De Rechtbank Rotterdam heeft enige tijd geleden uitspraak gedaan over een beroep op de redelijkheid en billijkheid op grond van artikel 3:166 lid 2 BW jo art 6:2 BW met betrekking tot het negatieve saldo (tekort) van een nalatenschap bij zuivere aanvaarding van die nalatenschap.

Gedaagde heeft de door eiser gestelde schulden van de nalatenschap niet betwist, behoudens de hypotheekschuld.

Ten aanzien van de hypotheekschuld geldt dat gedaagde zich op het standpunt stelt dat eisers de woning hebben verkregen, zodat zij ook de daarbij behorende hypotheekschuld voor hun rekening moeten nemen.

In het testament van erflater is evenwel opgenomen dat de renten en eventuele aflossingen met betrekking tot (hypothecaire) geldleningen met betrekking tot deze woning ten laste van de nalatenschap komen.

De hypotheekschuld waarvan de hoogte niet door gedaagde is betwist, zal dan ook eveneens als schuld van de nalatenschap worden aangemerkt.

Zuivere aanvaarding. Verrekening. Negatief saldo van de nalatenschap. Beroep op de redelijkheid en billijkheid vanwege het tekort van de nalatenschap?

De rechter oordeelt als volgt.

Gedaagde heeft zich vervolgens op het standpunt gesteld dat zij nog diverse betalingen heeft verricht ten behoeve van de nalatenschap.

Het gaat om een bedrag van in totaal € 12.540,- dat zij vanaf haar privé rekening heeft gestort naar de en/of rekening, waarvan vervolgens kosten zijn voldaan die voor rekening van de nalatenschap kwamen, zo stelt zij.

Daarnaast heeft zij volgens haar stelling diverse boedelschulden voldaan vanaf haar privérekening voor in totaal € 3.102,50.

Beide bedragen moeten volgens gedaagde in mindering worden gebracht op het bedrag dat zij aan de boedel verschuldigd is.

Eiser heeft zich op het standpunt gesteld dat verrekend mag worden, maar dat hij geen specificatie heeft gekregen van de kosten die gedaagde zou hebben voldaan. In ieder geval de uitvaartkosten en de hypotheeklasten over zes maanden mogen worden verrekend.

De advocaat van gedaagde heeft ter zitting gesteld dat kan worden gespecificeerd welke bedragen zijn voldaan ten behoeve van de nalatenschap.

Gelet op het feit dat eiser ook heeft erkend dat enig bedrag zal kunnen worden verrekend, zal gedaagde in de gelegenheid worden gesteld de door haar gestelde bedragen te onderbouwen.

Gedaagde heeft voorts een beroep gedaan op de redelijkheid en billijkheid op grond van artikel 3:166 lid 2 BW jo artikel 6:2 BW met betrekking tot het negatieve saldo van de nalatenschap.

Zij stelt dat het onredelijk zou zijn als zij het negatieve saldo moet betalen, terwijl zij, eisers deelgenoten zijn en eisers rijkelijk bedeeld zijn met de legaten van de onroerende zaken.

Aan deze stelling van gedaagde wordt door de rechter voorbij gegaan, nu zij gelet op de zuivere aanvaarding aansprakelijk is voor het tekort.

Wilt u de gehele uitspraak bekijken? Klik dan hier.

Heeft u een vraag aan onze advocaat verdeling erfenis over de vereffening of verdeling van een erfenis, over de uitleg van een testament of over de nietigheid van een testament, over de taken en bevoegdheden van de executeur, over het kindsdeel of over de legitieme, of over de redelijkheid en billijkheid in het erfrecht, belt u dan gerust onze advocaat verdeling erfenis op 020-3980150.

Wilt u meer weten over de verdeling van een erfenis, bezoek dan onze website over de verdeling van een erfenis. Klik dan hier.

Wilt u meer weten over het erfrecht, bezoek dan onze website van ons advocatenkantoor. Klik dan hier.