De Rechtbank Noord-Holland heeft op 10 november 2021 uitspraak gedaan over de ministerieplicht van de gerechtsdeurwaarder.

Deze zaak draait om de vraag of de gerechtsdeurwaarder onrechtmatig heeft gehandeld.

In de visie van klager is er sprake van verschillende gedragingen van de gerechtsdeurwaarder die ertoe leiden dat hij bij de uitvoering van zijn taak niet de zorgvuldigheid in acht heeft genomen die van een redelijk bekwaam en redelijk handelend ambtgenoot mag worden verwacht.

Executierecht. Ministerieplicht van de gerechtsdeurwaarder. Betekening van een vonnis. Executoriale titel. Zorgvuldigheidsnorm. Bevoegdheid. Rechtmatigheid. Toetsing.

De rechter oordeelt als volgt.

De taken en bevoegdheden van de gerechtsdeurwaarder zijn beschreven in de Gerechtsdeurwaarderswet. Deze regelt het ambt van de gerechtsdeurwaarder.

De gerechtsdeurwaarder is als natuurlijk persoon een door de Kroon benoemde functionaris met een onafhankelijke positie.

De belangrijkste van de verschillende ambtsverplichtingen van de gerechtsdeurwaarder is de ministerieplicht, dat wil zeggen de plicht van de gerechtsdeurwaarder om, indien daarom wordt verzocht, zijn ambtelijke diensten te verlenen, zoals het ten uitvoer leggen van executoriale titels en het in dat verband leggen van executoriale beslagen.

Beslag kan in het wettelijk stelsel alleen worden gelegd door een deurwaarder, die het beslag legt in zijn hoedanigheid van openbaar ambtenaar, op last van degene die tot de executie gerechtigd is.

Dit brengt mee dat de deurwaarder als onafhankelijke functionaris de enige is die verantwoordelijk is voor zijn handelen bij de beslaglegging en, volgens vaste rechtspraak, ook de enige die behoort te worden aangesproken op een onjuiste taakvervulling en (beweerdelijk) onrechtmatig handelen.

Maatstaf

Voor de gerechtsdeurwaarder geldt als zorgvuldigheidsnorm dat zijn handelen wordt vergeleken met het handelen van een redelijk bekwaam en redelijk handelend ambtgenoot in de gegeven omstandigheden.

Bij de uitoefening van zijn ambt is de gerechtsdeurwaarder weliswaar onpartijdig en onafhankelijk, zijn optreden is echter nooit neutraal.

Zijn ambtshandelingen verricht hij immers op verzoek van zijn opdrachtgever en die handelingen richten zich per definitie tegen een ander die hierdoor op de één of andere wijze wordt geraakt.

Zoals overwogen is de gerechtsdeurwaarder in beginsel verplicht om, indien daarom wordt verzocht, zijn ambtelijke diensten te verlenen.

De ministerieplicht gaat echter niet zo ver dat de gerechtsdeurwaarder als willoos werktuig van zijn opdrachtgever moet of mag handelen.

De gerechtsdeurwaarder moet zelfstandig beoordelen of en in hoeverre hij een opdracht zal uitvoeren.

Bij het bepalen van zijn beleid moet hij de nodige zorgvuldigheid in acht nemen.

Een gerechtsdeurwaarder heeft immers niet alleen met de belangen van zijn opdrachtgever, maar ook met die van de wederpartij te maken.

Zo zal hij hebben te controleren of er een titel is uit hoofde waarvan de gevraagde ambtshandeling is toegestaan en of een en ander niet in strijd is met de wet.

Deze beoordeling is echter tamelijk marginaal en gaat in elk geval niet zo ver dat de gerechtsdeurwaarder telkens een diepgaand onderzoek zou moeten instellen naar de gegeven opdracht.

De ministerieplicht eindigt daar waar de deurwaarder zich door het uitvoeren van de opdracht schuldig zou maken aan onrechtmatig handelen (jegens een derde).

Wilt u de gehele uitspraak bekijken? Klik dan hier.

Heeft u een vraag aan onze advocaat verdeling erfenis over de vereffening of verdeling van een erfenis, over de uitleg van een testament of over de nietigheid van een testament, over de taken en bevoegdheden van de executeur, over het kindsdeel of over de legitieme, belt u dan gerust onze advocaat verdeling erfenis op 020-3980150.

Wilt u meer weten over de verdeling van een erfenis, bezoek dan onze website over de verdeling van een erfenis. Klik dan hier.

Wilt u meer weten over het erfrecht, bezoek dan onze website van ons advocatenkantoor. Klik dan hier.