Zowel in nalatenschappen als bij echtscheidingen komt het vaak voor: gezamenlijke eigendom, meestal van een woning. Anders dan vaak wordt gedacht is niemand verplicht om deelgenoot te zijn in een gezamenlijk eigendom. De wet regelt dat te allen tijde aan de rechtbank verdeling kan worden gevraagd. Kort gezegd heeft een deelgenoot het recht om uitgekocht te worden en als de andere deelgenoten dat niet willen of kunnen moet het goed verkocht worden. Omdat dat vergaande gevolgen kan hebben regelt de wet ook dat dit alleen anders is als de door een onmiddellijke verdeling getroffen belangen van de één aanmerkelijk groter zouden zijn dan de belangen van degene door de verdeling worden gediend. Dat laatste maakt dat deze zaken veelal van zeer feitelijke aard zijn.

Bij het Hof Den Bosch was op 4 september 2018 aan de orde dat partijen samen een woning hadden die zij aan de man hadden toegedeeld. De vrouw recht op haar deel van de overwaarde dat de man zou betalen. Op de woning rustte een hypotheek, dus toedeling aan de man kan alleen plaatsvinden als de bank akkoord gaat met overschrijving van de hypotheek op in dit geval, alleen de man.

Omdat de man zijn betalingsverplichting inzake de overwaarde niet nakomt, vordert de vrouw -kort gezegd- de medewerking van de man aan verkoop van de woning en ontslag uit de hypotheek. Dat laatste kan alleen de bank doen en de man wordt in een tussenvonnis veroordeeld om bij de bank een verzoek in te dienen en dit verzoek, en de reactie van de bank daar op, in te dienen.

Uitgangspunt is dat de vrouw recht heeft op verdeling en dat de rechter vervolgens een belangenafweging maakt. Tegenover het reële belang van de vrouw staat het reële belang van de man om in het appartement te blijven wonen. De man heeft niet gesteld dat hij niet in staat is om andere woonruimte te vinden. Daarom concludeert de rechtbank niet dat de door de verkoop van het appartement getroffen belangen van de man aanmerkelijk groter zijn dan de belangen van de vrouw die met die verkoop zijn gediend. De woning mag dus verkocht worden.

De man gaat in hoger beroep. Hij stelt dat de vrouw niet wordt benadeeld omdat hij netjes op tijd de hypotheek betaalt.
Hij zegt dat hij niet in staat is vervangende woonruimte te vinden, hij is onder behandeling van een psycholoog en hij is werkeloos. Als de woning wordt verkocht is hij dakloos. Bovendien zou hij krachtens erfrecht eigenaar zijn van drie panden die worden verkocht. Met de verkoopopbrengst van deze panden zou de man de hele hypotheek ineens kunnen aflossen en de vrouw aldus uit de hypotheek kunnen ontslaan.

De vrouw voert aan dat de gemeente executoriaal beslag gelegd op de panden en op de gezamenlijke woning  ten laste van de onverdeelde helft van de man. De vordering van de gemeente bedraagt € 62.291,78 nog te vermeerderen met rente en kosten. Dit onderstreept het belang van de vrouw bij verkoop. De vordering van de gemeente brengt met zich mee dat niet te verwachten is dat de man uit de nalatenschap nog gelden gaat overhoudt waarmee hij alsnog de vrouw uit de hypotheek zou kunnen laten ontslaan.

Daar komt nog bij dat de vrouw in kort geding reeds is gemachtigd om de woning te verkopen, iets waarover de man het Hof niet heeft geïnformeerd. Dat is in strijd met art. 21 rechtsvordering en hoewel het Hof er geen consequenties aan verbindt helpt het natuurlijk niet m informatie achter te houden.

Het Hof erkent het belang van de vrouw bij een verdeling ook in verband met haar eigen financiële onafhankelijkheid. De vrouw wil worden toegelaten tot de schuldsanering en zo lang zij nog mede-eigenaar is van de woning kan dat niet. Ook heeft de vrouw last van stressgerelateerde klachten die voortvloeien uit de verdelingskwestie en de gerechtelijke procedures.

De man heeft daartegenover drie belangen gesteld: zijn psychische gesteldheid, de onmogelijkheid vervangende woonruimte te verkrijgen en zijn aandeel in de nalatenschap van zijn vader waardoor hij – kort gezegd – de hypotheek op het appartement, althans het aandeel daarin van de vrouw, kan aflossen.

Het Hof oordeelt dat de man genoeg tijd heeft gehad om vervangende woonruimte te zoeken. het Hof oordeelt voorts dat gelet op de beslagen het geenszins zeker is dat de man door verkoop van de panden die in de nalatenschap vallen in staat is om de vrouw uit de hypotheek te doen ontslaan. De omstandigheid van stress is voor de man niet meer of minder van belang dan voor de vrouw.

Het huis mag worden verkocht. Lees hier de hele uitspraak

Wil u ook niet langer met één of meer deelgenoten eigenaar zijn van een goed? Of juist wel? neemt u dan contact op met één van onze gespecialiseerde erfrechtadvocaten, Toon Kool of Maddie Wisman.