Van onze advocaat erfrecht. De Rechtbank Den Haag heeft op 9 mei 2019 uitspraak gedaan over echtscheiding, verdeling en een erfenis. Vergoedingsrecht erfenis? Is de letselschade-uitkering verknocht? Valt de letselschade-uitkering in de nalatenschap?

Gesteld noch gebleken is dat de echtgenoten huwelijkse voorwaarden hebben gemaakt.

Gelet op het bepaalde in de artikelen 1:93 en 1:94 Burgerlijk Wetboek (BW) (zoals deze golden voor 1 januari 2018) moet worden aangenomen dat tussen hen een algehele gemeenschap van goederen bestaat.

Het uitgangspunt is dan ook dat de huwelijksgemeenschap op grond van artikel 1:100 BW bij helfte tussen de echtgenoten wordt verdeeld.

Peildatum

Voor de omvang en samenstelling van de gemeenschap geldt als peildatum 16 maart 2018, de datum van indiening van het echtscheidingsverzoek.

Voor de bepaling van de waarde van de te verdelen goederen geldt de datum van feitelijke verdeling, tenzij de man en de vrouw anders overeenkomen of op basis van de redelijkheid en billijkheid daarvan dient te worden afgeweken.

Nu hiervan niet is gebleken gaat de rechtbank uit van de wettelijke peildata.

Echtscheiding, verdeling en erfenis. Vergoedingsrecht erfenis? Is de letselschade-uitkering verknocht? Valt de letselschade-uitkering in de nalatenschap?

De rechter oordeelt als volgt.

Vergoedingsrecht erfenis

De man stelt dat hij een vergoedingsrecht op de vrouw heeft van € 13.613,41 (= fl 30.000) omdat de man tijdens het huwelijk een erfenis onder uitsluitingsclausule van zijn vader heeft verkregen, welk bedrag partijen hebben aangewend voor de aankoop van de woning. Deze woning is gedurende het huwelijk verkocht met overwaarde, waarna partijen een andere woning hebben gekocht, die is verkocht met overwaarde, waarna partijen de woning aan de huidige echtelijke woning hebben gekocht. De man vordert dit bedrag van omgerekend € 13.613,41 nu terug.

De vrouw is niet bekend met een schenking bij uitsluiting aan de man. Zij erkent dat haar schoonmoeder destijds geld heeft geschonken en dat partijen dat hebben gebruikt voor de aankoop van een woning. Zij meent dat die schenking aan beide partijen is gedaan.

Uit de door de man overgelegde stukken blijkt dat zijn moeder als langstlevende het vruchtgebruik had over de erfenis van de vader van de man.

De rechtbank stelt vast dat in het testament van de vader van de man geen uitsluitingsclausule is opgenomen.

De vordering van de man op zijn moeder ten aanzien van zijn aandeel in de nalatenschap van de vader valt zodoende in de huwelijksgoederengemeenschap van partijen.

Weliswaar is in het testament van de moeder van de man wel een uitsluitingsclausule opgenomen, maar deze uitsluitingsclausule heeft slechts betrekking op haar nalatenschap, die ten tijde van de schenking nog niet was opengevallen.

Het aandeel van de man in de nalatenschap van zijn vader behoort niet tot de nalatenschap van de moeder en een voorschot daarop is dan ook niet onder uitsluitingsclausule geschonken.

De schenking van € 13.613,41 is daarmee in de huwelijksgoederengemeenschap gevallen en de man komt ter zake geen vergoedingsrecht toe.

Letselschadevergoeding

De man stelt dat tot de gemeenschap ook de letselschade-uitkering van de vrouw behoort.

De vrouw heeft in haar verweerschrift melding gemaakt van een letselschade-uitkering die aan haar verknocht zou zijn.

Er zijn geen stukken ter zake overgelegd. De vrouw heeft ter zitting verklaard in 2015 een ongeluk in de Hoogvliet te hebben gehad en dat zij een letselschadeadvocaat in de arm heeft genomen. Zij heeft een aantal kosten vergoed gekregen, zoals ziekenhuis- en reiskosten en een post verlies-verdienvermogen van € 100,- per week. Er is nog geen smartengeld uitgekeerd.

De rechtbank stelt voorop dat naar vaste rechtspraak alleen in uitzonderlijke gevallen op grond van bijzondere verknochtheid kan worden afgeweken van de hoofregel dat de gemeenschap alle tegenwoordige en toekomstige goederen van de echtgenoten omvat.

De vraag of een goed op bijzondere wijze is verknocht en zo ja, in hoeverre die verknochtheid zich ergen verzet dat het goed in de gemeenschap valt hangt af van de aard van dat goed, zoals mede door de maatschappelijke opvattingen wordt bepaald.

De omstandigheid dat de vrouw een schadevergoeding ontvangt in verband met het letsel dat zij als gevolg van een ongeval betekent niet reeds dat sprake is van verknochtheid. De stelplicht en de bewijslast ten aanzien van de verknocht rust op de vrouw.

In het onderhavige geval is door de vrouw niet onderbouwd waar de letselschadevergoeding precies uit bestaat, noch welk gedeelte van de vordering tot letselschadevergoeding ziet op verlies van verdienvermogen ten tijde van het huwelijk en de periode daarna. Ook heeft de vrouw niet gesteld welk deel van de vordering ziet op smartengeld.

Bij deze stand van zaken is niet komen vast te staan dat er sprake is van verknochtheid van de reeds uitgekeerde letselschadevergoeding of van de gevorderde en nog niet uitgekeerde letselschadevergoeding. De gehele schadevergoeding valt dan ook in de gemeenschap van goederen en deze dient bij helfte te worden gedeeld.

De vrouw dient daartoe aan de man inzicht en bescheiden te verstrekken omtrent de omvang van deze (vordering tot) letselschadevergoeding

De rechtbank bepaalt dat de vrouw de man inzicht en daartoe bescheiden dient te verstrekken met betrekking tot de omvang van de (vordering tot) letselschadevergoeding van de vrouw.

Wilt u de gehele uitspraak bekijken? Klik dan hier.

Heeft u een vraag over de vereffening en verdeling van een erfenis, over de taken en bevoegdheden van de executeur, over het waarderen van onroerend goed in een nalatenschap of over vergoedingsrechten of over verknochtheid , belt u dan gerust onze advocaat erfrecht op 020-3980150.