Het Gerechtshof Amsterdam heeft onlangs uitspraak gedaan over de vraag of de werkzaamheden van de executeur waren voltooid.
De kern van het geschil tussen partijen is gelegen in de vraag of verzoeker (nog steeds) executeur testamentair in de nalatenschap van erflaatster is.
Verweerder heeft in haar appel een aantal gronden aangevoerd op grond waarvan volgens haar aangenomen dient te worden dat de executele van rechtswege is beëindigd.
Voor het geval de taak van de executeurs niet op grond van de beneficiaire aanvaarding door erfgenamen is geëindigd, heeft verweerder zich op het standpunt gesteld dat de taak van de executeurs is beëindigd omdat zij hun werkzaamheden als zodanig hebben voltooid (artikel 4:149 lid 1 sub a BW).
Daartoe heeft verweerder gesteld dat de aangifte erfbelasting is gedaan, welke aangifte ook als boedelbeschrijving kwalificeert, en dat alle opeisbare schulden van de nalatenschap zijn voldaan.
Het enige dat de executeurs nog zouden moeten doen, is het afgeven van de legaten aan verzoekers.
Het legaat tot vestigen van het recht van gebruik en bewoning kan echter niet worden afgegeven, terwijl het legaat tot het vestigen van het (vrucht)gebruik op de inboedel feitelijk is afgegeven doordat verzoekers reeds de beschikking heeft over die inboedel.
Ten aanzien van het legaat tot betaling van het bedrag van € 25.000,- geldt dat er reeds een voorschot van € 15.000,- is betaald.
Indien en voor zover zou blijken dat geen sprake is geweest van een voorschot, kan het legaat alsnog volledig worden afgegeven ten laste van het banksaldo van erflaatster, dan wel door verkoop van haar auto.
Mocht het eerder betaalde bedrag van € 15.000,- wel als voorschot op het legaat kwalificeren, dan kan het restant van het verschuldigde bedrag ook op deze wijze worden voldaan.
Erfrecht. Executele. Zijn de werkzaamheden van de executeur voltooid? Afgifte van een legaat. Schulden van de nalatenschap. Boedelkosten. Boedelbeschrijving. Vaststelling van de vorderingen.
De rechter oordeelt als volgt.
Anders dan verweerder is het hof van oordeel dat de executele niet van rechtswege op grond van artikel 1:149 lid 1 sub a BW is geëindigd.
Vaststaat dat de legaten aan verzoekers nog niet (volledig) zijn afgegeven.
Partijen verschillen met elkaar van mening of het legaat tot het vestigen van het recht van gebruik en bewoning überhaupt kan worden afgegeven, maar zolang dat niet vaststaat, is deze (opeisbare) schuld van de nalatenschap nog niet voldaan.
Datzelfde geldt voor het legaat tot betaling van een bedrag van € 25.000,-.
Verzoeker heeft zich op het standpunt gesteld dat zij van dit bedrag nog niets heeft ontvangen, terwijl verweerder zich op het standpunt heeft gesteld dat er al een voorschot van € 15.000,- op dit legaat is voldaan.
Daarmee vloeit uit de standpunten van beide partijen voort dat deze opeisbare schuld van de nalatenschap in ieder geval deels nog niet is voldaan.
Hetzelfde geldt voor de door verzoekers gestelde ‘boedelkosten’ van € 15.403,37, welke kosten door haar zijn voorgeschoten.
Indien en voor zover deze kosten als ‘kosten van de executele’ kwalificeren in de zin van artikel 4:7 lid 1 sub d BW dienen deze door de nalatenschap gedragen te worden.
Ook hierover bestaat tussen partijen nog discussie.
Tussen partijen staat bovendien nog ter discussie wat de exacte omvang van de nalatenschap is.
De executeurs hebben zich op het standpunt gesteld dat erflaatster ten tijde van haar overlijden nog een vordering (bestaande uit verschillende onderdelen) van in totaal
€ 593.001,- op haar kinderen had.
De kinderen hebben dit betwist.
Onder de taak van de executeur valt ook het opmaken van een volledige boedelbeschrijving en het innen van de tot de nalatenschap behorende vorderingen.
Zolang niet vaststaat of erflaatster bij haar overlijden nog vorderingen op haar kinderen had en, zo ja, ter grootte van welk bedrag en onder welke voorwaarden, kan ook in dit opzicht niet worden gesteld dat de executeurs hun werkzaamheden hebben voltooid in de zin van artikel 1:149 lid 1 sub a BW.
Dit alles geldt te meer nu verweerder heeft gesteld dat de bank niet bereid is om mee te werken aan het vestigen van het aan verzoekers gelegateerde recht van gebruik en bewoning.
Als dat juist is – verzoekers hebben dit betwist – kunnen de door inning van de vorderingen beschikbaar gekomen geldmiddelen worden aangewend om de hypotheekschuld bij de bank af te lossen.
Daardoor zou het legaat tot het vestigen van het recht van gebruik en bewoning alsnog afgegeven kunnen worden.
Ook om die reden behoort het tot de taak van de executeur(s) om vast te stellen of erflaatster ten tijde van haar overlijden nog vorderingen op haar kinderen had en, zo ja, ter grootte van welk bedrag.
Daaraan doet niet af dat bij de verdeling van de nalatenschap op grond van artikel 3:184 BW gedwongen schuldtoerekening kan plaatsvinden, zoals verweerder heeft aangevoerd.
De erfgenamen kunnen pas tot verdeling van de nalatenschap overgaan, wanneer de executele is beëindigd.
Aan gedwongen schuldtoerekening wordt dus pas toegekomen nadat de legaten zijn voldaan.
Wilt u de gehele uitspraak bekijken? Klik dan hier.
Heeft u een vraag aan onze advocaat verdeling erfenis over de vereffening of verdeling van een erfenis, over de uitleg van een testament of over de nietigheid van een testament, over de taken en bevoegdheden van de executeur, over het kindsdeel of over de legitieme, belt u dan gerust onze advocaat verdeling erfenis op 020-3980150.
Wilt u meer weten over de verdeling van een erfenis, bezoek dan onze website over de verdeling van een erfenis. Klik dan hier.
Wilt u meer weten over het erfrecht, bezoek dan onze website van ons advocatenkantoor. Klik dan hier.