Van onze advocaat executeur. De Rechtbank Rotterdam heeft op 25 april 2018 uitspraak gedaan over de verdeling van een nalatenschap. Was de executeur in zijn taak tekortgeschoten? Waren de geestvermogen van erflater gestoord? Schulden van de nalatenschap. Executeurskosten.

De grondslag van de vordering van de erfgenaam is artikel 3:185 BW, maar feitelijk stelt zij aan de orde de vraag of de andere erfgenaam in zijn hoedanigheid van executeur is tekortgeschoten en/of dat hij zijn taken onbehoorlijk heeft vervuld (artikel 4:144 lid 1 BW).

Verdeling nalatenschap. Executeur tekortgeschoten? Gestoorde geestvermogen? Schulden van de nalatenschap. Executeurskosten.

De rechter oordeelt als volgt.

Tussen partijen staat vast dat de erfgenaam tijdens het leven van erflater de beschikking hadden over een bedrag in contanten van erflater en dat de erfgenaam gemachtigd was voor de door erflater in Nederland aangehouden rekening. Volgens de erfgenaam ontstond daardoor een zgn. “rekening-courantverhouding” met erflater, met welke rekening-courantverhouding hij uitsluitend in opdracht van en na overleg met erflater beschikkingshandelingen kon verrichten.

De andere erfgenaam stelt echter dat het al een tijd niet goed ging met erflater in de periode voor zijn overlijden, dat erflater zijn wil minder goed kon bepalen en dat hij zich daarom onvoldoende rekenschap heeft gegeven van bedoelde rekening-courantverhouding.

De rechtbank begrijpt dat de erfgenaam hiermee een beroep doet op artikel 3:34 lid 1 BW.

In artikel 3:34 lid 1 BW staat dat indien iemand wiens geestvermogens blijvend of tijdelijk zijn gestoord, iets heeft verklaard, een met de verklaring overeenstemmende wil dan wordt geacht te ontbreken, indien de stoornis een redelijke waardering der bij de handeling betrokken belangen belette, of indien de verklaring onder invloed van die stoornis is gedaan.

Een verklaring wordt vermoed onder invloed van de stoornis te zijn gedaan, indien de rechtshandeling voor de geestelijk gestoorde nadelig was, tenzij het nadeel op het tijdstip van de rechtshandeling redelijkerwijze niet was te voorzien.In lid 2 staat dat een zodanig ontbreken van de wil een rechtshandeling vernietigbaar maakt.

Volgens de erfgenaam en executeur was erflater tot aan zijn sterfdatum bekwaam en bevoegd om naar eigen inzicht over zijn vermogen te beschikken.

Overwogen wordt dat de andere erfgenaam niet heeft gesteld dat de rechtshandeling(en) van erflater tijdens zijn leven voor hemzelf nadelig zijn geweest.

Dit betekent dat van het wettelijke vermoeden als bedoeld in artikel 3:34 lid 1, tweede zin, BW geen sprake is. Derhalve dient getoetst te worden of sprake is van de in lid 1 bedoelde situatie. De erfgenaam heeft haar stelling onderbouwd met de mededeling ter comparitie dat zij een e-mail heeft van een zorginstelling die haar visie op dit punt bevestigt.

Echter onduidelijk is gebleven vanaf wanneer de geestvermogens van erflater volgens erfgenaam blijvend of tijdelijk gestoord waren. Daar komt nog bij dat de erfgenaam ter comparitie heeft bevestigd dat zij haar stelling niet kan onderbouwen met een verklaring van een arts die erflater op dit punt heeft onderzocht. Derhalve is niet komen vast te staan dat erflater zijn wil niet meer goed kon bepalen. Er is geen vernietigbare rekening-courantverhouding tussen erflater en gedaagde als erfgenaam .

Voorts stelt de erfgenaam als eiser dat een deel van de kosten die door de erfgenaam als executeur ten laste van de nalatenschap zijn gebracht onredelijk zijn.

Volgens de erfgenaam behoren de kosten van huur van auto’s en appartementen niet ten laste van de nalatenschap te worden gebracht omdat de erfgenamen allemaal een baan hebben en deze kosten zelf kunnen betalen. De erfgenaam als executeur voert hiertegen aan dat de kosten die zijn opgevoerd na het overlijden van erflater daadwerkelijk gemaakte kosten zijn die nodig waren om de nalatenschap te kunnen afwikkelen.

Schulden van de nalatenschap zijn onder meer de kosten van executele, met inbegrip van het loon van de executeur (artikel 7 lid 1 sub c BW).

De norm die in de processtukken van de erfgenaam als eiser doorklinkt, dat kosten niet ten laste van de nalatenschap gebracht moeten worden als de executeur deze kosten zelf kan betalen, is niet de norm waaraan door de rechtbank getoetst moet worden.

Bij executeurskosten moet het gaan om kosten die de executeur in redelijkheid heeft gemaakt of doen maken, gelet op de hem door de wet of erflater toegedachte taak. Daarbij is niet van belang of een executeur de executeurskosten al dan niet zelf zou kunnen dragen.

De executeurskosten zijn vastgesteld in een boedelbeschrijving die door de door de kantonrechter aangewezen notaris is opgemaakt.

Deze boedelbeschrijving is opgemaakt nadat de erfgenaam een procedure bij de kantonrechter aanhangig heeft gemaakt en de kantonrechter bij beschikking van 2 juli 2014 de notaris heeft aangewezen een boedelbeschrijving op te maken.

De erfgenaam als executeur is verplicht tot het doen van juiste opgave aan de notaris. Hij heeft in zijn hoedanigheid als executeur de juistheid van hetgeen in de boedelbeschrijving is opgenomen, waaronder de executeurskosten, onder ede bevestigd bij de notaris.

Nadat (aanvullende) vragen van de erfgenaam over de boedelbeschrijving tijdens een mondelinge behandeling en een bezoek van erfgenaam aan de notaris beantwoord zijn, is de procedure bij de kantonrechter op verzoek van partijen doorgehaald op de rol. Kennelijk waren beide partijen het eens over de boedelbeschrijving.

De erfgenaam heeft desondanks, nadat de notaris een concept-akte van verdeling had opgesteld, opnieuw bezwaar gemaakt tegen dezelfde executeurskosten.

Het had op de weg van de erfgenaam gelegen om te stellen en te onderbouwen dat zij haar eerdere instemming met de in de boedelbeschrijving opgenomen executeurskosten heeft ingetrokken. Dat heeft zij nagelaten. Dus worden de executeurskosten die erfgenaam als executeur ten laste van de nalatenschap heeft gebracht niet onredelijk geacht en staat hetgeen in de boedelbeschrijving daarover is opgenomen vast.

De stelling van de erfgenaam dat de executeur aan de andere erfgenaam een voorschotbedrag van € 35.700,00 in plaats van € 25.700,00 heeft voldaan, doet aan dit oordeel niet af. Uit de door executeur overgelegde stukken blijkt immers dat die erfgenaam vijf keer een voorschot van de executeur heeft ontvangen, met een totaalbedrag van € 25.700,00.

Tenslotte stelt de erfgenaam dat de erfgenaam als executeur niet transparant, niet voortvarend en niet zorgvuldig heeft gehandeld, waardoor hem naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid geen loon toekomt voor de afwikkeling van de nalatenschap, althans dat hem een (aanzienlijk) lager loon toekomt dan het bedrag dat in het verdelingsvoorstel is opgenomen.

De rechter begrijpt dat gevorderd wordt de beloning van de erfgenaam als executeur anders te regelen dan bij de uiterste wil door erflater is aangegeven.

Op grond van artikel 4:144 lid 3 jo. artikel 4:159 lid 3 BW is uitsluitend de kantonrechter bevoegd te beslissen over het loon van de executeur anders dan erflater bij zijn uiterste wil heeft aangegeven. Dit onderdeel van de procedure zal onder verwijzing naar de kantonrechter, worden voortgezet volgens de regels die gelden voor de verzoekschriftprocedure.

Nu het niet op de weg van de rechtbank ligt om te onderzoeken wat al dan niet tot de boedel behoort, ligt de primaire vordering van de erfgenaam reeds daarom voor afwijzing gereed.

Daar hierboven is overwogen dat de boedelbeschrijving vaststaat, zal de rechtbank de wijze van verdeling vast moeten stellen, met dien verstande dat over het loon van de executeur nog door de kantonrechter moet worden beslist.

Omdat de notaris reeds een concept-akte van verdeling heeft opgesteld, zal de notaris gelast worden de nalatenschap te verdelen overeenkomstig die concept-akte van verdeling van 1 december 2015, onder voorbehoud van de beslissing van de kantonrechter over het loon van de executeur.

Wilt u de gehele uitspraak bekijken? Klik dan hier.

Heeft u een vraag over de vereffening en verdeling van een erfenis, over de taken en bevoegdheden van een executeur, over het ontslag van een executeur, over de kosten van de executele of over de schulden van de nalatenschap, belt u dan gerust onze advocaat executeur op 020-3980150.