De Rechtbank Noord-Holland heeft op 2 maart 2022 uitspraak gedaan over de vraag of de executeur schadevergoeding aan de legataris moest betalen omdat de executeur niet was overgegaan tot de afgifte van het legaat.

Eiseres had sinds 2004 een affectieve relatie met de vader van gedaagde, de erflater.

Erflater is op 20 november 2020 overleden.

Erflater woonde bij leven in A.

Eiseres verbleef daar veelvuldig, hoewel zij ook een woning in A heeft.

Eiseres had ook eigen spullen in de woning van erflater liggen.

In het door erflater op 22 juli 2013 opgemaakte testament is gedaagde tot enig erfgenaam en executeur aangewezen.

Aan eiseres zijn gelegateerd de roerende zaken (waaronder kunst) die op een separate door erflater gedagtekende en ondertekende lijst zijn aangegeven.

Blijkens het testament heeft gedaagde als executeur de taak om de goederen van de nalatenschap te beheren, daarover te beschikken en de schulden van de nalatenschap te voldoen, zoals het afgeven van de legaten.

Verder moet de executeur binnen zes maanden na het overlijden een boedelbeschrijving met een voorlopige staat van schulden van de nalatenschap opmaken

Eiseres legt aan de vordering ten grondslag – kort weergegeven – dat gedaagde als executeur en enig erfgenaam gehouden was om de aan eiseres gelegateerde goederen en de aan haar in eigendom toebehorende goederen aan haar af te geven.

Nu hij dat heeft nagelaten en de betreffende goederen op onrechtmatige wijze heeft weg gemaakt, moet hij een schadevergoeding betalen.

Erfrecht. Legaat. Executele. Afgifte van een legaat. De executeur heeft het legaat niet afgegeven en moet vervangende schadevergoeding betalen. Buitengerechtelijke incassokosten.

De rechter oordeelt als volgt.

Uitgangspunt is dat gedaagde als executeur en enig erfgenaam gehouden was om het legaat aan eiseres uit te keren.

Dat heeft hij niet gedaan.

Uit zijn eigen stellingen blijkt immers al dat hij de aan eiseres gelegateerde eettafel, stellingkast en televisie niet aan haar heeft afgegeven.

Indien en voor zover het wegraken van de eettafel en de stellingkast te wijten is aan de door gedaagde ingeschakelde verhuizers, komt dat voor zijn rekening en risico.

Voor wat betreft de niet aan eiseres gelegateerde maar aan haar in eigendom behorende goederen geldt dat zij uit hoofde van het feit dat zij eigenaar is, recht had op afgifte van die goederen.

Door die goederen in bezit te nemen, handelt gedaagde onrechtmatig jegens eiseres.

Met zijn betoog dat eiseres ruimschoots in de gelegenheid is geweest om goederen uit de woning op te halen, miskent gedaagde dat de primaire verantwoordelijkheid om in elk geval de gelegateerde goederen af geven, bij hem ligt.

Daar komt bij dat eiseres op 28 november 2020 alleen haar medicijnen en enkele privé spullen van hem mocht ophalen.

Toen zij op 8 maart 2021 voor het eerst weer in de woning mocht om de haar toekomende goederen op te halen, waren deze al grotendeels verdwenen, hetgeen zij ook kenbaar heeft gemaakt.

Feitelijk heeft eiseres dus niet of nauwelijks de gelegenheid gehad de aan haar toebehorende goederen op te halen.

Ook aan het verweer van gedaagde dat hij niet weet waar de overige goederen die op door eiseres overgelegde lijsten staan, zijn gebleven, gaat de kantonrechter voorbij.

Het ligt weliswaar op de weg van eiseres om aan te tonen dat al die goederen ten tijde van het overlijden van erflater in de woning aanwezig waren, maar tenminste een deel van die goederen heeft eiseres tijdens de mondelinge behandeling kunnen aanwijzen op de foto’s die in het kader van de verkoop van de woning door gedaagde, zijn gemaakt.

Daarbij komt dat op gedaagde als executeur de verplichting rustte om binnen zes maanden na het overlijden een boedelbeschrijving te maken.

Nu hij dat heeft nagelaten, kan niet van eiseres worden verlangd dat zij van alle goederen die volgens haar uit de woning verdwenen zijn, aantoont dat deze er ten tijde van het overlijden nog waren.

Aangezien gedaagde niet heeft voldaan aan de verplichting om de aan eiseres gelegateerde of aan haar toebehorende goederen af te geven, moet hij de door eiseres geleden schade vergoeden.

De eiseres heeft twee lijsten met verdwenen goederen overgelegd waarop zij de betreffende goederen heeft gespecificeerd en waarop zij de geschatte waarde van die goederen heeft aangegeven.

De gedaagde heeft alleen in algemene zin aangegeven dat de betreffende goederen geen waarde (meer) hadden, maar heeft die betwisting niet nader onderbouwd of gespecificeerd.

De kantonrechter gaat daarom uit van de juistheid van de door eiseres genoemde bedragen en zal de gevorderde schadevergoeding onverkort toewijzen.

De gevorderde buitengerechtelijke kosten zijn niet weersproken.

De kantonrechter stelt vast dat eiseres voldoende heeft gesteld en onderbouwd dat buitengerechtelijke incassowerkzaamheden zijn verricht.

Het gevorderde bedrag aan buitengerechtelijke incassokosten komt overeen met het in het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten bepaalde tarief en zal worden toegewezen.

Wilt u de gehele uitspraak bekijken? Klik dan hier.

Heeft u een vraag aan onze advocaat verdeling erfenis over de vereffening of verdeling van een erfenis, over de uitleg van een testament of over de nietigheid van een testament, over de taken en bevoegdheden van de executeur, over het kindsdeel of over de legitieme, belt u dan gerust onze advocaat verdeling erfenis op 020-3980150.

Wilt u meer weten over de verdeling van een erfenis, bezoek dan onze website over de verdeling van een erfenis. Klik dan hier.

Wilt u meer weten over het erfrecht, bezoek dan onze website van ons advocatenkantoor. Klik dan hier.