De Rechtbank Rotterdam heeft op 9 december 2020 uitspraak gedaan over de vraag of de zoon als erfgenaam een vordering tot terugbetaling van een lening ten behoeve van de nalatenschap mocht instellen.

Het geschil betreft het volgende: de zoon vordert terugbetaling aan de nalatenschap van een door erflater aan de moeder na de echtscheiding verstrekte geldlening.

De moeder betwist niet dat deze lening aan haar is verstrekt.

De moeder betwist wel dat de zoon vorderingsgerechtigd is.

Voorts voert de moeder aan dat erflater haar de lening heeft kwijtgescholden.

De moeder beroept zich daarbij op een handgeschreven kwijtscheldingsovereenkomst gedateerd 31 augustus 2018, ondertekend door de moeder en (gesteld, maar betwist) ook door erflater.

Daarin staat dat de lening aan de moeder wordt kwijtgescholden als erflater komt te overlijden.

Daarnaast beroept de moeder zich op de beperkende werking van de redelijkheid en billijkheid, op na te melden gronden.

Erfrecht. Mag zoon namens de nalatenschap procederen? Lening. Kwijtschelding? Schenking? Redelijkheid en billijkheid.

De rechter oordeelt als volgt.

De zoon en de twee kinderen van de dochter zijn deelgenoten in een gemeenschap (de nalatenschap).

Ingevolge artikel 3:171 BW is iedere deelgenoot in beginsel zelfstandig bevoegd tot het instellen van een rechtsvordering ter verkrijging van een rechterlijke uitspraak ten behoeve van de gemeenschap.

De zoon stelt niet een vordering in namens zichzelf maar ten behoeve van de gemeenschap.

Hierop stuit af het verweer van de moeder dat de zoon niet vorderingsgerechtigd is.

Afgezien hiervan heeft de dochter tijdens de mondelinge behandeling verklaard dat zij instemt met het instellen van deze vordering door de zoon.

Het zou, nu alle partijen toch al aan tafel zitten, van excessief formalisme getuigen om het verweer dan toch nog te laten slagen (EHRM 20 april 2004, EHRC 2004,53 m.nt. F. Fernhout ‘Bulena/Tsjechië’).

Het beroep van de moeder op de kwijtscheldingsovereenkomst faalt.

Deze overeenkomst kwalificeert als een schenking in de zin van artikel 7:177 lid 1 BW, dat bepaalt:

“ Voor zover een schenking de strekking heeft dat zij pas na het overlijden van de schenker zal worden uitgevoerd, en zij niet reeds tijdens het leven van de schenker is uitgevoerd, vervalt zij met het overlijden van de schenker, tenzij de schenking door de schenker persoonlijk is aangegaan en van de schenking een notariële akte is opgemaakt. Voor zover de schenking betrekking heeft op kleren, lijfstoebehoren, bepaalde lijfsieraden, bepaalde tot de inboedel behorende zaken en bepaalde boeken, kan worden volstaan met een door de schenker geheel met de hand geschreven, gedagtekende en ondertekende onderhandse akte.”

In een geval als hier aan de orde was een notariële akte vereist.

Die ontbreekt, zodat de kwijtschelding is komen te vervallen.

De moeder heeft, nadat ter zitting artikel 7:177 lid 1 BW aan de orde is gekomen, gesteld dat het naar maatstaven van redelijkheid onaanvaardbaar is dat zij de lening moet aflossen, omdat:

– erflater zelf een lening heeft moeten afsluiten bij de bank om geld uit te kunnen lenen aan haar, de moeder,

– die geldlening van erflater bij de bank niet meer afgelost hoeft te worden vanwege zijn overlijden,

– erflater/ de zoon dus niet in zijn vermogenspositie wordt geschaad indien de moeder de lening niet hoeft terug te betalen.

Dit betoog faalt.

Slechts in uitzonderlijke omstandigheden mag worden aangenomen dat sprake is van onaanvaardbaarheid naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid.

De stellingen van de moeder zijn daartoe niet voldoende zwaarwegend.

Bovendien wordt de vermogenspositie wel geschaad.

De vermogenspositie van de nalatenschap verbetert immers als de lening wel wordt afgelost.

Wilt u de gehele uitspraak bekijken? Klik dan hier.

Heeft u een vraag aan onze advocaat verdeling erfenis over de vereffening of verdeling van een erfenis, over de uitleg van een testament of over de nietigheid van een testament, over de taken en bevoegdheden van de executeur, over het kindsdeel of over de legitieme, of over de redelijkheid en billijkheid in het erfrecht, belt u dan gerust onze advocaat verdeling erfenis op 020-3980150.

Wilt u meer weten over de verdeling van een erfenis, bezoek dan onze website over de verdeling van een erfenis. Klik dan hier.

Wilt u meer weten over het erfrecht, bezoek dan onze website van ons advocatenkantoor. Klik dan hier.