De advocaten van ons kantoor staan u ook bij in zaken over bewind, mentorschap en curatele. Met name bewind en curatele kunnen aan de orde zijn in nalatenschapskwesties. In zaken van bewind wordt het vermogen van de betrokkene onder bewind gesteld. Vanwege een beperking in de geestelijke vermogens of in geval van verkwisting of grote schulden. Een mentorschap wordt ingesteld als iemand vanwege zijn geestelijke of lichamelijke t6oestand niet in staat is om zijn niet-vermogensrechtelijke belangen goed waar te nemen. De curatele is de meest vergaande maatregel, de betrokkenen wordt onbekwaam om rechtshandelingen te verrichten. Een bewinden een mentorschap kunnen naast elkaar bestaan. In geval van een curatele wordt een eventueel bestaand bewind of mentorschap beëindigd.

De maatregelen zijn bedoeld om de betrokkene te beschermen. Onze advocaat erfrecht wordt in de praktijk vaak geconfronteerd met zaken waarin ten onrechte geen beschermingsmaatregelen zijn getroffen en -bijvoorbeeld- jarenlang gebruik/misbruik is gemaakt van de bankrekening van een inmiddels overleden ouder.

Een ander voorbeeld is het verzoek van zus A tot ondercuratelestelling van zus B om een voorgenomen huwelijk te voorkomen. Als gevolg van dat huwelijk zou de echtgenoot erfgenaam kunnen worden in plaats van zus A!

De maatregelen worden in de praktijk niet altijd ingezet voor de bescherming van het belang van de betrokkenen. Familieleden, vrienden, “buren” etc. hebben soms geheel eigen belangen.

Op 26 oktober 2017 sprak het Hof Arnhem-Leeuwarden zich uit over een zaak waarin een mentor het niet eens was met de uitspraak van de rechtbank dat het mentorschap werd opgeheven en dat het Bewindsbureau tot curator werd benoemd.

Betrokkene, geboren in 1965, is verstandelijk beperkt. De ouders van betrokkene zijn overleden. Tot eind januari 2016 woonde betrokkene in het gezin van de mentor in een woning die tot de nalatenschap van de vader van betrokkene behoort. Betrokkene stond onder bewind van een professioneel Bewindsbureau.

Op 20 januari 2016 heeft een vertrouwensarts verbonden aan het advies- en meldpunt huiselijk geweld en kindermishandeling de rechtbank schriftelijk gemeld dat betrokkene is opgenomen in het ziekenhuis met onderkoelingsverschijnselen, dat binnen vier dagen twee keer letsels bij betrokkene zijn geconstateerd alsook dat aangifte is gedaan van mishandeling van betrokkene door zijn mentor. Het meldpunt heeft daarbij verzocht met spoed het mentorschap over betrokkene te wijzigen.

Bij verzoekschrift, ingekomen bij de rechtbank op 21 januari 2016, heeft de officier van justitie verzocht betrokkene onder curatele te stellen en een provisioneel bewindvoerder te benoemen. Bij beschikking van 22 januari 2016 is de mentor geschorst. Betrokkene woont sinds eind januari 2016 in een woonzorgcentrum van Stichting [J] .

In geschil is de ondercuratelestelling van betrokkene en de benoeming van het Bewindsbureau tot curator. Bij de bestreden beschikking van 6 oktober 2016 heeft de kantonrechter, voor zover hier van belang, betrokkene onder curatele gesteld wegens een geestelijke toestand en het Bewindsbureau benoemd tot curator.

De mentor is met ongenummerde grieven in hoger beroep gekomen van de beschikking van 6 oktober 2016. Deze grieven beogen het geschil in hoger beroep in volle omvang aan de orde te stellen. De mentor verzoekt de bestreden beschikking te vernietigen. De mentor wil mentor blijven.

Betrokkene is in de gelegenheid gesteld zijn mening kenbaar te maken maar heeft daarvan geen gebruik gemaakt. Het hof ziet geen aanleiding om betrokkene nogmaals in de gelegenheid te stellen te worden gehoord omdat het hof het aannemelijk acht, dat betrokkene ten gevolge van zijn beperkingen een kwetsbare man is die niet in staat is in voldoende mate zijn belangen te wegen als ook stress zou ondervinden van een hernieuwde oproep.

Het hof zal allereerst het verzoek voor zover dat ziet op de ondercuratelestelling bespreken, omdat dat de meest verstrekkende gevolgen heeft.

Ingevolge artikel 1:378 lid 1 sub a van het Burgerlijk Wetboek (BW) kan een meerderjarige door de kantonrechter onder curatele worden gesteld, wanneer hij tijdelijk of duurzaam zijn belangen niet behoorlijk waarneemt of zijn veiligheid of die van anderen in gevaar brengt, als gevolg van

a. zijn lichamelijke of geestelijke toestand, dan wel

b. gewoonte van drank- of drugsmisbruik,

en een voldoende behartiging van die belangen niet met een meer passende en minder verstrekkende voorziening kan worden bewerkstelligd.

Uit de stukken en het verhandelde ter zitting blijkt dat betrokkene een totaal IQ heeft van 46, wat overeenkomt met een ontwikkelingsleeftijd op praktisch en verbaal niveau van 5 jaar oud. Zijn sociaal-emotionele ontwikkelingsniveau is vergelijkbaar met een niveau van een kind van 18 tot 36 maanden oud. Hierdoor is betrokkene kwetsbaar en niet in staat om de gevolgen van zijn eigen handelen te overzien of een inschatting te maken of derden het goed met hem voor hebben. Hieruit blijkt naar het oordeel van het hof voldoende dat betrokkene duurzaam zijn belangen niet behoorlijk kan waarnemen als gevolg van een geestelijke toestand. Het hof is, anders dan de mentor, van oordeel dat een voldoende behartiging van de belangen van betrokkene niet met een meer passende en minder verstrekkende voorziening dan de curatele kan worden bewerkstelligd. Van verschillende kanten is aangegeven dat de betrokkene zeer beïnvloedbaar is. Teneinde misbruik van betrokkene te voorkomen acht het hof het in het belang van betrokkene dat zijn handelingsbekwaamheid wordt ingeperkt. Daarom is een ondercuratelestelling geïndiceerd. Dit leidt tot de conclusie dat de kantonrechter op juiste gronden een curator heeft benoemd.

Voorts merkt het hof op dat er terechte zorgen bestonden omtrent de wijze van uitvoering van het mentorschap door de mentor over betrokkene. Vast is komen te staan dat betrokkene sinds zijn verblijf in het woonzorgcentrum een (heel) positieve ontwikkeling heeft doorgemaakt. De zorgbetrokkenen van onder andere de kinderboerderij, die hem ook al kenden van de periode dat hij bij de mentor woonde, geven aan dat betrokkene het naar zijn zin heeft in de zorginstelling en dat hij hier vrolijk en ontspannen is. Ook heeft betrokkene zelf de wens uitgesproken dat het Bewindsbureau al zijn zaken blijft behartigen en aangegeven dat hij niet terug wil naar de woning bij de mentor. In dit kader valt het zeer te betreuren dat ondanks kennelijk de jarenlange grote zorgen bij professionals over het verblijf van betrokkene bij de mentor niet eerder is ingegrepen, dan wel niet eerder een nader onderzoek naar zijn welbevinden daar is ingesteld. Dat de mentor niet verder wordt vervolgd, zoals hij naar voren heeft gebracht, is in deze niet relevant en leidt dan ook niet tot een andere beslissing.

Lees hier de hele uitspraak.