Van onze advocaat executeur. De Rechtbank Noord-Holland heeft enige tijd geleden uitspraak gedaan over het ontslag van een executeur van een nalatenschap wegens gegronde reden tot wantrouwen door het onvoldoende naleven van de informatieplicht van de executeur jegens de erfgenamen.

De erfgenamen verzoeken de kantonrechter om de executeur in zijn hoedanigheid van executeur te ontslaan als executeur van de nalatenschap van de overledene en te veroordelen in de proceskosten.

Zij leggen daaraan ten grondslag dat zij een gegronde reden hebben tot wantrouwen van de executeur doordat hij een structureel weigerachtige houding aanneemt met betrekking tot het verstrekken van informatie.

Verder brengt het handelen van de executeur financiële schade toe aan de nalatenschap, bijvoorbeeld doordat de aangifte erfbelasting niet binnen de termijn is ingediend door de executeur. Per erfgenaam is hierdoor een boeterente van € 2.738,00 verschuldigd geworden. Door betaling van erfbelasting in termijnen door de executeur is daarbij invorderingsrente verschuldigd geworden. Ook is de rekening van de notaris niet tijdig voldaan en zijn gemeentelijke belastingaanslagen niet tijdig betaald.

Verder stellen zij dat een vordering nog niet is geïnd en dat er mogelijk nog vorderingen van de nalatenschap op de executeur in privé zijn die moeten worden vastgesteld en geïnd. Daarbij stellen zij dat er geen deugdelijke boedelbeschrijving – de aangifte erfbelasting voldoet niet – noch een rekening en verantwoording is opgemaakt door de executeur.

Ontslag executeur nalatenschap toegewezen wegens gegronde reden tot wantrouwen door onvoldoende naleving informatieplicht jegens erfgenamen.

Ontslag executeur nalatenschap toegewezen wegens gegronde reden tot wantrouwen door onvoldoende naleving informatieplicht jegens erfgenamen

De rechter oordeelt als volgt.

De kantonrechter stelt voorop dat de taak van een executeur van rechtswege eindigt wanneer deze zijn werkzaamheden als zodanig heeft voltooid.

De executeur heeft aangegeven dat hij zijn taak als voltooid beschouwt. In dit standpunt kan hij, zonder nadere motivatie en onderbouwing die ontbreekt, niet gevolgd worden.

Een duidelijke en gestructureerde rekening en verantwoording aan de erfgenamen over het gevoerde beheer heeft de executeur bijvoorbeeld niet in het geding gebracht.

Ook ontbreekt een deugdelijke boedelbeschrijving.

Verder is onduidelijk of alle schulden zijn betaald, nu de executeur het standpunt van de erfgenamen dat er blijkens de hen bekende bankafschriften nog steeds sprake is van lopende kosten die worden afgeschreven van de ervenrekening, niet heeft betwist. Gelet hierop dient te worden geoordeeld dat de taak van de executeur nog niet is geëindigd en dat de erfgenamen in hun verzoek tot ontslag ontvankelijk zijn.

Dat betekent dat de kantonrechter toekomt aan de vraag of sprake is van gewichtige redenen voor ontslag in de zin van artikel 4:149 BW.

Van gewichtige redenen kan sprake zijn wanneer van een of meer van de erfgenamen niet kan worden gevergd dat de nalatenschap waarin zij deelgenoot zijn nog langer wordt beheerd door de executeur.

Ook een diepgaand, niet aanstonds weg te nemen wantrouwen van de erfgenamen in de executeurs kan een gewichtige reden opleveren maar dit wantrouwen dient wel gestoeld te worden op concrete en objectieve feiten.

Een executeur zal vaker moeilijkheden, wrijvingen en wantrouwen ontmoeten en het behoort tot één van zijn taken om deze aspecten binnen zodanige grenzen te houden dat afwikkeling van de nalatenschap binnen afzienbare tijd mogelijk is. Enkel subjectieve belevenissen zijn ontoereikend voor het verlenen van het ontslag.

De kantonrechter moet beoordelen of het wantrouwen van de erfgenamen gestoeld is op concrete en objectieve feiten.

Gelet op hetgeen is weergegeven onder de feiten over de kortgeding procedures tot het verstrekken van inlichtingen door de executeur aan de erfgenamen is de kantonrechter van oordeel dat de executeur zich van de belangen van de erfgenamen tot het verkrijgen van de door hen gewenste inlichtingen onvoldoende rekenschap geeft, en dat draagt niet bij aan het vertrouwen van erfgenamen dat de executele bij hem in goede handen is.

De kantonrechter is op grond van het voorgaande van oordeel dat het wantrouwen van de erfgenamen voldoende geobjectiveerd is en een gewichtige reden oplevert om de executeur ontslag te verlenen.

Bij de mondelinge behandeling is voorts komen vast te staan dat de afwikkeling van de nalatenschap door de verkoop en levering van de onroerende zaken, het doen van aangifte erfbelasting en door het uitkeren van voorschotten uit de nalatenschap, zich in een vergevorderd stadium bevindt.

De kantonrechter acht het alleen al niet opportuun vanwege de toename van kosten om in onderhavige nalatenschap een nieuwe executeur te benoemen en zal zich daarom beperken tot ontslag van de huidige executeur.

De kantonrechter wijst de défungerend executeur op de uit artikel 4:151 BW voortvloeiende verplichting om aan degenen die na hem tot beheer zijn bevoegd, te weten de erfgenamen, rekening en verantwoording af te leggen op de wijze als voor bewindvoerders is bepaald en zal de executeur gebieden om alle boedelbescheiden af te geven aan de erfgenamen.

Wilt u de gehele uitspraakbekijken? Klik dan hier.

Heeft u een vraag over de vereffening en verdeling van een erfenis, over de taken en bevoegdheden van de executeur in een nalatenschap, over het afleggen van rekening en verantwoording door de executeur of over het ontslag van een executeur, belt u dan gerust onze advocaat executeur op 020-3980150.