De Rechtbank Limburg heeft op 15 mei 2019 uitspraak gedaan over de vraag of er een vergoedingsrecht bestond bij een onder uitsluiting verkregen erfenis.

Partijen zijn in gemeenschap van goederen gehuwd en de gemeenschap omvat alle goederen van de echtgenoten bij aanvang van de gemeenschap of nadien verkregen, met uitzondering van “goederen ten aanzien waarvan bij uiterste wilsbeschikking van de erflater of bij gift is bepaald dat zij buiten de gemeenschap vallen”, zoals is bepaald in artikel 1:94 lid 2 onder a BW.

Een erfenis onder uitsluiting verkregen valt dus buiten de gemeenschap.

De Hoge Raad (HR, 21 november 1980 NJ 1981, 193) heeft overwogen dat dit ertoe dient te bewerkstelligen dat de door zodanige bepaling tot uitdrukking gebrachte wil van de erflater of schenker om de betrokken goederen aan een van de echtgenoten, met uitsluiting van de andere echtgenoot, ten goede te doen komen, niet wordt doorkruist door het huwelijksgoederenregime dat tussen de echtgenoten geldt of zal gelden.

Het is partijen niet toegestaan de wil van de erflater of schenker reeds op voorhand bij de vaststelling of wijziging van huwelijkse voorwaarden te doorkruisen.

Het Hof Den Bosch heeft bij beschikking van 14 november 2017 (GHSHE:2017:4872) geoordeeld dat artikel 1:94 lid 1 onder a BW niet zover strekt dat het de beschikkingsbevoegdheid van de ontvanger van de erfenis raakt, in die zin dat deze beschikkingsbevoegdheid wordt beperkt tot het doen van uitgaven waarmee louter de ontvanger van de met uitsluiting verkregen gelden wordt gebaat.

Gelet hierop bestaat bij de ontvanger van de met uitsluiting ontvangen gelden beschikkingsvrijheid voor zijn (volledige) privévermogen.

De vraag die voorligt is of de vrouw een vergoedingsrecht op de gemeenschap dan wel de man heeft en zo ja ter grootte van welk bedrag.

Onder uitsluiting verkregen erfenis. Bestaat er een vergoedingsrecht op de gemeenschap? Privévermogen en kosten van de huishouding.

De rechter oordeelt als volgt.

Uitgangspunt is dat de onder uitsluiting ontvangen erfenis van in totaal € 158.796,57 uitsluitend aan de vrouw toekomt, gelet op het bepaalde in artikel 1:94 lid 2, onder a, BW.

In onderhavige zaak is de door de vrouw onder uitsluiting verkregen erfenis op haar eigen rekening binnengekomen maar vervolgens door haar aangewend voor kosten van de huishouding, kosten van de maatschap dan wel consumptieve bestedingen.

In de zaak die heeft geleid tot de beschikking van 5 april 2019 van de Hoge Raad (HR:2019:504) was sprake van onder uitsluiting verkregen schenkingen die waren overgeboekt naar de gemeenschappelijke bankrekening van partijen die tot de huwelijksgemeenschap van partijen behoorde.

Door vermenging waren de geschonken bedragen tot het gemeenschapsvermogen gaan behoren en rees de vraag of de vrouw een recht van reprise had ten laste van de gemeenschap.

In onderhavige zaak is de erfenis altijd op privérekeningen van de vrouw blijven staan.

De gemeenschap is dus niet gebaat door de onder uitsluiting verkregen gelden.

Tussen partijen is niet in geschil dat de vrouw de gelden grotendeels (met uitzondering van het bedrag van € 40.000,=, waarover hieronder meer) heeft aangewend om de kosten van de huishouding te voldoen omdat partijen onvoldoende inkomsten hadden.

Op grond van artikel 1: 84 BW komen de kosten van de huishouding ten laste van het gemene inkomen van de echtgenoten en voor zover dit ontoereikend is, ten laste van hun eigen inkomens in evenredigheid daarvan; voor zover die inkomens ontoereikend zijn komen de kosten ten laste van het gemene vermogen en, voor zover ook dit ontoereikend is, ten laste van de eigen vermogens naar evenredigheid daarvan.

De rechter begrijpt uit het standpunt van de man dat hij stelt dat de vrouw een evenredig deel van de kosten van de huishouding voor haar rekening heeft genomen, door op de momenten dat er nauwelijks inkomsten waren, deze aan te zuiveren met het geld uit de erfenis.

De vrouw heeft dit standpunt niet betwist. Zij heeft zelfs uitdrukkelijk aangegeven dat partijen hebben geleefd van de erfenis, omdat er vanwege de volgelgriep geen inkomsten waren en dat in de jaren erna de gelden zijn aangewend om tekorten mee aan te vullen/rekeningen mee te voldoen.

De rechter is dan ook van oordeel dat de vrouw in zoverre geen vergoedingsrecht heeft.

Zij heeft met haar privévermogen een bijdrage geleverd aan de kosten van de huishouding toen er onvoldoenden inkomsten waren. Of de vrouw een vergoedingsrecht heeft in verband met de door haar bekostigde werktuigenloods komt hieronder sub 2.6.32. aan de orde.

Wilt u de gehele uitspraak bekijken? Klik dan hier.

Heeft u een vraag aan onze advocaat verdeling erfenis over de vereffening of verdeling van een erfenis, over de uitleg van een testament of over de nietigheid van een testament, over de taken en bevoegdheden van de executeur, over het kindsdeel of over de legitieme, of over een onder uitsluiting verkregen erfenis, belt u dan gerust onze advocaat verdeling erfenis op 020-3980150.

Wilt u meer weten over de verdeling van een erfenis? Bezoek dan onze website over de verdeling van een erfenis. Klik dan hier.

Wilt u meer weten over het erfrecht, bezoek dan onze website van ons advocatenkantoor. Klik dan hier.