Het Gerechtshof Den Haag heeft onlangs uitspraak gedaan over de vaststelling van een beheersregeling door de rechter ten aanzien van het uitsluitend gebruik van een woning.
De kinderen en de man] zijn, ieder voor een vierde deel, erfgenaam van erflaatster.
Tot haar nalatenschap hoort een appartement.
Uit de processtukken volgt dat erflaatster niet bij testament over haar nalatenschap heeft beschikt.
Uitgegaan moet derhalve worden van het wettelijke erfrecht.
Erfrecht. Nalatenschap. Deelgenoten. Beheersregeling. Wettelijke verdeling. Vaststelling van een beheersregeling ten aanzien van het uitsluitend gebruik van een woning. Toetsing.
De rechter oordeelt als volgt.
Het appartement maakt deel uit van de nalatenschap van erflaatster.
Nu het appartement in Nederland ligt en het appartement tot een onverdeelde gemeenschap behoort kan naar Nederlands recht een beheersregeling worden vastgesteld in de zin van art 3:168 BW.
De man stelt dat het appartement zijn hoofdverblijfplaats was, en ook dat het appartement voor hem en erflaatster gold als hun echtelijke woning.
Daarnaast stelt de man dat het centrum van zijn belangen in Nederland ligt, omdat hij daar veel mensen kent en medische zorg krijgt.
De man stelt dat hij ten minste acht maanden per jaar in Nederland verbleven heeft, en dat wil hij graag kunnen voortzetten door bij uitsluiting van geïntimeerden gebruik te kunnen maken van het appartement.
De man stelt dat hij door de beheersregeling uit de woning is gezet die voor hem gold als zijn hoofdverblijfplaats, en dat hij nu noodgedwongen in S verblijft omdat hij in Nederland geen andere woonruimte heeft.
Volgens de man moet zijn belang bij het uitsluitend gebruik van het appartement, mede gelet op zijn leeftijd zwaarder wegen dan het belang van geïntimeerden om het appartement af en toe als vakantiehuis te kunnen gebruiken.
Geïntimeerden beroepen zich er op dat zij ieder gelijk gerechtigd zijn tot het gebruik van het appartement, en dat de door de kantonrechter vastgestelde beheersregeling daarom bekrachtigd moet worden.
Zij betwisten dat de man een zwaarwegend belang heeft bij het uitsluitend gebruik van het appartement, zij betwisten dat het appartement de echtelijke woning was van de man en erflaatster, en zij betwisten dat de man zijn hoofdverblijfplaats in het appartement heeft (gehad).
Het appartement is zowel voor erflaatster en de man als voor de kinderen altijd een vakantiehuis geweest.
Het hof is van oordeel dat de kantonrechter op goede gronden heeft beslist, en na een eigen afweging komt het hof tot dezelfde conclusie.
De man heeft niet aangetoond dat het appartement gold als de (enige) echtelijke woning en/of als zijn hoofdverblijfplaats.
Op het moment van overlijden van erflaatster in 2016, stonden erflaatster en de man beiden ingeschreven in S, en niet in Nederland.
Voorts staat de man sinds 21 september 2021 weliswaar in Nederland op het adres van het appartement ingeschreven, maar (in ieder geval op dat moment) ook nog in S op het adres van een van de andere tot de nalatenschap behorende woningen.
Waar de man staat ingeschreven zegt in dit geval dus niets beslissends over zijn hoofdverblijfplaats.
Het feit dat de man sinds 2021 in Nederland een verblijfsvergunning had, zoals hij stelt, betekent evenmin hij ook daadwerkelijk enkel in Nederland woonde in het appartement.
Ook hetgeen de man verder heeft gesteld is naar het oordeel van het hof onvoldoende om tot het oordeel te komen dat het appartement zijn hoofdverblijfplaats was of is.
Uit de stukken die de man heeft overgelegd, blijkt op geen enkele manier dat de man steeds gemiddeld acht maanden per jaar in het appartement verbleef, zoals hij ter zitting heeft gesteld.
De door hem overgelegde kassabonnetjes van winkels in de regio van het appartement, zien slechts op één à twee weken per kalenderjaar.
Voorts is het hof van oordeel dat de man, afgezien van de vraag over de hoofdverblijfplaats, ook anderszins onvoldoende heeft gesteld om tot de conclusie te komen dat het billijk zou zijn dat hij met uitsluiting van de kinderen gebruik zou moeten kunnen maken van het appartement.
Wat betreft zijn positie als ‘langstlevende echtgenoot’ merkt het hof op dat erflaatster en de man beiden meerdere woningen hadden al dan niet in mede-eigendom, onder andere in de Verenigde Staten, op Curaçao en in Suriname.
De man en erflaatster waren onder uitsluiting van iedere gemeenschap gehuwd en het appartement was eigendom van erflaatster.
Erflaatster heeft geen testament opgesteld.
Het wettelijk erfrecht van Suriname is van toepassing op de afwikkeling van de nalatenschap.
Het Surinaams erfrecht kent geen regeling op grond waarvan de weduwe of weduwnaar bij uitsluiting van de andere erfgenamen gebruik mag blijven maken van de echtelijke woning.
Als erflaatster wilde dat de man die mogelijkheid kreeg, had zij dat kunnen regelen middels het opstellen van een testament.
Dat heeft zij niet gedaan.
Voorts heeft het hof geconstateerd dat de man als gevolg van de door de kantonrechter vastgestelde beheersregeling niet zonder onderdak is komen te verkeren.
Hij heeft namelijk kennelijk (ook) woonruimte in S en verbleef daar ook ten tijde van de mondelinge behandeling bij het hof.
Het hof ziet in de aangedragen argumenten van de man geen grond om af te wijken van het uitgangspunt dat de deelgenoten in beginsel in gelijke mate gerechtigd zijn tot het gebruik van het appartement, en zal het principaal hoger beroep van de man daarom afwijzen.
Wilt u de gehele uitspraak bekijken? Klik dan hier.
Heeft u een vraag aan onze advocaat verdeling erfenis over de vereffening of verdeling van een erfenis, over de uitleg van een testament of over de nietigheid van een testament, over de taken en bevoegdheden van de executeur, over het kindsdeel of over de legitieme, belt u dan gerust onze advocaat verdeling erfenis op 020-3980150.
Wilt u meer weten over de verdeling van een erfenis, bezoek dan onze website over de verdeling van een erfenis. Klik dan hier.
Wilt u meer weten over het erfrecht, bezoek dan onze website van ons advocatenkantoor. Klik dan hier.