Het Gerechtshof ’s-Hertogenbosch heeft op 12 november 2019 uitspraak gedaan over de vraag of een erfgenaam, die tijdens het leven van erflater financieel beheer heeft gevoerd, rekening en verantwoording moet afleggen aan overige erfgenamen.

Als verweer tegen de gevorderde rekening en verantwoording heeft de erfgenaam aangevoerd dat er geen sprake is geweest van beheer van de financiën en het vermogen van erflater. Hij stelt dat erflater tot het einde toe zelf zijn financiën heeft geregeld en dat hij slechts daarbij behulpzaam is geweest.

Dient de erfgenaam die tijdens het leven van erflater financieel beheer heeft gevoerd rekening en verantwoording af te leggen aan de overige erfgenamen?

De rechter oordeelt als volt.

Naar het oordeel van het hof kan dit standpunt niet worden aanvaard.

De erfgenaam heeft zich, na de ontvangst van de algemene volmacht op 10 mei 2010, feitelijk als gevolmachtigde van erflater gedragen, hetgeen onder meer blijkt uit het feit dat zij de verkoop van de woning van erflater met de makelaar heeft geregeld.

Verder is van belang dat erflater zelf niet in staat was om via internet te bankieren; dat deed erfgenaam voor hem, waartoe hij de beschikking diende te hebben over pincode en bankpas van erflater.

Ook acht het hof van belang dat vanaf 24 mei 2011 de bankafschriften, bestemd voor erflater, naar hem werden gezonden en door haar werden bewaard.

Tot slot acht het hof in dit verband van belang dat hij tijdens de comparitie van partijen in eerste aanleg heeft verklaard: “Toen erflater werd opgenomen had hij geen beheer meer over zijn geld. Dat kon daar niet. Ik haalde hem minstens één keer per week op. Dan bekeek hij bij mij de financiën.”

Naar het oordeel van het hof moet op grond van deze feiten en omstandigheden als vaststaand worden aangenomen dat de erfgenaam daadwerkelijk beheer heeft gevoerd over de financiën en het vermogen van erflater.

Het financieel beheer werd door de erfgenaam reeds gevoerd vóórdat de aan haar verstrekte volmacht formeel ging gelden.

Die volmacht was immers verstrekt onder opschortende voorwaarde en kreeg daardoor pas zijn geldigheid door de medische verklaring van de arts van 27 februari 2012.

Vanaf laatstgenoemde datum diende de erfgenaam in ieder geval rekening en verantwoording af te leggen over het door haar gevoerde beheer.

Voor het antwoord op de vraag of de verplichting tot het afleggen van rekening en verantwoording ook moet worden aangenomen voor de daden van beheer die door de erfgenaam zijn verricht vóór de datum 27 februari 2012, gelden de uitgangspunten die door de Hoge Raad zijn geformuleerd in het arrest van 9 mei 2014 (HR:2014:1089), welk arrest ook is aangehaald door de rechtbank in het vonnis van 22 maart 2017.

In het arrest heeft de Hoge Raad het volgende overwogen.

Volgens vaste rechtspraak kan een verplichting tot het doen van rekening en verantwoording worden aangenomen indien tussen partijen een rechtsverhouding bestaat of heeft bestaan krachtens welke de een jegens de ander (de rechthebbende) verplicht is om zich omtrent de behoorlijkheid van enig vermogensrechtelijk beleid te verantwoorden.

Een zodanige verhouding kan voortvloeien uit de wet, een rechtshandeling of ongeschreven recht (vgl. onder meer HR 2 december 1994, HR:1994:ZC1561, NJ 1995/548 en HR 8 december 1995, HR:1995:ZC1911, NJ 1996/274).

Aan het oordeel dat op grond van ongeschreven recht een verplichting bestaat om zich te verantwoorden over de behoorlijkheid van het over het vermogen van een ander gevoerd beheer, kan bijdragen dat sprake is van een rechtsverhouding die verwantschap vertoont met een of meer in de wet geregelde gevallen waarin een dergelijke verplichting is neergelegd, zoals gemeenschap, opdracht of zaakwaarneming.

Voor het overige is het antwoord op de vraag of een zodanige verantwoording geboden is, sterk afhankelijk van de omstandigheden van het geval. Omstandigheden die in dit verband een rol kunnen spelen zijn onder meer: (i) de redenen waarom het beheer is gevoerd, (ii) de verhouding die bestond tussen degene die het beheer voerde en de rechthebbende, (iii) hetgeen in de relatie tussen partijen of in soortgelijke gevallen gebruikelijk is of was, (iv) de mate waarin degene die het beheer voerde, zelfstandig kon en mocht handelen, en (v) de mate waarin de rechthebbende in staat is geweest de handelingen van degene die het beheer voerde te overzien en voor zijn belangen op te komen.

Net als de rechtbank is het hof van oordeel dat, in het licht van de voormelde feiten en omstandigheden, de rechtsverhouding tussen erflater en de erfgenaam zoals deze in ieder geval vanaf 24 mei 2011 heeft bestaan, voldoende verwantschap vertoont met meerdere in de wet geregelde gevallen waarin een verplichting tot het afleggen van rekening en verantwoording geldt, zoals opdracht, zaakwaarneming en beschermingsbewind van meerderjarigen.

De conclusie is dat de rechtbank de erfgenaam terecht heeft veroordeeld om rekening en verantwoording af te leggen over het door haar gevoerde beheer over de financiën en het vermogen van erflater in de periode van 24 mei 2011 tot 28 januari 2014.

Wilt u de gehele uitspraak bekijken? Klik dan hier.

Heeft u een vraag aan onze advocaat verdeling erfenis over de vereffening of verdeling van een erfenis, over de uitleg van een testament of over de nietigheid van een testament, over de taken en bevoegdheden van de executeur, over het kindsdeel of over de legitieme, of over het afleggen van rekening en verantwoording, belt u dan gerust onze advocaat verdeling erfenis op 020-3980150.

Wilt u meer weten over de verdeling van een erfenis, bezoek dan onze website over de verdeling van een erfenis. Klik dan hier.

Wilt u meer weten over het erfrecht, bezoek dan onze website van ons advocatenkantoor. Klik dan hier.