De Rechtbank Zeeland-West-Brabant heeft onlangs uitspraak gedaan over een verzoek tot verwerping van een nalatenschap namens een minderjarige binnen het IPR.

Het verzoek strekt ertoe de machtiging van de kantonrechter te verkrijgen om namens de minderjarige de nalatenschap van de heer A, laatstelijk wonende te B, Duitsland, en overleden op 2025 te Duitsland, (hierna: erflater) te verwerpen.

Erfrecht. IPR. Verzoek tot verwerping nalatenschap namens een minderjarige. Rechtsmacht. Gewone verblijfplaats. Plaatsvervulling. Erf-Vo. Toetsing.

De rechter oordeelt als volgt.

Omdat erflater zijn laatste woonplaats in Duitsland had en de minderjarige in Nederland woont, dient eerst te worden beoordeeld of de Nederlandse rechter rechtsmacht heeft en zo ja, aan de hand van welk recht het verzoek dient te worden beoordeeld.

Het verzoek tot machtiging voor het verwerpen van een nalatenschap namens een minderjarige moet niet worden aangemerkt als een maatregel inzake erfopvolging, maar als een maatregel betreffende de uitoefening van de ouderlijke verantwoordelijkheid.

Omdat de minderjarige zijn gewone verblijfplaats in Nederland heeft, is de Nederlandse rechter op grond van artikel 7 van de EU-verordening Brussel II-ter bevoegd om van het verzoek kennis te nemen en daarop te beslissen.

De minderjarige woont in M, zodat de kantonrechter te Middelburg de relatief bevoegde rechter is.

In artikel 17 van het Haags Kinderbeschermingsverdrag 1996 is bepaald dat de uitoefening van de ouderlijke verantwoordelijkheid wordt beheerst door het recht van de staat van de gewone verblijfplaats van het kind.

Het verzoek dient dus naar Nederlands recht te worden beoordeeld.

Voor het verwerpen van een nalatenschap namens een minderjarige is naar Nederlands recht een machtiging van de kantonrechter vereist, zodat moet worden beoordeeld of die toestemming in de gegeven omstandigheden dient te worden verleend.

De kantonrechter overweegt dat de nalatenschap in Duitsland is opengevallen, zodat op de erfopvolging de Europese Erfrechtverordening van toepassing is.

Aangezien van een testament en een rechtskeuze van erflater als bedoeld in artikel 22 van deze Erfrechtverordening niet is gebleken en erflater ten tijde van zijn overlijden in Duitsland zijn gewone verblijfplaats had, is op de erfopvolging volgens de algemene regel van artikel 21 van de Erfrechtverordening Duits recht van toepassing.

Uit het verzoekschrift en de daarop gegeven toelichting volgt dat verzoekster tot de nalatenschap van erflater is geroepen, maar deze gaat verwerpen.

Op grond van Duits recht erft de minderjarige mogelijk bij plaatsvervulling.

Naar het oordeel van de kantonrechter is het op grond van de door verzoekers overgelegde stukken en de daarbij gegeven toelichting, voldoende aannemelijk dat de nalatenschap negatief is.

De kantonrechter acht het in het belang van de minderjarige dat de nalatenschap wordt verworpen.

De verzochte machtiging zal daarom worden verleend.

De kantonrechter wijst verzoekers erop dat met het verkrijgen van deze machtiging de nalatenschap van erflater nog niet daadwerkelijk namens de minderjarige is verworpen.

Met de machtiging zullen zij daartoe op de daarvoor voorgeschreven wijze bij een daartoe ingevolge de Erfrechtverordening bevoegde rechtbank kunnen overgaan.

In de beslissing is weergegeven binnen welke termijn verzoekers worden geacht dit te doen, bij gebreke waarvan deze beschikking haar kracht verliest.

Wilt u de gehele uitspraak bekijken? Klik dan hier.

Heeft u een vraag aan onze advocaat verdeling erfenis over de vereffening of verdeling van een erfenis, over de uitleg van een testament of over de nietigheid van een testament, over de taken en bevoegdheden van de executeur, over het kindsdeel of over de legitieme, belt u dan gerust onze advocaat verdeling erfenis op 020-3980150.

Wilt u meer weten over de verdeling van een erfenis, bezoek dan onze website over de verdeling van een erfenis. Klik dan hier.

Wilt u meer weten over het erfrecht, bezoek dan onze website van ons advocatenkantoor. Klik dan hier.