Het Gerechtshof Den Haag heeft enige tijd geleden uitspraak gedaan over de ingangsdatum van de wettelijke rente over de legitieme portie.

Legitieme. Ingangsdatum wettelijke rente over legitieme portie.

De rechter overweegt als volgt.

Ingevolge het bepaalde in artikel 4:81 lid 1 BW is de vordering ter zake van de legitieme portie niet opeisbaar voordat zes maanden na het overlijden van de erflater zijn verstreken.

Dit betekent in dit geval dat de vordering van de legitimaris opeisbaar is geworden met ingang van 30 november 2012.

De rechter stelt verder voorop dat het verzuim echter eerst intreedt door een ingebrekestelling, tenzij sprake is van blijvende onmogelijkheid of een niet toerekenbare tekortkoming, wanneer zich een situatie als vermeld in artikel 6:83 BW voordoet, dan wel de redelijkheid en billijkheid eraan in de weg staan dat de schuldenaar zich op het uitblijven van een ingebrekestelling beroept.

De advocaat van de legitimaris heeft aangevoerd dat de broer van legitimaris bleef volhouden dat de legitimaris nergens recht op had.

De Broer heeft dit niet betwist en heeft zelf ook gesteld dat zijn berekening op nihil uitkwam voor wat betreft de legitieme portie.

De rechter is dan ook van oordeel dat de legitimaris uit de (proces)houding van zijn broer heeft kunnen afleiden dat de broer de legitieme portie niet zou gaan uitkeren.

De rechter passeert het betoog van de broer dat sprake zou zijn van schuldeisersverzuim.

Dit treedt niet in enkel doordat partijen het niet eens werden over de berekening van wat de legitimaris toekomt.

Het feit dat de omvang van de legitimaire vordering nog niet vast staat, staat er dus niet aan in de weg dat de wettelijke rente verschuldigd wordt.

Indien de schuldenaar tijdelijk niet kan nakomen of uit zijn houding blijkt dat aanmaning nutteloos zou zijn, kan de ingebrekestelling plaatsvinden door een schriftelijke mededeling waaruit blijkt dat hij voor het uitblijven van de nakoming aansprakelijk wordt gesteld (art. 6:82 lid 2 BW).

Een dagvaarding kan worden aangemerkt als een ingebrekestelling indien deze voldoet aan de daaraan in de omstandigheden van het geval op het punt van ingebrekestelling te stellen eisen.

In de dagvaarding maakt de legitimaris aanspraak op de wettelijke rente over het bedrag van de hem toekomende legitieme portie.

Deze voldoet dan ook aan de vereisten gesteld in artikel 6:82 lid 2 BW.

De wettelijke rente zal daarom met ingang van de datum van de inleidende dagvaarding, 23 januari 2013, worden toegewezen.

De rechter zal nu opnieuw vaststellen wat aan de legitimaris toekomt uit de nalatenschap van de vader en de rechter zal de legitieme portie opnieuw berekenen, dit aan de hand van wat het hof in dit arrest en in de twee voorgaande tussenarresten heeft overwogen.

Wilt u de gehele uitspraak bekijken? Klik dan hier.

Heeft u een vraag aan onze advocaat legitieme over de vereffening of verdeling van een erfenis, over de uitleg van een testament of over de nietigheid van een testament, over de taken en bevoegdheden van de executeur, over het kindsdeel of over de legitieme, belt u dan gerust onze advocaat legitieme op 020-3980150.

Wilt u meer weten over de legitieme, bezoek dan onze website over de legitieme. Klik dan hier.

Wilt u meer weten over het erfrecht, bezoek dan onze website van ons advocatenkantoor. Klik dan hier.