In de zaak van Hof Den Haag, 27 juni 2017, was het volgende aan de hand. Partijen zijn broers. Het ouderlijk gezin bestond daarnaast uit nog twee zusters en een andere broer. De vader van partijen is op 23 februari 2010 overleden, de moeder op 24 augustus 2010. Broer 1 is executeur in de nalatenschappen van beide ouders. Broer 2 is, evenals zijn tweelingzuster, in de testamenten van beide ouders uitgesloten als erfgenaam.
In geschil is of Broer 1 als executeur onrechtmatig jegens Broer 2 heeft gehandeld doordat hij in december 2012 het saldo van de nalatenschap(pen) heeft verdeeld onder de erfgenamen, zonder de legitimaire aanspraak van Broer 2 te hebben voldaan.
Het hof overweegt dat de legitieme portie een vordering is in geld op de gezamenlijke erfgenamen. Het betreft een schuld van de nalatenschap (artikel 4:7 lid 1 letter g BW). De executeur heeft tot taak de goederen van de nalatenschap te beheren en de schulden van de nalatenschap te voldoen die tijdens zijn beheer uit die goederen moeten worden voldaan (artikel 4:144 lid 1 BW). Een executeur die zijn taak met het oog waarop hem het beheer was opgedragen heeft volbracht, is bevoegd zijn beheer te beëindigen door de goederen ter beschikking van de erfgenamen te stellen (artikel 4:150 lid 1 BW).
Op grond van artikel 4:85 lid 1 BW vervalt de mogelijkheid om aanspraak te maken op de legitieme portie, indien de legitimaris niet binnen een hem door een belanghebbende gestelde redelijke termijn, en uiterlijk vijf jaren na het overlijden van de erflater, heeft verklaard dat hij zijn legitieme portie wenst te ontvangen.
Broer 1 stelt zich op het standpunt dat hij niet onrechtmatig jegens Broer 2 als legitimaris heeft gehandeld, omdat laatstgenoemde afstand heeft gedaan van zijn recht op de legitieme, dan wel zijn recht een beroep te doen op de legitieme heeft verwerkt. Hij baseert zich daarbij met name op de tussen partijen gewisselde e-mails, alsmede op verklaringen van twee erfgenamen.
Broer vond dat hij ervan uit mocht gaan dat Broer 2 afstand deed. Broer 1 had aan Broer 2 om een ondertekende verklaring gevraagd waarin Boer 2 zijn claim op de legitieme portie zou intrekken. Broer 2 heeft een dergelijke, ondertekende verklaring echter nimmer verstuurd.
Het Hof stelt dat nu aan de door Broer 1 zelf gestelde formele vereisten niet is voldaan, niet valt in te zien waarom broer 1 ervan mocht uitgaan dat Broer 2 heeft afgezien van zijn aanspraak op de legitieme portie. Ook heeft broer 1 niet aan Broer 2 een redelijke termijn gesteld waarbinnen hij diende te verklaren dat hij zijn legitieme te willen ontvangen. Broer 1 had zich actief dienen te vergewissen van het standpunt van Broer 2 ter zake zijn legitieme portie, aldus het Hof.
Voor het aannemen van rechtsverwerking is enkel tijdsverloop of enkel stilzitten onvoldoende. Namens Broer 2 is schriftelijk een beroep gedaan op de legitieme portie. Een dergelijk beroep is vormvrij en mag ook door een ander worden gedaan. Van de aanwezigheid van bijzondere omstandigheden als gevolg waarvan hetzij bij de wederpartij het gerechtvaardigd vertrouwen is gewekt dat de gerechtigde zijn aanspraak niet (meer) geldend zal maken, hetzij de wederpartij in zijn positie onredelijk zou worden benadeeld in geval de gerechtigde zijn aanspraak alsnog geldend zou maken, is het hof niet gebleken.
Nu Broer 1 in strijd met zijn wettelijke plicht het saldo van de nalatenschap(pen) van de ouders van partijen heeft verdeeld zonder de schuld ter zake de legitieme portie te voldoen, terwijl Broer 2 tijdig aanspraak heeft gemaakt op die legitieme portie, heeft Broer 1 hiermee onrechtmatig jegens Broer 2 gehandeld. Dit kan Broer 1 worden toegerekend. Hij dient de als gevolg daarvan door Broer 2 geleden schade aan hem te vergoeden.
Aantekening van onze advocaat erfrecht: als de executeur zijn werk goed had gedaan zou de legitieme portie een schuld van de nalatenschap zijn geweest en derhalve uit de nalatenschap betaald moeten worden. Daarna wordt de nalatenschap verdeeld onder de erfgenamen. In de onderhavige procedure is de executeur aansprakelijk gesteld voor de schade van Broer 2, te weten diens legitieme portie. De executeur is veroordeeld tot het betalen van deze legitieme portie. De legitieme portie van Broer 2 komt hierdoor dus ten laste van de executeur in plaats van ten laste van de nalatenschap!
In onze erfrechtpraktijk komen wij vaak tegen dat executeurs -of zij nu tevens erfgenaam zijn of niet- zich met een beroep op hun zelfstandige bevoegdheden zich meer permitteren dan verstandig is. Als u executeur bent laat u zich dan vooral tijdig adviseren omtrent hetgeen u wel en niet mag. En als u te maken hebt met een executeur die over de schreef gaat kunt u zich ook wenden tot onze advocaat erfrecht.
Lees hier de hele uitspraak.