De Rechtbank Overijssel heeft op 6 oktober 2021 uitspraak gedaan over de vraag of er een vergoedingsrecht bestond vanwege investering in de woning met privégelden en over de vraag aan wie de woning moest worden toegedeeld.

Het gaat in deze zaak met name om de toedeling van een woning en over de vraag of er een vergoedingsrecht bestaat vanwege investering in de woning met privégelden.

Partijen willen beiden dat de woning aan hen afzonderlijk wordt toebedeeld.

Zowel eiseres als gedaagde hebben stukken overgelegd waaruit blijkt dat zij financieel in staat zijn de woning op naam te verkrijgen en de ander uit de hoofdelijke aansprakelijkheid jegens de bank te ontslaan.

Gedaagde heeft gesteld dat hij vanuit de nalatenschap van zijn grootvader een geldbedrag ter grootte van in totaal Fl. 42.148,46 heeft ontvangen, omgerekend € 18.892,18.

Dit bedrag komt gedaagde volgens het testament bij uitsluiting toe en betreft privévermogen.

Tijdens de mondelinge behandeling heeft gedaagde nader toegelicht dat een deel van de erfenis is aangewend om de eerste woning te kopen en dat een deel is besteed aan lasten, niet zijnde een investering in de woning.

Om voornoemde redenen komt het bedrag ter grootte van de erfenis aan gedaagde toe en zal eiseres dit moeten vergoeden, aldus gedaagde.

Eiseres betwist uitdrukkelijk dat gedaagde privévermogen heeft geïnvesteerd in de (huidige) woning en stelt dat gedaagde geen vordering heeft uit hoofde van de erfenis.

Er is volgens eiseres door geen van beiden aangetoond wie wat heeft besteed aan de aankoop van de eerste woning.

Eiseres wijst er tijdens de mondelinge behandeling op dat de koopsom destijds Fl. 311.000,00 bedroeg, terwijl er een lening met recht van hypotheek is afgesloten van Fl. 360.000,00.

Dit betekent dat er meer is geleend en dat er dus extra kosten zijn geweest.

Volgens eiseres hebben beide partijen geld geïnvesteerd in de eerste woning en hierover zijn in de Overeenkomst geen afspraken gemaakt.

Gedaagde heeft geen bewijs aangeleverd dat er privé door hem is geïnvesteerd.

Er is dan ook geen vergoedingsrecht, aldus eiseres.

Erfrecht. Huwelijksvermogensrecht. Uitsluitingsclausule. Vergoedingsrecht? Privévermogen. Toedeling van een woning. Belangenafweging. Toetsing. Redelijkheid en billijkheid.

De rechter oordeelt als volgt.

Naar het oordeel van de rechtbank staat vast dat gedaagde bij uitsluiting een bedrag van omgerekend € 18.892,18 heeft ontvangen uit de nalatenschap van zijn grootvader.

De vraag is echter in hoeverre eiseres gelden moet vergoeden.

De rechtbank is van oordeel dat van een vergoedingsrecht geen sprake is.

Eiseres heeft immers gemotiveerd betwist dat de erfenis van gedaagde ten behoeve van de gemeenschappelijke woning is gebruikt.

De rechtbank is het met het standpunt van eiseres eens dat gedaagde onvoldoende heeft onderbouwd dat hij privé investeringen heeft gedaan in de woning.

Uit niets blijkt wat die investeringen zouden zijn geweest.

De rechtbank betrekt daarbij ook dat de koopsom van de eerste woning Fl. 311.000,00 bedroeg, terwijl er een lening met recht van hypotheek is afgesloten van Fl. 360.000,00: de lening was dus hoger dan de koopsom van de woning.

De conclusie luidt dat gedaagde onvoldoende heeft onderbouwd dat er daadwerkelijk privé door hem is geïnvesteerd in de woning.

Dat betekent dat gedaagde geen vordering heeft op eiseres met betrekking tot de erfenis.

Er is derhalve geen vergoedingsrecht.

Dit deel van de vordering wordt dan ook afgewezen.

Thans blijft over de verdeling van de woning.

Gedaagde heeft zich op het standpunt gesteld dat de woning aan hem moet worden toebedeeld en hij legt daaraan het volgende ten grondslag.

Gedaagde is kapitaalkrachtig gebleken om de woning op naam te krijgen en eiseres te ontslaan uit haar hoofdelijke aansprakelijkheid ten aanzien van de hypothecaire lening.

Gedaagde heeft de meeste binding met de woning, niet alleen privé, maar ook economisch vanwege zijn werk.

Gedaagde heeft bovendien geen andere woning waar hij kan verblijven en eiseres wel, namelijk bij haar partner in A, aldus gedaagde.

Volgens eiseres moet de woning aan haar worden toebedeeld en zij legt daaraan het volgende ten grondslag.

Eiseres is kapitaalkrachtig gebleken om de woning op naam te krijgen en gedaagde te ontslaan uit zijn hoofdelijke aansprakelijkheid ten aanzien van de hypothecaire lening.

Eiseres heeft binding met de woning, omdat zij daar al 20 jaar onafgebroken woont en haar sociale leven heeft.

Gedaagde is daarentegen al drie keer weggeweest voor een langere periode en is ook niet gebonden aan de woning voor wat betreft zijn werk.

Volgens eiseres heeft gedaagde aangegeven graag elders te willen wonen.

Eiseres weerspreekt het standpunt van gedaagde dat zij andere woonruimte heeft.

Dat zij bij haar partner in A kan verblijven, is uit pure noodzaak.

Er is geen intentie tot samenwoning.

De rechtbank stelt voorop dat het behoud van de woning belangrijk is voor de stabiliteit van de kinderen.

Gebleken is dat de kinderen geen partij willen kiezen en dat zou ook niet nodig moeten zijn.

De rechtbank acht het, gelet op de kinderen, niet wenselijk dat er tot verkoop van de woning over moet worden gegaan.

De rechtbank moet dan ook beoordelen welke partij in redelijkheid de meeste aanspraak kan maken op de woning, waarbij wordt opgemerkt dat de rechtbank er begrip voor heeft en ziet dat zowel eiseres als gedaagde belang hebben bij de toebedeling van de woning.

Om te beoordelen aan wie de woning toebedeeld moet worden, is het van belang dat de rechtbank alle omstandigheden van het geval meeweegt.

Nu beide partijen hebben gesteld en onderbouwd dat zij de woning kunnen financieren, zal dit punt niet van doorslaggevende betekenis kunnen zijn bij de beantwoording van de vraag aan wie de woning toebedeeld moet worden.

Dat betekent dat de rechtbank ook kijkt naar het (woon)verleden van beide partijen.

Zowel uit de stellingen als uit de feiten blijkt dat eiseres constant in de woning aanwezig is geweest.

Gedaagde heeft de woning daarentegen een aantal keren verlaten, laatstelijk nog in 2019.

Gelet op het feit dat gedaagde de woning meerdere keren heeft verlaten, is de rechtbank van oordeel dat eiseres de meeste binding met de woning heeft en daarom in redelijkheid de meeste aanspraak kan maken op de woning.

Gelet op het bovenstaande is de rechtbank van oordeel dat de woning aan eiseres moet worden toebedeeld.

Wilt u de gehele uitspraak bekijken? Klik dan hier.

Heeft u een vraag aan onze advocaat verdeling erfenis over de vereffening of verdeling van een erfenis, over de uitleg van een testament of over de nietigheid van een testament, over de taken en bevoegdheden van de executeur, over het kindsdeel of over de legitieme, of over de verdeling van een woning, belt u dan gerust onze advocaat verdeling erfenis op 020-3980150.

Wilt u meer weten over de verdeling van een erfenis, bezoek dan onze website over de verdeling van een erfenis. Klik dan hier.

Wilt u meer weten over het erfrecht, bezoek dan onze website van ons advocatenkantoor. Klik dan hier.