Van onze advocaat erfrecht. Het Gerechtshof Amsterdam heeft op 15 augustus 2017 uitspraak gedaan over een klacht tegen een notaris. De klacht komt erop neer dat de notaris onzorgvuldig heeft gehandeld bij de totstandkoming van het testament van de stiefmoeder van klager door niet te twijfelen aan haar wilsbekwaamheid en daarnaar geen nader onderzoek te doen aan de hand van het Stappenplan.

In de kern komt de klacht van klager erop neer dat de notaris onzorgvuldig heeft gehandeld bij de totstandkoming van het testament van 21 juni 2012 van de stiefmoeder door niet te twijfelen aan de wilsbekwaamheid van de stiefmoeder en daarnaar geen nader onderzoek te doen aan de hand van het Stappenplan Beoordeling Wilsbekwaamheid ten behoeve van notariële dienstverlening van de KNB (het Stappenplan).

Klager heeft daartoe aangevoerd dat de stiefmoeder medio 2012 reeds 83 jaar oud was, niet meer in staat was voor zichzelf te zorgen, leed aan de ziekte van Alzheimer, tranquillizers en een morfinepreparaat gebruikte en hulpbehoevend was. Begin 2013 is haar rijbewijs ingevorderd en eind 2014 zijn een bewind en mentorschap ingesteld. De buurman, die financieel adviseur van de stiefmoeder was en een bekende van de notaris, heeft de stiefmoeder beïnvloed en de inhoud van het laatste testament van de stiefmoeder bedacht. Hij was bovendien, zo heeft hij zelf aan klager medegedeeld, aanwezig bij het passeren van het testament op 21 juni 2012. De buurman had belang bij het testament, aangezien hij een ruime vergoeding kreeg voor zijn werkzaamheden als executeur.

De notaris heeft in zijn reactie naar aanleiding van de tussenbeslissing van het hof het volgende naar voren gebracht. De behandeling van het dossier van de stiefmoeder is zorgvuldig en in teamverband geschied. Een kandidaat-notaris, werkzaam op het kantoor van de notaris, heeft op 23 mei 2012 de eerste bespreking met de stiefmoeder gevoerd. Deze bespreking duurde ongeveer een uur. Op 12 juni 2012 is een ontwerp van het testament aan de stiefmoeder toegezonden. Het testament is op 21 juni 2012 ten overstaan van de notaris verleden.

Tijdens deze sessie, die ongeveer anderhalf uur duurde, is met de stiefmoeder gesproken over alle familieverbanden, de ontbonden gemeenschap van goederen, de breukdelen, de stamboom en actuele adressen. De notaris heeft hiervan een gespreksnotitie gemaakt. De stiefmoeder zag er tijdens de twee afspraken keurig en goed verzorgd uit. Zij was helder van geest en duidelijk in haar wensen (ook na controle-vragen). Zij had van te voren zelfs een instructie gemaakt voor haar nieuwe testament. Zij gaf geen blijk van enige twijfel. Van een ziekte (of verschijnselen daarvan) was de notaris (en de kandidaat-notaris) niets bekend. Daarvan is hem destijds ook niets gebleken. De notaris heeft de inhoud van het nieuwe testament nog gecontroleerd en bevonden dat het testament van 2012 in logische lijn was met het voorgaande testament. Van beïnvloeding door de buurman, die overigens geen bekende is van de notaris, was geen sprake. De notaris concludeert dat er voor hem (en zijn medewerkers) geen reden was om te twijfelen aan de wilsbekwaamheid van de stiefmoeder. Het Stappenplan behoefde derhalve niet te worden toegepast, aldus de notaris.

Het beoordelen van de wilsbekwaamheid door de notaris

Het hof stelt in dit verband het volgende voorop. Als uitgangspunt geldt dat iedereen aan wie op grond van de wet de bekwaamheid daartoe niet is ontzegd, bij testament uiterste wilsbeschikkingen kan maken. Een notaris dient daaraan in beginsel zijn ministerie te verlenen en moet op verlangen van een testateur doen wat is vereist om diens uiterste wilsbeschikkingen in een testament vast te leggen. Zoals bij elke akte moet de notaris de wilsbekwaamheid van de betrokkene beoordelen. Het komt daarbij in eerste instantie aan op de eigen waarneming van de notaris, die daarvoor een redelijke beoordelingsvrijheid toekomt. Bij gerede twijfel aan de wilsbekwaamheid is in het algemeen verder onderzoek aangewezen. Het Stappenplan biedt hiervoor een handreiking.

Het hof is van oordeel dat de notaris genoegzaam aannemelijk heeft gemaakt dat hij in het voortraject en ten tijde van het passeren van het testament van de stiefmoeder voldoende alert is geweest op de wilsbekwaamheid van de stiefmoeder en dat hij geen aanleiding had om aan deze wilsbekwaamheid te twijfelen.

Dat de stiefmoeder ten tijde van het opstellen en passeren van het testament 83 jaar oud was, behoefde in het onderhavige geval voor de notaris geen reden te zijn om nader onderzoek naar de wil van de stiefmoeder te doen. Ook voor het overige is niets aangevoerd dat reden voor nader onderzoek had moeten zijn.

Weliswaar is door klager naar voren gebracht dat de stiefmoeder leed aan Alzheimer en fysiek niet gezond was, maar die omstandigheden (voor zover al juist) brengen niet met zich dat de stiefmoeder haar wil niet (meer) kon bepalen en dat de notaris daarvan ten tijde van het passeren van het testament ‘signalen’ had kunnen en moeten opvangen. De invordering van het rijbewijs en het bewind en mentorschap dateren van ruim na het passeren van het testament van de stiefmoeder, zodat die omstandigheden reeds daarom geen reden voor de notaris voor nader onderzoek hadden kunnen zijn. Dat de buurman bij de wijziging van het testament van de stiefmoeder een curieuze rol heeft gespeeld, althans de stiefmoeder heeft beïnvloed, is een vermoeden van klager, maar de juistheid daarvan is niet aannemelijk geworden. Het voorgaande betekent dat de klacht van klager ongegrond is.

Wilt u de gehele uitspraak bekijken? Klik dan hier.

Heeft u een vraag over de geldigheid van een testament, over de wilsonbekwaamheid van een erflater of over de nietigheid van een testament, belt u dan gerust onze advocaat erfrecht op 020-3980150.