Het Gerechtshof ’s-Hertogenbosch heeft onlangs uitspraak gedaan over de ongedaan making van een nietige verdeling van een nalatenschap.

De rechtbank heeft geoordeeld dat sprake is geweest van een nietige verdeling, omdat de broers en zussen (te voorbarig) bedragen uit de nalatenschap hebben opgenomen en onderling hebben verdeeld, zonder dat geïntimeerde aan de verdeling heeft deelgenomen.

De rechtbank heeft geoordeeld dat de verdeling van de nalatenschap alsnog moet plaatsvinden.

Volgens de broer en zussen is dit oordeel van de rechtbank onjuist.

Het hof is net als de rechtbank van oordeel dat geïntimeerde niet heeft deelgenomen aan de verdeling.

Weliswaar zijn aan geïntimeerde meerdere keren e-mails gestuurd over dit onderwerp, maar van enige daadwerkelijke deelname van geïntimeerde aan de verdeling van de bestanddelen van de nalatenschap blijkt daar niet uit.

Erfrecht. Verdeling van een nalatenschap. Nietige verdeling? Ongedaan maken van verdeling. Opnieuw verdelen. Onverschuldigde betaling. Wettelijke rente.

De rechter oordeelt als volgt.

Het hof is van oordeel dat de rechtbank terecht heeft overwogen dat sprake is geweest van een nietige verdeling (artikel 3:195 lid 1 BW).

Dat heeft tot gevolg dat de verdeling ongedaan moet worden gemaakt.

Die vordering is toewijsbaar om de volgende reden.

Voor de betalingen die uit de nalatenschap zijn gedaan aan de broers en zussen bestond geen rechtsgrond.

De vordering tot terugbetaling is toewijsbaar omdat de betalingen onverschuldigd zijn verricht (artikel 6:203 BW).

De broers en zussen dienen ieder € 19.888,47 aan de nalatenschap te voldoen.

Deze vorderingen op hen als deelgenoten zullen bij de door het hof in het eindarrest vast te stellen (wijze van de) verdeling van gemeenschap worden betrokken.

Het hof geeft de broers en zussen in overweging om deze bedragen met verschenen rente alvast op de ervenrekening te storten, zodat voorkomen wordt dat de rente verder oploopt.

[geïntimeerde] heeft gevorderd dat daarover ook wettelijke rente moet worden betaald, vanaf de tijdstippen van de betalingen (over € 15.000,- vanaf 30 november 2018 en over € 4.350,47 vanaf 27 november 2019).

Het hof acht dat niet toewijsbaar vanaf die tijdstippen.

Geïntimeerde heeft niet aangevoerd dat de broers en zussen de betalingen uit de nalatenschap te kwader trouw hebben aangenomen (artikel 6:205 BW).

Het hof kan er dus niet vanuit gaan dat de broers en zussen zonder ingebrekestelling in verzuim zijn gekomen.

Geïntimeerde heeft niet aangevoerd wanneer zij de broers en zussen in gebreke heeft gesteld.

Het hof zal de wettelijke rente daarom toewijzen vanaf 28 mei 2024, de datum waarop de memorie is genomen waarin is vermeld dat de broers en zussen moeten terugbetalen.

De rechtbank heeft de verdeling bevolen ten overstaan van een notaris.

Geïntimeerde heeft in hoger beroep haar eis in dit opzicht gewijzigd.

Zij heeft (primair) gevorderd dat het hof de nalatenschap vaststelt.

Dat zal het hof gaan doen.

Of dat geheel op de door geïntimeerde voorgestane wijze zal gebeuren, zal deels hierna en deels in een volgend arrest worden beslist.

Het hof zal beslissingen gaan nemen die betrekking hebben op de omvang van de nalatenschap.

Dat zal hierna aan de orde komen.

Geïntimeerde heeft aangevoerd dat de inboedel onderdeel is geweest van de nietige verdeling.

Ook dat zou ongedaan gemaakt moeten worden, maar dat is niet mogelijk aangezien de inboedel is verkocht.

Geïntimeerde heeft aangevoerd dat het haar bij gebrek aan gegevens hierover voorkomt dat het redelijk is om uit te gaan van een opbrengst van € 5.000,-.

De broers en zussen hebben dit niet betwist.

Op het standpunt van geïntimeerde dat in dit opzicht sprake is van opzettelijke verzwijging als bedoeld in artikel 3:194 lid 2 BW, hebben zij niet gereageerd.

Dat zou volgens geïntimeerde betekenen dat de broers en zussen hun aandeel in de gemeenschap van inboedel hebben verbeurd.

Het hof begrijpt dat dit volgens geïntimeerde ertoe zou moeten leiden dat de broers en zussen € 5.000,- aan haar (en dus niet aan de nalatenschap) zouden moeten betalen, althans dat geïntimeerde heeft bedoeld dat de broers en zussen dit bedrag moeten inbrengen in de nalatenschap, waarna deze post aan haar moet worden toegedeeld zonder verrekening wegens overbedeling.

Het hof zal van dat laatste uitgaan.

Wilt u de gehele uitspraak bekijken? Klik dan hier.

Heeft u een vraag aan onze advocaat verdeling erfenis over de vereffening of verdeling van een erfenis, over de uitleg van een testament of over de nietigheid van een testament, over de taken en bevoegdheden van de executeur, over het kindsdeel of over de legitieme, belt u dan gerust onze advocaat verdeling erfenis op 020-3980150.

Wilt u meer weten over de verdeling van een erfenis, bezoek dan onze website over de verdeling van een erfenis. Klik dan hier.

Wilt u meer weten over het erfrecht, bezoek dan onze website van ons advocatenkantoor. Klik dan hier.