De Rechtbank Oost-Brabant heeft op 13 mei 2020 uitspraak gedaan over de waardering van een legaat tegen inbreng.

In haar testament heeft erflaatster haar beide kinderen benoemd tot haar erfgenamen.

Het erfdeel van eiser heeft erflaatster bepaald op de omvang van zijn wettelijk erfdeel (legitieme portie); het overige heeft zij nagelaten aan gedaagde.

Aan gedaagde heeft zij bovendien een keuzelegaat toegekend dat, naar keuze van gedaagde, alle goederen van haar nalatenschap omvat tegen de verplichting om de waarde van de goederen die zij verkiest in de nalatenschap in te brengen.

Erflaatster heeft daarbij bepaald dat als prompte betaling van de inbreng naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid financieel niet haalbaar is voor gedaagde, of de voortzetting van de BV in ernstige mate bemoeilijkt, gedaagde het bedrag van de inbreng niet in contanten hoeft te voldoen, maar schuldig mag blijven en gedurende een periode van 10 jaar in termijnen mag voldoen.

Tenslotte is gedaagde in het testament aangewezen als executeur en afwikkelingsbewindvoerder met vergaande bevoegdheden.

Erfrecht. Legaat tegen inbreng. Waardering van het legaat tegen inbreng. Peildatum.

De rechter oordeelt als volgt.

Het testament regelt niet per welk tijdstip de in te brengen waarde dient te worden bepaald.

Aangezien het legaat en daarmee de vordering tot levering tegen inbreng van de waarde wordt verkregen met het overlijden van erflaatster, wordt aangenomen dat de in te brengen waarde is de waarde per sterfdag, tenzij erflaatster anders heeft bepaald.

Dat laatste doet zich dus niet voor.

De redelijkheid en billijkheid kunnen meebrengen dat een ander tijdstip als peildatum kan gelden.

Volgens eiser doet die situatie zich voor, waarbij hij verwijst naar Hoge Raad, 13 april 2007, HR:2007:AZ8521, NJ 2007/219.

Het in die uitspraak berechte geval vertoont echter onvoldoende gelijkenis met de onderhavige zaak.

Meer in het bijzonder is de rechtbank niet gebleken dat gedaagde sinds het overlijden van erflaatster om niet in de woning heeft gewoond, nu het er, bij gebreke van verweer zijdens eiser voor gehouden moet worden dat zij de aan de woning verbonden hypothecaire lasten voor haar rekening heeft genomen en uit eigen middelen heeft voldaan.

Bovendien heeft het contact tussen partijen geruime tijd (twee jaar) stilgelegen, zonder dat een van hen in het tijdsverloop aanleiding heeft gezien nadere stappen (al dan niet in rechte) te zetten om tot verdeling te geraken.

Voor het overige heeft eiser onvoldoende feiten of omstandigheden gesteld die maken dat het naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar is om van een andere peildatum uit te gaan dan die van de sterfdag.

Wilt u de gehele uitspraak bekijken? Klik dan hier.

Heeft u een vraag aan onze advocaat verdeling erfenis over de vereffening of verdeling van een erfenis, over de uitleg van een testament of over de nietigheid van een testament, over de taken en bevoegdheden van de executeur, over het kindsdeel of over de legitieme, of over de waardering van goederen uit een nalatenschap, belt u dan gerust onze advocaat verdeling erfenis op 020-3980150.

Wilt u meer weten over de verdeling van een erfenis, bezoek dan onze website over de verdeling van een erfenis. Klik dan hier.

Wilt u meer weten over het erfrecht, bezoek dan onze website van ons advocatenkantoor. Klik dan hier.