De Rechtbank Noord-Holland heeft op 3 juni 2020 uitspraak gedaan over een vordering van een erfgenaam tot schadevergoeding op grond van onrechtmatige daad van een andere erfgenaam.

Eiser vordert dat de kantonrechter gedaagde veroordeelt tot betaling van een bedrag van € 3.486,31, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf de dagvaarding en de proceskosten.

Eiser voert daartoe, kort gezegd, als volgt aan.

Door zich het saldo van de bankrekening van de vader, groot € 7.217,22, toe te eigenen heeft gedaagde onrechtmatig gehandeld jegens eiser.

Gedaagde heeft miskend dat eiser gerechtigd was tot de helft van dit saldo.

Gedaagde is hierom gehouden om het bedrag van € 3.608,81 aan eiser te vergoeden.

Gedaagde voert verweer op, kort gezegd, de navolgende gronden.

Eiser gaat er ten onrechte aan voorbij dat er bij de afwikkeling van de nalatenschap van de vader ook nog andere zaken moeten worden geregeld.

Hierbij komt dat de nalatenschap van de oma van partijen, die eerder dan de vader is overleden, ook nog niet helemaal correct is afgewikkeld

Erfgenaam vordert van een andere erfgenaam dat hij de helft van aan de erfenis onttrokken bedrag betaalt. In persoon procederen bij deelgenootschap. Onrechtmatige daad en schadevergoeding.

De rechter oordeelt als volgt.

Partijen zijn de erfgenamen van hun vader en de nalatenschap komt hun beiden in gelijke mate toe.

Dit aan beide partijen gezamenlijk toebehorende nalatenschapsvermogen vormt een gemeenschap in de zin van artikel 3:166 lid 1 van het Burgerlijk Wetboek (BW).

Eiser vordert dat gedaagde wordt veroordeeld tot betaling van een schadevergoeding wegens, kort gezegd, malversaties bij de afwikkeling van de nalatenschap van hun vader.

De vordering is niet ingesteld door eiser in zijn hoedanigheid van deelgenoot in de gemeenschap en/of ten behoeve van die gemeenschap.

De vordering ziet, gelet op de wijze waarop deze is ingesteld en feitelijk en juridisch is onderbouwd, op een in de ogen van eiser aan hem persoonlijk toekomende schadevergoeding wegens onrechtmatig handelen door gedaagde.

Eiser verwijt gedaagde dat gedaagde een deel van het gemeenschapsvermogen onder zich heeft genomen door overschrijving van een bedrag van € 7.217,22 van de ervenrekening op een aan zichzelf toebehorende bankrekening.

Gedaagde erkent hiertoe te zijn overgegaan.

Het voorgaande heeft weliswaar tot gevolg dat gedaagde jegens de tussen partijen bestaande gemeenschap tot terugbetaling van dit bedrag verschuldigd is, maar daarmee ontstaat geen rechtstreekse vordering van eiser op gedaagde tot vergoeding van de helft van genoemd bedrag.

Om dit en de overige op de nalatenschap van de vader betrekking hebbende geschillen op te lossen, moeten partijen overgaan tot verdeling van de tussen hen bestaande gemeenschap.

In het kader van een verdeling kan een deelgenoot op basis van lid 1 van artikel 3:184 BW verlangen dat op het aandeel van een andere deelgenoot wordt toegerekend hetgeen deze aan de gemeenschap schuldig is.

Eiser heeft echter geen verdeling gevorderd en bij repliek expliciet gesteld dat verdeling geen onderwerp is van deze procedure.

De conclusie is dat de kantonrechter de vordering van eiser zal afwijzen.

Hetgeen partijen voor het overige hebben aangevoerd, behoeft geen bespreking.

Wilt u de gehele uitspraak bekijken? Klik dan hier.

Heeft u een vraag aan onze advocaat kindsdeel over de vereffening of verdeling van een erfenis, over de uitleg van een testament of over de nietigheid van een testament, over de taken en bevoegdheden van de executeur, over het kindsdeel of over de legitieme, of over het procederen in erfrechtzaken, belt u dan gerust onze advocaat kindsdeel op 020-3980150.

Wilt u meer weten over het kindsdeel, bezoek dan onze website over het kindsdeel. Klik dan hier.

Wilt u meer weten over de verdeling van een erfenis, bezoek dan onze website over de verdeling van een erfenis. Klik dan hier.

Wilt u meer weten over het erfrecht, bezoek dan onze website van ons advocatenkantoor. Klik dan hier.