Van onze advocaat erfrecht. Het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden heeft op 26 april 2018 uitspraak gedaan over de machtiging van de bewindvoerder tot het doen van een schenking.

Op grond van artikel 1:441 lid 2 onder a van het Burgerlijk Wetboek behoeft de bewindvoerder toestemming van de rechthebbende of, indien deze daartoe niet in staat of weigerachtig is, machtiging van de kantonrechter voor het beschikken over een onder het bewind staand goed, tenzij de handeling als gewone beheersdaad kan worden beschouwd of krachtens rechterlijk bevel geschiedt.

Bewind. Toestemming rechter voor het doen van een schenking. Geen schenkingstraditie.

De rechter oordeelt als volgt.

In deze zaak staat vast dat de rechthebbende zelf niet in staat is tot het geven van toestemming voor de beoogde schenkingen, zodat daarvoor machtiging van de kantonrechter is vereist.

Een dergelijk machtigingsverzoek wordt in een dergelijk geval getoetst aan de Aanbevelingen meerderjarigenbewind van het Landelijk Overleg Vakinhoud Civiel en Kanton & Toezicht (LOVCK&T), hierna te noemen: de Aanbevelingen.

Het hof is van oordeel dat de kantonrechter het verzoek van de bewindvoerder tot afgifte van een machtiging tot schenking op goede gronden heeft afgewezen.

Het hof verwijst daartoe naar de motivering van de rechtbank in de bestreden beschikking, neemt deze na eigen onderzoek over, maakt deze tot de zijne en voegt daaraan nog het volgende toe.

Uit de stukken in hoger beroep en hetgeen ter mondelinge behandeling naar voren is gekomen blijkt niet van andere feiten en omstandigheden ten opzichte van de procedure in eerste aanleg die een ander oordeel rechtvaardigen.

Uit het door de bewindvoerder overgelegde testament van de rechthebbende uit 2009 blijkt dat de nicht van de rechthebbende tot enig erfgenaam is benoemd en niet de neef.

Dat, zoals door de bewindvoerder ter zitting is aangegeven, de neef destijds volgens de desbetreffende notaris niet tot erfgenaam kon worden benoemd, heeft de bewindvoerder, desgevraagd, niet nader kunnen toelichten en lijkt niet zondermeer aannemelijk.

In ieder geval blijkt uit dit testament (ook) niet van een schenkingstraditie van de rechthebbende aan de nicht en de neef. Dit geldt eveneens voor de (geoormerkte) schenking van de rechthebbende in 2014 aan de nicht van € 50.000,- in verband met de aanschaf van een eigen woning. Ook daaruit is geen schenkingstraditie af te leiden.

Het hof is derhalve van oordeel dat de bewindvoerder ook in hoger beroep onvoldoende heeft aangetoond dan wel onderbouwd waarom van de hoofdregel uit de Aanbevelingen, te weten afwijzen van een verzoek tot schenking namens een rechthebbende die zijn wil niet kan bepalen, dient te worden afgeweken.

Dat volgens de bewindvoerder door de beoogde schenkingen de verzorging van de rechthebbende niet in gevaar komt en haar vermogenspositie niet onder druk komt, maakt, wat daarvan ook zij, dit oordeel niet anders.

Wilt u de gehele uitspraak bekijken? Klik dan hier.

Heeft u een vraag over de vereffening of verdeling van een erfenis, over de uitleg van een testament, over wilsonbekwaamheid, schenkingen en bewind in het erfrecht, belt u dan gerust onze advocaat erfrecht op 020-3980150.