Van onze advocaat kindsdeel. De Rechtbank Rotterdam heeft op 19 januari 2018 een verzet tegen een uitdelingslijst gegrond verklaard vanwege vele onregelmatigheden omtrent de nalatenschap van de erflater (artikel 4:218 lid 3 BW).
Erfgenamen hebben verzocht het verzet gegrond te verklaren en te bepalen dat vereffenaar eindafrekening en verantwoording ter inzage aflegt.
Ingevolge artikel 4:218 lid 3 BW kan iedere belanghebbende een maand na de openlijke bekendmaking tegen de rekening en verantwoording of tegen de uitdelingslijst in verzet komen bij de kantonrechter.
Aangezien verzoekster erfgenaam is van erflater kan zij als belanghebbende worden aangemerkt.
De uitdelingslijst is op 12 juli 2016 door de rechtbank ontvangen, zodat het op 10 augustus 2016 ingekomen verzet tijdig is gedaan en verzoeksters ontvankelijk zijn in hun verzet.
Bovengenoemd artikel biedt geen grondslag om een vereffenaar te verplichten tot het afleggen van een eindafrekening en verantwoording door de vereffenaar aan verzoeksters.
Nu de erfgenamen ook geen nadere onderbouwing hebben gegeven op welke grond vereffenaar wel rekening en verantwoording dient af te leggen, zal dit onderdeel van het verzoek worden afgewezen.
Verzet tegen uitdelingslijst gegrond verklaard vanwege veel onregelmatigheden omtrent de nalatenschap van erflater
Wat betreft de beoordeling van de juistheid van de uitdelingslijst overweegt de kantonrechter als volgt.
Uit het verloop van de genoemde feiten kan de kantonrechter vaststellen dat er zich veel onregelmatigheden c.q. merkwaardigheden omtrent de nalatenschap van erflater hebben voorgedaan.
De verzegeling van het onroerend goed, de gebrekkige communicatie tussen vereffenaar en de voormalige gemachtigde(n) van de erfgenamen, de verkoopprijs van de boerderijwoning en de vaststellingsovereenkomst die door een aantal partijen is ondertekend zijn slechts een aantal voorbeelden die tot die onregelmatigheden behoren die nader onderzoek vergen.
Daar komt nog bij dat bij een aantal van die situaties de erfgenamen, althans de moeder van de minderjarige erfgename, is betrokken geweest en dat gegeven die situatie het gewenst is dat er een bijzonder curator wordt benoemd om de belangen van de minderjarige te behartigen.
De rechter ziet in deze procedure echter geen noodzaak om tot een dergelijke benoeming over te gaan, omdat er vanwege bovengenoemde curieuze en buitengewoon bijzondere omstandigheden de gegrondheid van (een deel van) de vorderingen die op de uitdelingslijst van 12 juli 2016 staan niet vaststaat maar ook niet valt uit te sluiten.
Of deze vorderingen gegrond zijn en of de uitdelingslijst in zoverre onjuist is, is dan ook niet op eenvoudige wijze vast te stellen. Het is niet uitgesloten dat daarbij bewijslevering of deskundigenonderzoek dient plaats te vinden.
De rechter is van oordeel dat onderhavige procedure zich hier niet voor leent en dat de dagvaardingsprocedure daarvoor de aangewezen procedure is.
In de parlementaire geschiedenis is er op gewezen dat een belanghebbende een procedure tot erkenning van zijn vordering kan instellen. Op grond van artikel 4:223 lid 2 BW is bepaald, voor zover hier van belang, dat een schuldeiser ook tijdens de vereffening zijn vorderingsrecht bij vonnis kan doen vaststellen.
Eerst nadat iedere in deze procedure verschenen belanghebbende zijn vorderingsrecht heeft doen vaststellen zal de vereffenaar een nieuwe uitdelingslijst dienen op te stellen, waarbij dan tevens aandacht dient te worden besteed aan de vraag wat de onderlinge rangorde van de schuldeisers is.
Tot slot wil de rechter niet nalaten om op te merken dat de minderjarige erfgename, daarbij vertegenwoordigd door een bijzonder curator er belang bij kan hebben dat er een nieuwe vereffenaar wordt benoemd, hetgeen eens te meer klemt nu de huidige vereffenaar heeft aangegeven zijn activiteiten niet langer te willen voortzetten. Een eventuele nieuwe vereffenaar zal die werkzaamheden – zo vermoedt de rechter – niet kosteloos willen doen.
Al het vorenstaande leidt ertoe dat de uitdelingslijst van 12 juli 2016 dient te worden vernietigd en dat het door verzoeksters gedane verzet gegrond moet worden verklaard.
Gegeven de aard van de procedure zal de kantonrechter de proceskosten compenseren in die zin dat iedere partij de eigen kosten zal dragen.
Wilt u de gehele uitspraak bekijken? Klik dan hier.
Heeft u een vraag over de vereffening of verdeling van een erfenis, over de legitieme of over het kindsdeel of over verzet tegen een uitdelingslijst in een nalatenschap, belt u dan gerust onze advocaat kindsdeel op 020-3980150.