Het verkrijgen van een medisch dossier is lastig, er dient sprake te zijn van bijzondere omstandigheden. In de onderhavige zaak lukte het omdat er concrete medische gegevens beschikbaar waren èn omdat eiser op geen andere manier kon vaststellen of het testament rechtsgeldig was opgemaakt.

Erflater had een hersenbloeding gehad. Een dag nadat hij het ziekenhuis had verlaten en was overgebracht naar een revalidatiekliniek is erflater met zijn partner een samenlevingscontract aangegaan en op deze zelfde datum is het testament van erflater verleden. In dit testament is zijn partner tot enig erfgenaam en executeur benoemd.

In het behandelplan staat onder andere: “Het meest hindert de communicatie, dhr. kan niet goed aangeven wat hij wil en bedoelt. (…)”. Een paar weken later is vastgelegd: “Dhr. geeft ja en nee adequaat aan NIET BEHAALD, het is afhankelijk van het gespreksonderwerp hoe goed dit lukt. Over het algemeen is het voor zijn omgeving lastig om zijn ja/nee goed te interpreteren. In oefensituatie lukt het minder goed dan wanneer dhr. vanuit eigen intentie iets wil duidelijk maken. Dhr. spreekt met hulp woorden uit GEDEELTELIJK BEHAALD Dhr. kan woorden soms naspreken, maar gaat snel over in perseveratie. Dhr. zet met hulp taalzakboek in NIET BEHAALD wanneer de juiste bladzijde voor gelegd word en er in oefening iets gevraagd wordt is de respons wisselend. Het gebruik van een ander communicatiehulpmiddel is op dit moment niet mogelijk i.v.m. de forse problemen met bijv. categoriseren. Dhr. zet zo mogelijk op verzoek non-verbale communicatie in NIET BEHAALD het is afhankelijk van het gespreksonderwerp in hoeverre het dhr. lukt om non-verbale communicatie in te zetten. Wanneer het onderwerpen betreft die hij interessant vindt is er enige reactie zichtbaar”. (…) “Ja/nee is niet altijd duidelijk. Dhr is meer gefrustreerd, lijkt niet alles te begrijpen, (…)”.

Nog weer later is erflater overgeplaatst en opgenomen in verpleeghuis De Viermaster in Apeldoorn. Circa 5 maanden na de hersenbloeding is erflater overleden. Eiser wil afgifte van het medisch dossier van het ziekenhuis. Het ziekenhuis beroept zich op het medisch beroepsgeheim.
De kort geding rechter overweegt dat het beroepsgeheim ook geldt na het overlijden van de patiënt en jegens nabestaanden van die patiënt. Voor doorbreking van het beroepsgeheim kan plaats zijn indien voldoende concrete aanwijzingen bestaan dat een ander zwaarwegend belang zou kunnen worden geschaad indien het beroepsgeheim onverkort wordt gehandhaafd. De rechter overweegt dat als het zo zou zijn dat erflater ten tijde van het verlijden van het testament onvoldoende in staat was om zijn wil te bepalen, om te begrijpen wat er in het testament stond en om kenbaar te maken dat hetgeen de notaris aan hem voorlas datgene was wat hij werkelijk wilde, dat zou kunnen betekenen dat het testament niet zijn uiterste wil bevat.
Voor de voorshandse aanname dat dat inderdaad (wellicht) niet het geval is, verschaffen de medische gegevens die eiser heeft overgelegd voldoende aanknopingspunten. Uit deze medische gegevens volgt dat bij de nabespreking van het  revalidatieplan is gebleken dat zowel het doel om adequaat ja en nee te kunnen aangeven als het doel om daarvoor non-verbale communicatie in te zetten niet zijn behaald. Hoewel daaruit niet zonder meer de conclusie kan worden getrokken dat erflater tijdens zijn verblijf in het geheel niet in staat zou zijn geweest om zijn uiterste wil te bepalen en kenbaar te maken, kan daaraan wel worden getwijfeld. Temeer omdat uit de medische gegevens tevens volgt dat erflater niet alles wat tegen hem werd gezegd leek te begrijpen en daarnaast moeite had met het categoriseren van hetgeen tegen hem werd gezegd. Indien erflater niet wilsbekwaam blijkt te zijn geweest, moet worden aangenomen dat met de inhoud van het verleden testament afbreuk is gedaan aan de positie van eiser, die krachtens het erfrecht tot de nalatenschap geroepen kan zijn.

De kort geding rechter is voorts van oordeel dat voor eiser niet langs andere weg dan door middel van het verkrijgen van de medische gegevens van het ziekenhuis voldoende mogelijkheden bestaan om te kunnen vaststellen of het testament  rechtsgeldig is opgemaakt.  Daarom heeft eiser een concreet en specifiek belang om kennis te kunnen nemen van deze medische informatie met betrekking tot de gezondheidstoestand van erflater kort voor het verlijden van het testament.

Dit alles leidt ertoe dat voldoende gronden bestaan om in kort geding het beroepsgeheim van de behandelend arts te doorbreken en inzage in het door hem bijgehouden medische dossier toe te staan. Daarom zal de primaire vordering strekkende tot veroordeling van het ziekenhuis om een afschrift van het medisch dossier van aan eiser te verstrekken, worden toegewezen.

Lees hier de hele uitspraak.