De Rechtbank Rotterdam heeft onlangs uitspraak gedaan over de berekening van de legitieme en over inkorting van giften bij de schending van de legitieme.
Eiser stelt dat de bedragen die gedaagde van de bankrekening van erflaatster ten bate van zichzelf heeft laten komen, gezien moeten worden als giften die op grond van artikel 4:67, aanhef en onder d, BW bij de berekening van de legitieme portie in aanmerking moeten worden genomen.
Erfrecht. Legitieme. Berekening van de legitieme. Gift. Stelplicht en bewijslast. Overboekingen en geldopnames. Bovenmatige gift? Schending van de legitieme. Inkorting. Wijze van inkorting.
De rechter oordeelt als volgt.
De legitieme portie wordt berekend over de zogeheten legitimaire massa: de waarde van de goederen van de nalatenschap, vermeerderd met de bij deze berekening in aanmerking te nemen giften en verminderd met een aantal schulden (artikel 4:65 BW).
De legitieme portie bedraagt de helft van de legitimaire massa gedeeld door het aantal in artikel 4:10, eerste lid, aanhef en onder a, BW genoemde, door de erflater achtergelaten personen (artikel 4:64 BW).
De waarde van hetgeen de legitimaris krachtens erfrecht verkrijgt, komt in mindering op de legitieme portie (artikel 4:71 BW). Wat dan resteert is de legitimaire aanspraak.
Eerst zal dus de waarde van de goederen van de nalatenschap worden vastgesteld.
Gelet op wat hiervoor is overwogen heeft de nalatenschap geen vordering op gedaagde van € 107.197,96, maar van € 2.006,15.
Partijen zijn het erover eens dat tot de nalatenschap verder nog het saldo op de bankrekening behoort van € 925,20, alsmede de sieraden van erflaatster, die partijen niet hebben gewaardeerd en waaraan de rechtbank daarom een waarde van nihil zal toekennen.
De waarde van de goederen van de nalatenschap bedraagt derhalve € 2.931,35.
Van bij de berekening van de legitimaire massa in aanmerking te nemen schulden is geen sprake.
Eiser stelt dat de bedragen die gedaagde van de bankrekening van erflaatster ten bate van zichzelf heeft laten komen, gezien moeten worden als giften die op grond van artikel 4:67, aanhef en onder d, BW bij de berekening van de legitieme portie in aanmerking moeten worden genomen.
Eiser stelt voorts dat hij op dit moment niet kan vaststellen of en, zo ja, voor welk bedrag hij wordt geschonden in zijn legitieme portie en betoogt daarom dat er voorhands van uitgegaan moet worden dat gedaagde voor een bedrag van € 107.197,96 aan giften heeft ontvangen.
De rechtbank zal dit laatste bedrag inmiddels, gelet op hetgeen hiervoor is overwogen, lezen als (€ 107.197,96 -/- € 2.214,10 = ) € 104.983,86.
Gedaagde betwist niet dat zij giften heeft ontvangen van erflaatster, maar stelt dat sprake is van gebruikelijke giften die niet bovenmatig zijn en dat eiser dezelfde giften heeft ontvangen als zij.
Volgens gedaagde komt eiser daarom geen aanvullend beroep op de legitieme portie toe.
De rechtbank is van oordeel dat eiser niet, althans niet zonder meer, gevolgd kan worden in zijn standpunt dat alle betalingen en opnames die gedaagde heeft verricht met de gemachtigdenpas van erflaatster aangemerkt kunnen worden als giften.
Uit de bankafschriften blijkt de aard van de betalingen die gedaagde verricht heeft bij betaalautomaten in winkels en dergelijke (€ 18.394,51), zoals door gedaagde nog nader toegelicht, bijvoorbeeld ten aanzien van de plaats van de aankopen.
Er is door eiser onvoldoende gesteld om op basis daarvan te kunnen oordelen dat en tot welk beloop de aangeschafte zaken en diensten ten goede van gedaagde zijn gekomen.
Het bedrag van € 18.394,51 dat gedaagde met haar gemachtigdenpas heeft opgenomen bij betaalautomaten kan daarom niet als gift worden aangemerkt.
Wat betreft de opnames bij geldautomaten (€ 62.970,-) heeft gedaagde wel gesteld dat zij deze bedragen heeft afgegeven aan erflaatster, maar onvoldoende concreet kunnen toelichten waaraan en tot welk beloop erflaatster die dan heeft besteed, in aanmerking genomen dat vele dagelijkse of wekelijkse uitgaven al werden gepind door erflaatster of door gedaagde.
Daar komt bij dat gedaagde over de contante geldopnames heeft verklaard dat erflaatster het geld van haar Robecorekening af wilde hebben, omdat ze door de IJslandse bankencrisis in paniek was geraakt.
Die bankencrisis manifesteerde zich echter al – met zeer grote beursdalingen – in het najaar van 2008 en de geldopnames vonden plaats in de jaren 2013 tot 2016.
Bovendien zou het bij de gestelde paniek in de rede hebben gelegen om het geld van de bankrekening in een keer of in elk geval binnen korte tijd op te nemen, terwijl dit feitelijk over een periode van jaren is geschied.
Gedaagde heeft dit desgevraagd niet kunnen uitleggen.
Deze verklaring roept daarom meer vragen op dan zij beantwoordt en doet afbreuk aan de geloofwaardigheid van gedaagde.
Nu gedaagde verder heeft erkend dat zij giften heeft ontvangen, moet daarom behoudens tegenbewijs worden vermoed dat de contante opnames in volle omvang giften aan gedaagde zijn geweest.
In aanmerking genomen dat op dit punt geen concrete bewijslevering is aangeboden, zal het er daarom voor gehouden worden dat gedaagde genoemd bedrag van € 62.970,- aan giften heeft ontvangen.
Wat betreft de overboekingen van de bankrekening van erflaatster naar de bankrekening van gedaagde gaat het om een bedrag van € 21.299,35 (€ 25.833,45 verminderd met € 2.214,10, waarover hiervoor al is geoordeeld, en tevens verminderd met € 2.320,- aan door eiser zelf becijferde terugstortingen door gedaagde naar erflaatster).
Ook dit bedrag wordt, om dezelfde redenen als overwogen bij de opnames bij geldautomaten, vermoed giften van erflaatster aan gedaagde te betreffen.
Gedaagde heeft betoogd dat het geen giften zijn: als zij de gemachtigdenpas van erflaatster niet bij zich had, maakte zij in opdracht van erflaatster bedragen naar zichzelf over, waarna zij deze bedragen pinde en dat contante geld aan haar moeder gaf.
Ook wanneer op elkaar aansluitende overboekingen en geldopnames zouden worden bewezen door gedaagde, kan dit haar niet baten, nu geen bewijs is aangeboden van het afgeven van het contante geld aan haar erflaatster.
Ook het bedrag van € 21.299,35 zal daarom als gift van erflaatster aan gedaagde worden aangemerkt.
In totaal is met het voorgaande sprake van giften ten belope van € 84.269,35 (€ 62.970,- + € 21.299,35).
Gedaagde heeft erkend dat zij giften heeft ontvangen: “Ze heeft mij ook regelmatig wat gegeven omdat ik voor haar zorgde dan zei ze dat krijg je van mij want jij doet alles voor me” (brief van 30 december 2020 van gedaagde aan de toenmalige gemachtigde van eiser).
Voor zover gedaagde heeft gesteld dat deze giften niet bovenmatig zijn, moet aan die stelling voorbij worden gegaan, omdat zij de omvang van de giften niet heeft gespecificeerd.
Ook aan haar stelling dat erflaatster haar en eiser gelijk wilde behandelen en ook heeft behandeld moet voorbij worden gegaan, aangezien die in strijd is met de hierboven geciteerde stellingname in de brief van 30 december 2020 en overigens niet is onderbouwd.
Eiser heeft wel erkend dat beide partijen in 2010 € 2.000,- aan (kennelijk door hem gebruikelijk en niet bovenmatig geachte) giften hebben ontvangen.
Bij gebreke van aanwijzingen dat dat bedrag buiten de thans aangenomen giften valt, zal het daarop op voet van 4:69, eerste lid, aanhef en onder b, BW als niet bovenmatige gift in mindering worden gebracht, zodat per saldo rekening gehouden moet worden met € 82.269,35 aan door gedaagde van erflaatster ontvangen giften.
Gelet op het voorgaande bedraagt de legitimaire massa (€ 2.931,35 + € 82.269,35 =) € 85.200,70.
De legitieme portie bedraagt dus een kwart daarvan, € 21.300,18, waarop nog in mindering strekt een bedrag van € 1.465,68 (de helft van € 2.931,35) dat eiser krachtens erfrecht verkrijgt dan wel had kunnen verkrijgen, zodat de legitieme portie per saldo € 19.834,50 bedraagt.
Verdeling en inkorting
Eiser heeft gevorderd dat tot verdeling van de nalatenschap wordt overgegaan.
Gedaagde is het hier mee eens, maar betwist de omvang van de nalatenschap.
Gelet op wat hiervoor is overwogen, is de nalatenschap negatief.
De nalatenschap bevat immers alleen een vordering op gedaagde € 2.006,15 en het saldo op de bankrekening van € 925,20, terwijl de schuld van de nalatenschap € 19.834,50 bedraagt (de legitieme portie van gedaagde, op grond van artikel 4:7, eerste lid, aanhef en onder g, BW).
Omdat het er op grond van het hiervoor overwogene voor gehouden moet worden dat de sieraden geen waarde hebben en gedaagde in haar conclusie van antwoord en ter zitting heeft opgemerkt dat die wat haar betreft voor de dochter van eiser (of eiser zelf) zijn en bij haar opgehaald kunnen worden, zal de rechtbank die bij de verdeling buiten beschouwing laten.
De omvang van de nalatenschap bedraagt derhalve € 16.903,15 negatief.
Concreet betekent het voorgaande dat gedaagde aan de nalatenschap een bedrag van € 2.006,15 moet voldoen, dat vervolgens vanuit de nalatenschap aan eiser voldaan moet worden ter aflossing van de schuld van de nalatenschap aan hem (zijn legitieme portie).
Het banksaldo van erflaatster van € 925,20 zal ook aan eiser moeten worden overgemaakt om deze schuld aan hem te voldoen.
Gedaagde zal daarom worden veroordeeld hieraan mee te werken.
Dan resteert nog een bedrag van € 16.903,15 dat niet vanuit de nalatenschap aan eiser betaald kan worden.
Voor dit bedrag doet eiser een beroep op inkorting.
Omdat gedaagde hiertegen geen afzonderlijk verweer heeft gevoerd en op grond van de wet eiser op een gift mag inkorten, zal gedaagde worden veroordeeld om het bedrag van € 16.903,15 ten titel van inkorting aan eiser te betalen.
Wilt u de gehele uitspraak bekijken? Klik dan hier.
Heeft u een vraag aan onze advocaat verdeling erfenis over de vereffening of verdeling van een erfenis, over de uitleg van een testament of over de nietigheid van een testament, over de taken en bevoegdheden van de executeur, over het kindsdeel of over de legitieme, belt u dan gerust onze advocaat verdeling erfenis op 020-3980150.
Wilt u meer weten over de verdeling van een erfenis, bezoek dan onze website over de verdeling van een erfenis. Klik dan hier.
Wilt u meer weten over het erfrecht, bezoek dan onze website van ons advocatenkantoor. Klik dan hier.