Aan de orde is een uitspraak over de nieuwe wet BETS (Bescherming Erfgenamen Tegen Schulden). De erfgenamen hebben zuiver aanvaard en worden geconfronteerd met een hoge schuld.

Erflater is nooit gehuwd of als partner geregistreerd geweest. Hij heeft geen afstammelingen achtergelaten. Zijn erfgenamen zijn twee zusters die zuiver hebben aanvaard. Geheel onverwacht verschijnen de kinderen van een vooroverleden broer die stellen een aandeel te hebben in een werkplaats, een woonark en een stuk grond. Zij menen een vordering te hebben omdat erflater vanaf 1986 het volle genot heeft gehad van deze goederen. Deze vordering hebben zij berekend op € 234.749,00

Als die claim komen vast te staan wordt de nalatenschap van erflater negatief, ook omdat er sprake is van verschillende legaten. De zusters die zuiver hebben aanvaard worden dan met hun privévermogen aansprakelijk.

De zussen hebben de kantonrechter op grond van artikel 4:194a lid 1 BW gevraagd om te worden gemachtigd om de nalatenschap van erflater alsnog beneficiair te aanvaarden.

Artikel 4:194a BW bepaalt:

Een erfgenaam die na zuivere aanvaarding bekend wordt met een schuld van de nalatenschap, die hij niet kende en ook niet behoorde te kennen, wordt, indien hij binnen drie maanden na die ontdekking het verzoek daartoe doet, door de kantonrechter gemachtigd om alsnog beneficiair te aanvaarden.

Allereerst is aan de orde of er wel sprake is van een schuld nu de vordering nog niet vaststaat. De vordering wordt namelijk door de zussen betwist. De kantonrechter is van oordeel dat voor een beroep op artikel 4:194a lid 1 BW niet (in rechte) vast hoeft te staan dat sprake is van een schuld. Er zal wel sprake moeten zijn van een claim die enigszins reel is en samenhangt met de nalatenschap.

Vervolgens moet de kantonrechter beoordelen of er is voldaan aan de termijn van drie maanden. Uit de feiten leidt de kantonrechter af dat 5 december 2017 het eerste moment was waarop verzoeksters bekend werden met de claim. Zij hebben het verzoek ingediend op 28 februari 2018, zodat het binnen drie maanden na ontdekking van de claim is ingediend. De zussen zijn dus op tijd.

En dan de vraag of er sprake is van een onverwachte schuld. Dat is  een schuld die een erfgenaam niet kende en evenmin behoorde te kennen op het moment dat hij de nalatenschap zuiver aanvaardde. Met de woorden “kende en behoorde te kennen” verwijst het wetsartikel naar het begrip goede trouw in het Burgerlijk Wetboek. Er is geen goede trouw als de erfgenaam op de hoogte was van de schuld op het moment van de aanvaarding van de nalatenschap. Ook als een erfgenaam niet op de hoogte was, maar onder de gegeven omstandigheden – rekening houdend met zijn eventuele deskundigheid – beter behoorde te weten of twijfelde of had moeten twijfelen en geen nader onderzoek heeft gedaan, is hij niet te goeder trouw.

Op grond van alle feiten (zie hier) constateert de kantonrechter dat in casu sprake is van een onverwachte schuld die de beide zussen niet kenden en ook niet behoorden te kennen. De zussen krijgen de gevraagde machtiging om beneficiair te aanvaarden.

Bent u ook overvallen door een schuld in een nalatenschap die u zuiver hebt aanvaard? Neemt u dan contact op met één van onze erfrecht advocaten : Toon Kool of Maddie Wisman.