bedragen zijn geschonken die niet onder een vrijstelling vallen wordt over die schenkingen belasting geheven.

Dat is algemeen bekend en daarmee moet ook erflaatster ten tijde van de schenkingen bekend worden geacht.

Dat de schenker hoofdelijk aansprakelijk is voor de schenkbelasting verschuldigd door de begiftigde staat in de wet (artikel 46 lid 3 Invorderingswet 1990).

De aanslagen voor het recht van schenking en de schenkbelasting zijn pas opgelegd na het overlijden van erflaatster, maar dat doet niet eraan af dat de schenkingen en het ontstaan van de fiscale verplichtingen van vóór het overlijden van erflaatster dateren.

Artikel 4:123 BW vindt hier geen toepassing bij gebreke van daarvoor relevante omstandigheden van na het overlijden van erflaatster.

Zelfs als hier toch relevante omstandigheden zouden zijn die na het overlijden van erflaatster zou zijn ingetreden, is er geen aanleiding voor een wijziging van het legaat.

Hier zijn ook lid 2 en 3 van artikel 6:258 BW van toepassing.

Daarin staat dat een wijziging niet wordt uitgesproken voor zover de omstandigheden krachtens de aard van de overeenkomst of rechtshandeling of de in het verkeer geldende opvattingen voor rekening komen van degene die zich erop beroept.

Appellante is als enig erfgenaam van erflaatster haar rechtsopvolgster onder algemene titel.

Dat betekent dat zij haar in alle goederen en schulden is opgevolgd.

Geïntimeerde is slechts legataris.

Dat betekent dat hij alleen een vorderingsrecht heeft op de nalatenschap.

Die posities maken dat het naar de in het verkeer geldende opvattingen voor rekening van appellante als enig erfgenaam komt indien de fiscus een beroep doet op de hoofdelijke aansprakelijkheid voor schenkbelasting aan onbekend gebleven verkrijger(s).

Zij is immers als rechtsopvolgster onder algemene titel in staat om bij de fiscus bezwaar te maken tegen die schenkbelasting, en geïntimeerde is dat niet.

De omstandigheid dat appellante mogelijk de draagplicht van de onbekend gebleven verkrijger(s) van de schenkingen niet geldend kan maken, maakt op zichzelf nog niet dat dan het legaat van geïntimeerde dient te worden verminderd.

Een deel van de verkrijgers is overigens bij appellante wel bekend.

Ook zelf is zij een van die verkrijgers.

Hier had zij bij de belastingdienst melding van kunnen maken door bezwaar te maken tegen de opgelegde aanslagen schenkbelasting.

Tussen partijen bestaat verschil van mening aan wie door erflaatster geschonken is.

Volgens appellante is dat voor ongeveer € 20.000,- aan haar geweest, voor € 18.000,- aan geïntimeerde, voor enkele kleinere bedragen in de orde van € 5.000,- en € 1.000,- aan vrienden en bekenden aan wie erflaatster iets gunde.

Voor het restant is het haar niet bekend omdat erflaatster zeer zelfstandig te werk ging; zij gaf alleen opdracht om geld te pinnen en contant bij haar neer te leggen en bepaalde zelf verder wat ermee gebeurde.

Volgens geïntimeerde heeft erflaatster aan hem niks geschonken en is vermoedelijk het overgrote deel van het volgens de fiscus geschonken bedrag aan appellante ten goede gekomen.

Wat hiervan ook zij, het hof constateert dat kennelijk genoegen is genomen met de gewijzigde aanslagen van de fiscus, en dat niet is komen vast te staan dat geïntimeerde in 2009 en/of 2010 een zodanig grote schenking heeft gehad van erflaatster dat hij naar redelijkheid en billijkheid uit zijn legaat zou moeten bijdragen aan de bij appellante geheven schenkbelasting voor zover deze niet de schenking aan appellante zelf betreft.

Appellante, en op haar rust de bewijslast van haar stellingen, heeft ook geen bewijsaanbod van haar stellingen gedaan.

Wilt u de gehele uitspraak bekijken? Klik dan hier.

Heeft u een vraag aan onze advocaat verdeling erfenis over de vereffening of verdeling van een erfenis, over de uitleg van een testament of over de nietigheid van een testament, over de taken en bevoegdheden van de executeur, over het kindsdeel of over de legitieme of over een legaat, belt u dan gerust onze advocaat verdeling erfenis op 020-3980150.

Wilt u meer weten over de verdeling van een erfenis, bezoek dan onze website over de verdeling van een erfenis. Klik dan hier.

Wilt u meer weten over het erfrecht, bezoek dan onze website van ons advocatenkantoor. Klik dan hier.