De Rechtbank Midden-Nederland heeft onlangs uitspraak gedaan over de vraag of de verrichtte werkzaamheden uit volmacht van een niet door de rechtbank benoemde vereffenaar bij uitzondering vereffeningskosten waren.
Erflater is overleden in 2022.
Hij heeft voor het laatst een testament gemaakt op 21 december 2020.
In dit testament heeft hij zijn partner, B, tot zijn enig erfgenaam benoemd.
B heeft de nalatenschap van erflater beneficiair aanvaard.
B heeft vervolgens volmacht gegeven aan verzoeker om haar – kortgezegd – te vertegenwoordigen bij de vereffening van de nalatenschap van erflater.
Verzoeker heeft voor de vereffeningswerkzaamheden een bedrag van € 51.196,84 in rekening gebracht en al aan zichzelf voldaan uit de nalatenschap van erflater.
Erfrecht. Vereffening. Heeft een niet door de rechter benoemde vereffenaar recht op loon? Zijn de verrichtte werkzaamheden uit verleende volmacht bij uitzondering vereffeningskosten? Aansprakelijkheid van de vereffenaar.
De rechter oordeelt als volgt.
Uit artikel 4:206 lid 3 BW vloeit voort dat een door de rechtbank benoemde vereffenaar recht heeft op loon dat door de kantonrechter aan het einde van de vereffening wordt vastgesteld.
Dit loon behoort tot de vereffeningskosten als bedoeld in artikel 4:7 lid 1 sub c BW en moet daarom uit de nalatenschap worden betaald.
Verzoeker is géén door de rechtbank benoemde vereffenaar.
Hij heeft vereffeningswerkzaamheden verricht in hoedanigheid van gevolmachtigde van een erfgenaam/vereffenaar.
Voor zover verzoeker zijn verzoek om loon op artikel 4:206 lid 3 BW baseert, biedt dit artikel geen grondslag.
Er is ook geen andere wettelijke grondslag voor het vaststellen van het loon van (een gevolmachtigde van) een erfgenaam/vereffenaar voor het uitvoeren van vereffeningswerkzaamheden.
Het loon van verzoeker kan daarom in principe niet worden aangemerkt als vereffeningskosten, zo blijkt ook duidelijk uit de Handleiding erfrechtprocedures kantonrechter van november 2022, gepubliceerd op www.rechtspraak.nl.
De Richtlijnen vereffening nalatenschappen van juli 2021, eveneens gepubliceerd op www.rechtspraak.nl, lijken echter wel een opening te bieden om in uitzonderlijke situaties het loon vast te stellen van (de gevolmachtigde van) een erfgenaam/vereffenaar.
Hierin staat het volgende:
“Met een verzoek om toekenning van loon door een erfgenaam/vereffenaar zal terughoudend worden omgegaan. Slechts in een uitzonderingssituatie is toekenning van loon denkbaar, hetgeen per geval zal worden beoordeeld. Indien belanghebbenden de naar ieders tevredenheid vereffenende erfgenaam toch willen belonen om kosten van een benoemde vereffenaar te voorkomen, hetgeen in het belang van schuldeisers kan zijn, kan dat binnen een ander kader, zoals bijvoorbeeld via een overeenkomst van opdracht”.
Verzoeker vindt dat van deze uitzonderingssituatie sprake is, omdat het dossier zeer complex was en de behandeling ervan daarom erg tijdrovend.
Dit kwam voornamelijk doordat erflater een eenmanszaak had waarvoor hij geen deugdelijke financiële administratie bijhield.
Niemand was op de hoogte van de financiële administratie van de onderneming van erflater, waardoor niemand verzoeker op weg kon helpen toen hij met de vereffening van de nalatenschap aan de slag ging.
Daarbij kwam dat er achterstanden bleken te zijn in de belastingaangiftes van de onderneming en dat erflater werkte met een zogenaamd kasstelsel.
Hierdoor werden mutaties pas verantwoord op het moment van betalen in plaats van factureren.
Dit maakte het lastig om te achterhalen wat de opbrengsten en uitgaven van de onderneming waren op het moment van overlijden van erflater.
Om zicht te krijgen op de financiële administratie van erflater, heeft verzoeker verschillende verhuisdozen en tassen met ordners en de computers en mobiele telefoon van erflater moeten doorspitten.
Maar ook andere zaken speelden een rol.
Zo bleken alle waardevolle bezittingen van erflater te zijn gehuurd, zoals het bedrijfspand en de auto.
Het gereedschap van erflater werd vlak na zijn overlijden gestolen.
Er is aangifte van diefstal gedaan, maar de politie kon niets met die aangifte doen omdat de camerabeelden onduidelijk waren.
De kantonrechter is van oordeel dat er geen sprake is van een uitzonderingssituatie die maakt dat het loon van verzoeker moet worden vastgesteld en aangemerkt als vereffeningskosten.
De kantonrechter begrijpt dat verzoeker veel tijd, inspanning en werk in de vereffening van de nalatenschap van erflater heeft gestoken.
Dit is echter niet uitzonderlijk voor een vereffening van een nalatenschap, zeker niet als tot die nalatenschap een onderneming behoort.
Een vereffenaar van een dergelijke nalatenschap zal bovendien regelmatig te maken krijgen met een gebrekkige financiële administratie en tegenvallend actief.
Daarbij komt dat verzoeker is aangesloten bij de Nederlandse Organisatie voor Executeurs (NOVEX).
Van verzoeker mag daarom een bepaalde mate van deskundigheid worden verwacht op het gebied van het afwikkelen van nalatenschappen.
Verzoeker had wellicht kunnen en ook moeten weten dat alleen het loon van een door de rechtbank benoemde vereffenaar ten laste van de nalatenschap mag worden gebracht, en het loon van een gevolmachtigde van een erfgenaam dus niet.
Hij had in ieder geval het netwerk om hiernaar te informeren.
Het had dan ook op zijn weg gelegen B te informeren dat zij aansprakelijk is voor de door hem gemaakte kosten en niet de nalatenschap.
In het verlengde hiervan is het opmerkelijk dat verzoeker de vereffeningskosten al van de ervenrekening naar zijn rekening heeft overgemaakt.
Hiermee is mogelijk de rangorde van schuldeisers van de nalatenschap die volgt uit artikel 4:7 lid 2 BW doorkruist.
Het voorgaande heeft tot gevolg dat verzoeker het bedrag van € 51.196,84 dat hij heeft overgemaakt naar zijn rekening voor de verrichte vereffeningswerkzaamheden, moet terugstorten naar de ervenrekening.
De vereffening moet daarna worden hervat, waarbij wellicht opnieuw een boedelbeschrijving ter inzage moet worden gelegd als bedoeld in artikel 4:211 lid 3 BW.
Het voorgaande is immers van invloed op de verhaalspositie van de overige schuldeisers van de nalatenschap van erflater.
B treedt hierbij als enig erfgenaam van erflater in principe op als vereffenaar.
Als verzoeker haar als gevolmachtigde blijft begeleiden bij de vereffening van de nalatenschap van erflater, dient zij zich ervan bewust te zijn dat zij in privé aansprakelijk is voor zijn loon.
Hetzelfde geldt als B met iemand anders een overeenkomst van opdracht zou sluiten voor de vereffenings-werkzaamheden.
Dit kan worden voorkomen door de rechtbank te verzoeken een vereffenaar te benoemen in de nalatenschap van erflater.
De kosten van een door de rechtbank benoemde vereffenaar mogen, mits zij door de kantonrechter zijn vastgesteld als bedoeld in artikel 4:206 lid 3 BW, immers wel uit de nalatenschap worden betaald.
Wilt u de gehele uitspraak bekijken? Klik dan hier.
Heeft u een vraag aan onze advocaat verdeling erfenis over de vereffening of verdeling van een erfenis, over de uitleg van een testament of over de nietigheid van een testament, over de taken en bevoegdheden van de executeur, over het kindsdeel of over de legitieme, belt u dan gerust onze advocaat verdeling erfenis op 020-3980150.
Wilt u meer weten over de verdeling van een erfenis, bezoek dan onze website over de verdeling van een erfenis. Klik dan hier.
Wilt u meer weten over het erfrecht, bezoek dan onze website van ons advocatenkantoor. Klik dan hier.