De Rechtbank Noord-Holland heeft op 26 augustus 2020 uitspraak gedaan over een verzocht bevel tot het opmaken van een boedelbeschrijving door een notaris ex artikel 672 Rv.

Verzoeker wendt zich tot de kantonrechter met het verzoek om een notaris aan te wijzen in de zin van artikel 672 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv) ten overstaan van wie een boedelbeschrijving dient te worden opgesteld,

Verzoeker stelt dat hij geen enkel inzicht heeft in de omvang van de nalatenschap van erflaatster.

Om die reden heeft hij de erfgenamen verzocht hem dit inzicht te verschaffen.

Ondanks toezeggingen van de erfgenamen heeft verzoeker de informatie niet ontvangen.

Er is reden om aan te nemen dat erflaatster leningen en/of schenkingen heeft gedaan aan de erfgenamen, zodat verzoeker recht en belang heeft bij inzage in de bankafschriften van erflaatster.

Aangezien verweerders weigerachtig zijn de gevraagde informatie te verstrekken, dient aan het bevel tot verstrekken van informatie een dwangsom verbonden te worden.

Erfrecht. Bevel tot het opmaken van een boedelbeschrijving door de notaris. Dwangsom. Kosten van boedelbeschrijving een schuld van de nalatenschap?

De rechter oordeelt als volgt.

Op grond van artikel 672 Rv kan de kantonrechter van de rechtbank van het arrondissement waarin de boedel zich geheel of voor een groot deel bevindt, op verzoek van – onder andere – een erfgenaam, een boedelbeschrijving bevelen door een bij dat bevel aan te wijzen notaris.

Het bevel wordt slechts gegeven, indien de verzoeker zijn recht en belang summierlijk aannemelijk maakt.

De kantonrechter is van oordeel dat verzoeker zijn recht en belang summierlijk aannemelijk heeft gemaakt.

Partijen zijn in een strijd gewikkeld over de afwikkeling van de nalatenschap van erflaatster.

Verweerders hebben tot op heden laten blijken geenszins van plan te zijn voldoende openheid van zaken te geven over de samenstelling van de boedel.

Verzoeker heeft er voldoende belang bij dat die openheid alsnog wordt gegeven, al was het maar om zich een afgewogen oordeel te kunnen vormen over zijn erfrechtelijke positie.

De kantonrechter heeft mr. S, notaris te H bereid gevonden om benoemd te worden als notaris die de boedelbeschrijving zal opstellen.

De kantonrechter is met verzoeker van oordeel dat verzochte informatie tot op heden niet door verweerders is verstrekt aan verzoeker.

Verweerders hebben bij brief van 10 augustus 2020 weliswaar gesteld dat de bankafschriften reeds zijn overgelegd, maar hebben dit niet onderbouwd.

Gelet op het procesverloop voor die datum had dat wel op hun weg gelegen.

De kantonrechter volgt verweerders dan ook niet in hun stellingen dat de boedelbeschrijving aan de eisen voldoet en dat bezwaren tegen de overgelegde boedelbeschrijving niet worden opgelost door de boedel notarieel te laten beschrijven.

Verweerders hebben niet betwist dat de verzochte gegevens verstrekt moeten worden aan verzoeker dan wel aan de te benoemen notaris.

Sterker nog, zij hebben aangegeven de gegevens te zullen verstrekken en inmiddels verstrekt te hebben.

Dat verweerders alle gegevens reeds verstrekt hebben, is gelet op het voorgaande niet vast komen te staan.

Verweerders dienen de verzochte gegevens dan ook aan te leveren aan de in deze beschikking te benoemen notaris.

Indien die notaris overigens nog andere stukken nodig heeft waarover partijen beschikken, dan dienen zij die op zijn verzoek ook aan hem te verstrekken.

De kantonrechter zal aan het verstrekken van de verzochte informatie een termijn verbinden van één maand na deze beschikking.

De kantonrechter zal aan het bevel tot verstrekken een dwangsom verbinden, aangezien verweerders ondanks meerdere verzoeken hiertoe en toezeggingen van verweerders zelf, niet tot volledige verstrekking zijn overgegaan.

De kantonrechter zal de dwangsom maximeren tot € 15.000,-.

De kantonrechter wijst het verzoek om te bepalen dat de kosten van de notaris enkel voor rekening van verweerders komen, af.

Deze kosten hebben te maken met de afwikkeling van de nalatenschap, zodat de kantonrechter van oordeel is dat de schulden die ontstaan door het opmaken van een boedelbeschrijving voor rekening van de nalatenschap moeten komen (artikel 4:7 lid 1 sub c van het Burgerlijk Wetboek).

De kantonrechter volgt verweerders niet in hun stelling dat het verzoekschrift ingediend is voordat de termijn tot het verstrekken van informatie was verstreken.

Het verzoekschrift is namelijk ingediend op 3 februari 2020.

Daarvoor heeft verzoeker laatstelijk bij brief van 20 december 2019 verzocht de informatie binnen zeven werkdagen te verstrekken.

De termijn voor het verstrekken van informatie was naar het oordeel van de kantonrechter dan ook verstreken op 3 februari 2020.

De verstrijking van een termijn waar verweerders op doelen in hun brief van 29 juni 2020 gaat over een termijn die verzoeker gegeven heeft ná indiening van het verzoekschrift

Wilt u de gehele uitspraak bekijken? Klik dan hier.

Heeft u een vraag aan onze advocaat verdeling erfenis over de vereffening of verdeling van een erfenis, over de uitleg van een testament of over de nietigheid van een testament, over de taken en bevoegdheden van de executeur, over het kindsdeel of over de legitieme, of over het opmaken van een boedelbeschrijving, belt u dan gerust onze advocaat verdeling erfenis op 020-3980150.

Wilt u meer weten over de verdeling van een erfenis, bezoek dan onze website over de verdeling van een erfenis. Klik dan hier.

Wilt u meer weten over het erfrecht, bezoek dan onze website van ons advocatenkantoor. Klik dan hier.