Het Gerechtshof Amsterdam heeft onlangs uitspraak gedaan over de benoeming van een onzijdig persoon door de rechter in verband met een verdeling van een nalatenschap.
Partijen zijn broers en zus van elkaar.
Zij zijn kinderen van erflaatster, overleden in 2016.
De vader van partijen was reeds overleden in 2005.
Erflaatster heeft bij testament van 28 december 2010 beschikt over haar nalatenschap.
Zij heeft haar kinderen voor gelijke delen als erfgenamen aangewezen en gedaagde 1 als executeur aangewezen.
Alle erfgenamen hebben de nalatenschap zuiver aanvaard.
Met de grief betoogt eiser dat de rechtbank ten onrechte een onzijdig persoon heeft benoemd om namens eiser te beslissen in de nalatenschap.
Gedaagde stelt dat eiser niet meewerkt aan een verdeling van de nalatenschap.
Erfrecht. Verdeling van een nalatenschap. Medewerking verlenen aan verdeling. Benoeming van een onzijdig persoon door de rechter. Verkoop en levering van onroerend goed.
De rechter oordeelt als volgt.
Artikel 3:181 lid 1 Burgerlijk Wetboek (BW) bepaalt als volgt:
Voor het geval dat deelgenoten of zij wier medewerking vereist is, niet medewerken tot een verdeling nadat deze bij rechterlijke uitspraak is bevolen, benoemt de rechter op verzoek van de meest gerede partij een onzijdig persoon die hen bij de verdeling vertegenwoordigt en daarbij hun belangen naar eigen beste inzicht behartigt.
Zowel in eerste aanleg als in hoger beroep heeft eiser aangevoerd dat hij zich tegen de verdeling heeft verzet, omdat gedaagden al vele zaken uit het appartement hebben gehaald voordat hij toegang kreeg en dat dat niet eerlijk was.
Gedaagde betwist deze stelling gedetailleerd.
Daartegenover had het op de weg van eiser gelegen zijn stelling nader toe te lichten, hetgeen hij niet heeft gedaan.
Eiser heeft evenmin toegelicht waarom deze door hem gestelde gang van zaken ertoe zou moeten leiden dat een verdeling niet mogelijk is.
Gedaagde heeft daarnaast erop gewezen dat eiser niet wilde meewerken aan de verkoop van het appartement waardoor zij de kortgeding procedure heeft moeten starten die heeft geleid tot het vonnis van 2 augustus 2017.
Daarbij is eiser veroordeeld mee te werken aan de verkoop en levering van het appartement, waarbij de voorzieningenrechter onder andere van belang heeft geacht dat sprake is geweest van een groot aantal bezichtigingen waaruit slechts één bod is voortgevloeid en heeft overwogen dat eiser niet heeft onderbouwd waarom hij vraagtekens plaatste bij de adviezen van de makelaar omtrent de verkoop.
Het hof leidt hieruit af dat eiser ook aan de verkoop van het appartement niet heeft meegewerkt, wat tot vertraging van de verdeling heeft geleid.
Voor de benoeming van een onzijdig persoon op grond van artikel 3:181 lid 1 BW is de reden van het ontbreken van medewerking van een deelgenoot niet van belang.
Voor zover eiser stelt dat hij vanwege zijn ziekte onvoldoende heeft kunnen meewerken, doet dat dus voor de toepassing van dit artikel niet ter zake.
Gelet op het voorgaande heeft de rechtbank terecht geoordeeld dat niet is gebleken van voldoende medewerking aan de zijde van eiser en terecht een onzijdig persoon benoemd.
Eiser heeft voorts aangevoerd dat de rechtbank een andere onzijdig persoon had moeten benoemen dan notaris B omdat deze te ver verwijderd van plaats D is gevestigd.
Het hof volgt eiser niet.
Uit het bestreden vonnis noch anderszins blijkt dat is afgesproken dat iemand zou worden benoemd die in of rond plaats D is gevestigd.
Voor zover eiser meent dat de afstand voor hem bezwaarlijk was, overweegt het hof dat is gebleken dat eiser en notaris B op andere wijze dan door een afspraak op het kantoor van notaris B contact hebben gehad.
De (naar het hof begrijpt subsidiaire) vordering van eiser in hoger beroep tot benoeming van een andere onzijdig persoon zal het hof afwijzen nu gesteld noch gebleken is dat eiser daarbij nog belang heeft. Immers, de nalatenschap is verdeeld en daarmee zijn de taken van de onzijdig persoon geëindigd.
Dat de onzijdig persoon ten laste van de rechthebbende een beloning kan laten vaststellen door de rechter volgt uit artikel 1:181 lid 3 BW.
De grief slaagt dan ook niet.
Wilt u de gehele uitspraak bekijken? Klik dan hier.
Heeft u een vraag aan onze advocaat verdeling erfenis over de vereffening of verdeling van een erfenis, over de uitleg van een testament of over de nietigheid van een testament, over de taken en bevoegdheden van de executeur, over het kindsdeel of over de legitieme, belt u dan gerust onze advocaat verdeling erfenis op 020-3980150.
Wilt u meer weten over de verdeling van een erfenis, bezoek dan onze website over de verdeling van een erfenis. Klik dan hier.
Wilt u meer weten over het erfrecht, bezoek dan onze website van ons advocatenkantoor. Klik dan hier.