Ook dit komt in de praktijk helaas vaak voor: moeder overlijdt, haar zoon en dochter zijn erfgenaam. De broer beschuldigt zijn zus er van dat zij geld heeft onttrokken aan het vermogen van moeder. Vader was al eerder overleden.

De broer stelt dat zijn zus onrechtmatig jegens hem, als mede-erfgenaam van moeder, heeft gehandeld door zich na het overlijden van vader gelden toe te eigenen. Zij moet deze gelden inbrengen in de nalatenschap van moeder dan wel rekening en verantwoording afleggen. Het gaat om een totaalbedrag van meer dan € 170.000,00.

Ten tijde van het overlijden van vader was het saldo van bankrekening 1 € 146.263,06. Na het overlijden van moeder was dit saldo (nagenoeg) nihil. Er zijn grote bedragen per kas opgenomen: in vier keer bij elkaar € 88.000,00. Ook van andere rekeningen is geld opgenomen. Er is niets van het “verdwenen” geld terug gevonden na het overlijden van moeder.

Het hof accepteert het verweer van de dochter die stelt dat alle kasopnames zijn gedaan door moeder, dat in 2008 zowel zijzelf als haar broer een schenking hebben ontvangen van € 27.500,00 en dat het geld voor het overige door moeder zelf is opgemaakt.Moeder heeft voor zover zij kon leuk geleefd, ging regelmatig uit eten en op vakantie, al dan niet met haar dochter. De dochter had wel een pinpas van moeder, maar moeder had zelf ook een pas. Moeder vond het makkelijk dat haar dochter geld voor haar pinde en als moeder dat vroeg, dan deed zij dat. Moeder had zelf overzicht had over haar financiën. De bank verzond alle bankafschriften naar moeder, zodat moeder deze kon controleren. De dochter heeft de hele administratie (van december 2009 tot en met januari 2014) reeds op 24 januari 2014 aan de broer gegeven. Hieruit blijkt dat nagenoeg alleen de vaste lasten van moeder werden afgeschreven, zoals de huur, Brabant Water, KPN, zorgverzekering en Ziggo. De dagelijkse uitgaven, bijvoorbeeld voor boodschappen, kleding en ontspanning, werden contant betaald. Zo is in 2010 slechts drie keer gepind (Agrimarkt, C1000 en Blokker).

Het hof oordeelt dat de broer onvoldoende concreet heeft onderbouwd dat zijn zus onrechtmatig heeft gehandeld. Bewijslevering is niet aan de orde.

Moet de zus nu wel nog rekening en verantwoording afleggen? Het hof overweegt als volgt. Volgens vaste rechtspraak is er een verplichting tot het afleggen van rekening en verantwoording als tussen partijen een rechtsverhouding bestaat of heeft bestaan op grond waarvan de een jegens de ander daartoe verplicht is. Zo’n verhouding vloeit voort uit de wet, een rechtshandeling of uit ongeschreven recht. Daarbij kan een rol spelen als er sprake is van een rechtsverhouding die verwantschap vertoont met een of meer in de wet geregelde gevallen waarin een dergelijke verplichting is neergelegd. Denk aan gemeenschap, opdracht of zaakwaarneming.

Voor het overige is het antwoord op de vraag of in dit geval de zus verantwoording moet afleggen sterk afhankelijk van de omstandigheden. Voorbeelden van die omstandigheden zijn de redenen waarom het beheer is gevoerd, de verhouding tussen degene die het beheer voerde en de rechthebbende,  hetgeen in soortgelijke gevallen gebruikelijk is of was, de mate waarin degene die het beheer voerde, zelfstandig mocht handelen en de mate waarin de rechthebbende in staat is geweest de handelingen van degene die het beheer voerde te overzien en voor zijn belangen op te komen.

Het hof oordeelt dat er in dit geval geen rechtsverhouding tussen de broer en de zus bestaat op grond waarvan de zus aan de broer rekening en verantwoording moet afleggen.

Bent u van mening dat er iemand de bankrekeningen heeft “leeggetrokken”? Of wordt u daar ten onrechte van beschuldigd? Neemt u dan contact op met één van onze erfrechtadvocaten: Toon Kool of Maddie Wisman